Het BAT (Brabants afval team) dat in Tilburg verantwoordelijk is voor het afval ophalen zegt bijna dagelijks agressie mee te maken. Vaak wordt er naar afvalophalers geschreeuwd dat ze “vuilnisbak ratten” zijn, of dat ze “terug naar school” moeten.
Voor werknemers van het BAT is agressie tegen hen niets nieuws meer. Afval Controleur Eelco zegt dat het “inmiddels vrij constant” is. Eelco loopt dagelijks op straat om te kijken of het afval goed gescheiden is. Hij vertelt dat hij met name een aantal jaar geleden toen de afvalcontrole en waarschuwingskaart nieuw waren veel agressie ervoer. Mensen riepen dingen naar hem zoals “kliko-politie”, “zwerver in een net pak” en “als ik dat moest doen zou ik mezelf ophangen.”
Ook vuilniswagenchauffeur Joep zegt agressie te ervaren. Mensen gaan met hem in discussie en roepen dingen als “zet je kutwagen aan de kant.”
Waar komt de agressie vandaan?
Joep denkt dat de agressie onder andere komt omdat de maatschappij is verhard en omdat mensen mogelijk meer onder druk zouden staan in hun werk, gezin en vrije tijd. “Mensen hebben een steeds korter lontje”, vult hij aan. Eelco denkt dat mensen zich door zijn werk aangetast voelen in hun privacy.
De hoeveelheid agressie die ze meemaken is afhankelijk van de wijk. Joep vertelt dat hij in sommige wijken meer agressie ervaart dan in andere. In de wijken Tilburg Noord, West en Broekhoven rijdt hij met meer spanning rond dan in een wijk zoals de Blaak.
Wat kan de situatie verbeteren?
Volgens beide mannen kan de situatie verbeterd worden door training. Zelf krijgen medewerkers van het BAT al regelmatig training in hoe ze met agressie moeten omgaan. Het bedrijf beschikt ook over een eigen agressie-coördinator. Maar ook vertellen ze dat voorlichting de situatie kan verbeteren. Eelco denkt dat een betere uitleg over afvalscheiding regels en beleid kan helpen om de agressie te verminderen. Volgens Joep kan de situatie verbeteren als mensen meer bewust worden van hoe hun werk eruit ziet. “Mensen zouden eens een dagje met ons mee moeten gaan, dan krijgen ze misschien begrip voor waarom wij bepaalde processen zo uitvoeren.”






