In een wereld waar mentale pijn vaak onzichtbaar blijft, zoeken we naar woorden om het bespreekbaar te maken. Het blijft een moeilijk onderwerp: de dood. Want hoe ga je in gesprek met iemand die het leven niet meer ziet zitten? Waarom het zo belangrijk is om toch het gesprek aan te gaan, hoor je van Marenne (18), die zelf met suïcidale gedachten worstelde, en van Pasquinel (21), die een dierbare verloor aan zelfdoding.
Het aantal zelfdodingen onder jongeren is de afgelopen tien jaar duidelijk toegenomen, meldt het CBS. Vorig jaar maakten 312 jongeren onder de 30 jaar een einde aan hun leven. Dat is 17% meer dan tien jaar geleden (CBS). Ook het aantal jongeren met suïcidale gedachten is flink gestegen: in juni dit jaar gaf 15% van de jongeren aan in de afgelopen drie maanden weleens serieus aan zelfdoding te hebben gedacht. In september 2021 was dat nog maar 8% (RIVM).
Marenne: “Alleen maar bezig met plannen hoe ik er niet meer zou zijn”
“Het voelt alsof er een hele grote, zware, zwarte hond op je ligt, waar je niet onder vandaan kan komen,” vertelt Marenne (18). Ze beschrijft de periode waarin ze dagelijks werd overspoeld door negatieve gedachten. Dagenlang lag ze in bed, zonder energie of perspectief. “Het leek alsof ik altijd met mijn ziel onder mijn arm liep. Je zag ook aan mij dat er geen sprankje van leven meer in zat.”
“Het leven voelde zo ellendig, dat ik mij soms afvroeg: wat doe ik hier? Waarom kan ik niet gewoon zeggen: steek die spuit er maar in en maak er een einde aan. Ik heb zelf niet gekozen om te leven.”
“Dit is natuurlijk heel heftig, maar dat is wel wat in mij omging in die periode.”
Op een gegeven moment werd het te veel. Ze kwam in aanraking met de crisisdienst en belandde op 15-jarige leeftijd uiteindelijk tien weken in een kliniek. Dat werd een keerpunt. “Daar moest je wel in een ritme komen. Thuis was ik zo verloren in mezelf en mijn eigen ellende, maar in de kliniek moest je je bed uit, bewegen, eten. De regelmaat daarin heeft Marenne heel erg geholpen,” vertelt ze. “En ik zag daar mensen die hetzelfde hadden meegemaakt als ik, maar er weer bovenop waren gekomen. Dat gaf me hoop.”
Volgens Marenne zit de sleutel niet in verwijten, maar in steun van de mensen om haar heen. “Wat voor mij hielp was dat vriendinnen ineens voor mijn deur stonden, of dat mijn moeder een kopje thee bracht zonder te verwachten dat ik meteen ging praten. Alleen een knuffel was soms al genoeg. Praten over je mentale gezondheid is eng, maar juist nodig. En ook als je er nog geen woorden voor hebt, kan iemand naast je zitten. Dat geeft steun.”
Pasquinel: “Het voelde alsof mijn hele realiteit instortte”
“Het voelde alsof mijn hele realiteit instortte.” Zo beschrijft Pasquinel (21) de periode na het verlies van zijn beste vriend, die twee jaar geleden uit het leven stapte. Terwijl de wereld om hem heen doorging, stond hij stil. “Alles draaide gewoon door. Mensen lachten, planden hun dag — maar ik had net mijn beste vriend verloren.”
Nog steeds denkt hij vaak terug aan wie zijn vriend was vóór alles veranderde. Soms samen met vrienden, soms in stilte. “We praten af en toe over hem. Over hoe het toen voelde, wat we dachten… Zo blijft hij bestaan. Al is het maar een beetje.”
Toch blijft er iets wringen. In de laatste maanden voor de dood verwaterde het contact een beetje. Pasquinel kreeg geen helder beeld van hoe slecht het écht ging. “Er was een moment waarop hij iets heftigs deelde, en ik wist gewoon niet wat ik moest doen. Ik heb geluisterd, vragen gesteld… maar het voelde alsof ik zoekende was en hij mij niet binnen liet. Dat was erg lastig.”
“Als ik één ding anders had kunnen doen, dan was het dit: op de dag dat hij uit het leven stapte, hadden we elkaar al een tijdje niet gesproken. Juist die dag kreeg ik sterk het gevoel dat we weer eens moesten afspreken, zoals vroeger: praten, lachen, muziek luisteren. Ik had hem geappt of hij de komende dagen tijd had. De volgende avond hoorde ik dat hij er niet meer was, en dat mijn bericht een paar uur te laat kwam. Als ik dat 24 uur eerder had gestuurd, had het misschien iets veranderd. Die gedachte draag ik nog steeds met me mee.”
De ervaring heeft zijn blik op mentale gezondheid blijvend veranderd. Hij ziet hoe moeilijk het is om gevoelens te delen in een wereld waar iedereen sterk moet lijken. “We leven in een samenleving waarin we vooral laten zien hoe goed het gaat. Maar dat laat weinig ruimte om je kwetsbaar op te stellen — terwijl dat juist zó nodig is.”
Hij pleit voor meer openheid, niet alleen bij mensen met mentale problemen, maar ook bij de mensen om hen heen. “Je hoeft het niet altijd te begrijpen, maar wel te luisteren. Gewoon écht luisteren. Daar begint het.”
Hoop en balans
Voor Marenne zit herstel vandaag de dag niet alleen in structuur, maar ook in het vinden van balans. “Wat voor mij nu heel erg helpt, is een combinatie van leuke dingen doen waar ik energie van krijg en mijn rust pakken. Voor iedereen is rust anders: voor de één is dat samen zijn met vrienden, voor de ander juist extra slaap. Het belangrijkste is dat je ontdekt wat voor jou werkt. Die balans houdt je echt levend.”
Daarnaast heeft ze geleerd om bewuster om te gaan met haar gedachten. “Als ik een negatieve gedachte kreeg, probeerde ik daar een positieve tegenover te zetten. Dat heeft veel tijd gekost, maar nu gaat het veel vanzelfsprekender.”
Als ze terugkijkt, zou ze één boodschap willen meegeven aan haar jongere zelf: “Het komt allemaal echt goed. Het allerbelangrijkste is dat je goed voor jezelf zorgt. En ik hou van jou.”
Ook Pasquinel benadrukt het belang van openheid, maar dan vanuit de andere kant. “Als je zelf met die gedachten rondloopt, is het zó belangrijk dat je erover praat. Ik weet hoe moeilijk dat is, maar als je het voor je houdt, kan niemand je helpen. Mensen willen er voor je zijn — maar ze moeten wel weten wat er speelt. Het delen van je mentale gezondheid kan letterlijk levens redden.”
Hij legt uit dat praten niet altijd groots hoeft te zijn. “Je hoeft geen perfecte woorden te vinden of alles meteen uit te leggen. Soms is het al genoeg om te zeggen: het gaat niet zo goed met me. Dat kleine begin kan een deur openen. En geloof me: er zijn altijd mensen die willen luisteren, zelfs als je dat op dat moment zelf niet meer ziet.”
Zit jij zelf met zulke gedachten, of maak je je zorgen om iemand in je omgeving? Neem dan contact op met 113 Zelfmoordpreventie via www.113.nl of bel 0800-0113. Je staat er niet alleen voor.






