Vanaf 1 januari gaan de brandstofaccijnzen in Nederland alsnog omhoog. De Tweede Kamer stemde in met een voorstel van de ChristenUnie om bezuinigingen op het openbaar vervoer te voorkomen. Dat geld was eerst gereserveerd om automobilisten een jaar langer korting te geven.
Het kabinet had eerder ruim 1,7 miljard euro vrijgemaakt voor die accijnskorting, omdat de brandstofprijzen flink stegen na de oorlog in Oekraïne. Na het besluit van de Kamer blijft nog ongeveer 1,3 miljard euro over voor automobilisten. Het resterende bedrag gaat naar het openbaar vervoer (OV), zodat treinen en bussen betaalbaar blijven en ook regionale lijnen behouden blijven.
Door de aanpassing stijgt de benzineprijs met 5,5 cent per liter, diesel met 3,6 cent en LPG met 1,3 cent. Automobilisten betalen dus iets meer, maar het openbaar vervoer wordt sterker en duurzamer, zeggen experts. De Kamer benadrukt dat het belangrijk is om duurzaam vervoer aantrekkelijk te houden, zeker nu alles duurder wordt. Volgens de ChristenUnie zorgt dit plan ervoor dat OV-gebruikers niet de dupe worden, terwijl automobilisten nog steeds profiteren van een deel van de eerdere korting.
Deze partijen stemde voor deze wijzigingen: D66, GroenLinks-PvdA, CDA, SP, Partij voor de Dieren, 50PLUS en Volt. Daarmee behaalde het voorstel de kleinst mogelijke meerderheid. In de komende twee jaar komt door deze wijzigingen in totaal bijna een half miljard euro extra beschikbaar voor het openbaar vervoer. Dit moet voorkomen dat het OV duurder wordt en dat er buslijnen in de regio geschrapt worden.
De VVD en de BBB hebben op dit besluit gereageerd. Ze noemen het ‘onbegrijpelijk’. Beide partijen beklagen op X, voorheen Twitter, over een ‘linkse Kamermeerderheid’ die zorgt voor hogere benzineprijzen. CDA-leider Henri Bontenbal wijst erop dat bezuinigen door het demissionaire kabinet het regionale openbaar vervoer minder goed zouden maken en dat dit ook een groot probleem is.






