Het homohuwelijk bestaat 25 jaar. Een reden voor een feestje met speciale postzegels en herdenkingsmunten. Zou je zeggen, maar de acceptatie van LHBTIQ+‘ers blijft in Nederland ver achter. Het aantal meldingen van geweld en discriminatie is de afgelopen twee jaar verdubbeld. Waar wij ooit koploper in waren, bezwijkt deze koppositie onder conservatieve houdingen. Vooral onder jongeren is dat te zien.
Uit onderzoek van Universiteit van Amsterdam blijkt dat 41% van de jongeren de LHBTIQ+-gemeenschap minderwaardig vindt aan hetero’s. Maar waar komt dit enorme aantal jongeren vandaan?
‘Conservatieve houdingen zijn er altijd al geweest onder jongeren.’ vertelt Niels Spierings, socioloog aan de Radboud Universiteit. ‘Maar het is sinds 2022 rap toegenomen.’
Onzekerheid en manosphere
Volgens Spierings grijpen verschillende maatschappelijke processen in elkaar waardoor jongeren een conservatievere opvatting hebben naar de LHBTIQ+-gemeenschap. ‘[Jongeren] ervaren onzekerheid en druk om perfect te zijn.’ Deze druk wordt versterkt door sociale media die vooral perfectie tonen. En via algoritmen en zoekopdrachten over sport en gezondheid zitten jongens al zo in de ‘manosphere’, waarin rolmodellen je vertellen wat mannelijkheid inhoudt. Daar zouden homoseksuele uitingen niet onder vallen. Jongens krijgen dan het gevoel die ‘onmannelijkheid’ te moeten corrigeren. Dennis Boutkan, voorzitter van Het Blauwe Fonds, een fondsorganisatie die financiële giften aan LHBTIQ+-projecten doet, ziet ook de groeiende rol van de manosphere in geweld naar vooral homoseksuele mannen. ‘Het [homoseksueel zijn] voelt als bedreiging naar de heteroman.’
Ouders houden aandacht weg
Ook blijft de representatie afnemen. ‘Er is een gebrek aan aandacht voor het leven van LHBTIQ+-personen.’ aldus socioloog Niels Spierings. Ook heeft voorlichting over deze onderwerpen steeds meer moeite om scholen in te komen.
De representatie die wél in beeld blijft, wordt veelal uit zijn verband getrokken. Dat ziet ook Dennis Boutkan. ‘Onderwerpen worden uit hun verband getrokken, denk dan aan de lentekriebels.’ Schoolse evenementen zoals de week van de lentekriebels en Paarse Vrijdag worden door conservatieve ouders namelijk gezien als een negatieve invloed voor hun kind. Een foutieve mening die voortkomt uit conservatieve politiek, die dezelfde schijnargumenten tegen dit soort evenementen gebruikt. Sommige ouders houden daardoor zelfs hun kinderen thuis.
Jongeren komen dus steeds minder in aanraking met de LHBTIQ+-gemeenschap, bewust door het actief te vermijden. Of onbewust door ouders die hen niet toelaten zich te laten informeren over dit onderwerp. Recht voor je raap, of onder het mom van ‘niemand heeft iets tegen homo’s maar al die aandacht.’ Niels Spierings: ‘Dat is zeggen dat iets er mag zijn, zolang je het niet merkt.’






