Hulp bij het stofzuigen, het verschonen van bedden of andere huishoudelijke taken dreigt voor honderdduizenden mensen te verdwijnen. Het kersverse kabinet-Jetten wil de huishoudelijke hulp uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) schrappen. Als het plan doorgaat, verliezen ruim 550.000 mensen hun recht op ondersteuning via de gemeente en moeten zij deze hulp zelf betalen of een beroep doen op hun omgeving. De coalitie verwacht daarmee jaarlijks 435 miljoen euro te besparen. Volgens juridisch adviseur Wim Peters is deze ondersteuning voor veel mensen essentieel om zelfstandig te kunnen blijven wonen.
Veel Nederlanders krijgen er vroeg of laat mee te maken: een naaste die door ouderdom of ziekte de grip op het huishouden verliest. Via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kunnen zij hulp krijgen bij taken als stofzuigen, dweilen of het verschonen van het bed. Volgens het CBS maakten vorig jaar ruim 555.000 mensen gebruik van deze voorziening. Het schrappen van de hulp moet de coalitie structureel 435 miljoen euro per jaar opleveren.
Het plan om de huishoudelijke hulp volledig uit de Wmo te schrappen gaat volgens Juridisch adviseur Wim Peters veel te ver. “Ik vind het te drastisch en onnodig”, stelt hij. “Je slaat met een moker een hele voorziening weg, terwijl er een minder ingrijpende oplossing is.” Volgens de adviseur is het probleem grotendeels opgelost als de eigen bijdrage weer inkomensafhankelijk wordt, zonder een vast maximum. “Dan zie je vanzelf dat mensen met een hoger inkomen de hulp weer zelf gaan regelen, omdat het via de gemeente niet langer goedkoper is.”
Rekensom pakt voordelig uit voor hogere inkomens
Volgens de coalitie is het huidige systeem te aantrekkelijk geworden voor huishoudens die de hulp in principe zelf zouden kunnen bekostigen. De kern van het probleem ligt bij het zogeheten abonnementstarief: een vaste eigen bijdrage van 21,80 euro per maand, ongeacht het inkomen of het aantal uren hulp. Sinds de invoering van dit tarief is het aantal aanvragen voor huishoudelijke ondersteuning via de Wmo explosief gestegen.
Juridisch adviseur Wim Peters ziet een groot verschil met hoe het voorheen ging. “Toen de huishoudelijke hulp in 2007 naar de gemeenten ging, was de eigen bijdrage inkomensafhankelijk”, legt Peters uit. “Mensen met een hoog inkomen vroegen die hulp toen niet bij de gemeente aan, omdat ze die uiteindelijk toch zelf moesten betalen.” Dat veranderde toen kabinet-Rutte III het abonnementstarief introduceerde. Het doel was destijds om de administratieve rompslomp te verminderen, maar het effect was volgens Peters een enorme ‘aanzuigende werking’. “De eigen bijdrage werd voor iedereen vastgezet op ongeveer 19 euro per maand”, vertelt hij. “Mensen die hun huishoudelijke hulp eerst zelf betaalden, rekenden uit dat ze via de gemeente veel goedkoper uit waren. Als je drie uur hulp per week hebt voor zo’n 20 euro per uur, betaal je al snel rond de 240 euro per maand. Via de gemeente kostte het nog maar 19 euro per maand.”
Mensen die de hulp zelf konden betalen, maakten door de nieuwe regeling vaker gebruik van de voorziening om goedkoper uit te zijn. Het gebruik van de huishoudelijke hulp onder hogere inkomens steeg met een percentage van 114 procent. Volgens Peters is er formeel geen sprake van misbruik. “Het is geen misbruik, want mensen volgen simpelweg de wet. Je kunt hooguit zeggen dat het misschien ethisch misbruik is, maar dat is een vaag begrip.”
Kwetsbare groep tussen wal en schip
De huishoudelijke hulp in de Wmo is er juist voor de groep die (nog) geen zware zorg nodig heeft. Wie 24 uur per dag toezicht nodig heeft, krijgt dat via de Wet langdurige zorg (Wlz), en medische verpleging aan huis loopt via de zorgverzekeraar. De Wmo is het vangnet voor alles daartussenin. Volgens Peters treft het schrappen van de regeling juist de meest kwetsbaren: mensen met een kleine portemonnee en een beperkt sociaal netwerk. “Dat zijn vaak mensen met een stapeling van problemen. Als de gemeente deze zorg stopt, vallen zij overal buiten. Die groep moet je blijven helpen.”
Politieke puzzel in Den Haag
Het is de vraag of de plannen in hun huidige vorm de eindstreep halen. Omdat de coalitie in zowel de Tweede als de Eerste Kamer een meerderheid mist, is steun van de oppositie cruciaal. Daarnaast wacht een lang juridisch traject: het wetsvoorstel moet eerst in consultatie, zodat organisaties en burgers hun kritiek kunnen geven. Pas daarna kan het definitieve ontwerp voor advies naar de Raad van State. Volgens Peters is het daarom onzeker of het plan ongewijzigd wordt aangenomen. “Ik schat in dat er genoeg partijen zijn die zeggen: ‘daar doen wij niet aan mee’. Maar ja, uiteindelijk zal het waarschijnlijk neerkomen op ruilhandel: ik dit, jij dat. En ik weet niet wat ze daarvoor terug zouden willen, of hoe belangrijk dit onderwerp voor de coalitie is.”






