De spanningen lopen op in Nederland en onze vrijheid lijkt hierdoor steeds kwetsbaarder. Door de spanningen moet Nederland het leger goed voorbereiden op een eventuele dreiging en daarom overwegen D66 en het CDA de dienstplicht deels in te voeren. Zo reageert de Tilburger erop: “Ik begin me wel steeds meer zorgen te maken over de dreiging.”
In 2030 moet de militaire krijgsmacht 100.000 militairen tellen. Dit zijn er nu nog ruim 79.000 militairen, burgers en reservisten. Mocht dit streven niet gehaald worden overwegen de partijen D66 en het CDA de dienstplicht weer deels in te voeren. Daarom bereiden de partijen een selectieve opkomstplicht voor. Dit betekent dat alle jongeren een enquête moeten invullen, waaruit de meest geschikte en gemotiveerde jongeren geselecteerd kunnen worden voor militaire basisopleiding. Nederland volgt hierin Zweden die al de selectieve opkomstplicht heeft ingevoerd.
Volgens Klaas Meijer, woordvoerder van het ministerie van Defensie is het ministerie geen voorstander van de terugkeer van de dienstplicht. “We moeten de krijgsmacht vergroten, de instroom van militairen moet omhoog.” Het ministerie van defensie heeft hier vertrouwen in. “We gaan ervan uit dat het haalbaar is” vertelt Meijer. “Wel is het belangrijk om de dienstplicht achter de hand te houden mocht het toch escaleren.” Aangezien we nu te maken hebben met dreiging.
Wat belangrijk is om te weten is dat dienstplicht nog wel in de wet staat, maar sinds 1997 is het opgeschort. Wat betekent dat niemand meer opgeroepen kan worden.
Maken Tilburgse jongeren zich hier eigenlijk zorgen om? “Ik wil echt niet in het leger als er een dienstplicht komt, ze gaan daar ook niet heel veel aan mij hebben.” Daarop vult een andere jongere aan: “ik begin me wel steeds meer zorgen te maken over de dreiging op oorlog en ik hoop echt niet dat er een dienstplicht gaat komen.” Een andere student denkt wat luchtiger over de hele situatie. “Ik maak me niet heel druk over dat er een oorlog zou komen, maar als er een verplichte dienstplicht gaat komen dan moeten we dat maar accepteren.”






