Het is druk dinsdagochtend in de LocHal in Tilburg. Het Werkgeversservicepunt (WSP) Midden-Brabant heeft een banenmarkt georganiseerd, oftewel een plek waar werkzoekenden en werkgevers elkaar kunnen ontmoeten. Het WSP organiseert dit zo’n vier keer per jaar, maar levert dit werkgevers en werkzoekenden ook wat op?
Het WSP Midden-Brabant is een samenwerking van het UWV, sociale werkvoorzieningsbedrijven, gemeente en het werkleerloket.
Wouter Vinke en Eveline Schreur van de organisatie vertellen dat een banenmarkt populair is onder werkgevers. Veel bedrijven melden zich aan om een stand te krijgen, er is zelfs een wachtlijst. Maar omdat er maar plek is voor zestig bedrijven betekent dit dat er voor veel bedrijven geen plek is. Met het selecteren van bedrijven die wel kunnen komen wordt gekeken naar wat bedrijven te bieden hebben aan werkzoekenden en of ze al een keer eerder op de markt hebben gestaan.
Volgens Vinke en Schreur komen veel verschillende mensen naar de markt. Niet alleen mensen zonder werk, maar ook mensen die op zoek zijn naar een carrièreswitch of netwerkmogelijkheden. Het is één manier om onbenut talent te stimuleren voor het vinden van een baan.
Om de markt te organiseren vertellen Vinke en Schreur dat het elke keer zo’n zes- tot zeven duizend euro kost. Dit geld wordt via subsidies van de gemeente bij elkaar gehaald, geld dat overblijft wordt achteraf gedoneerd aan de voedselbank. De kosten van de organisatie zitten vooral in het huren van de locatie en de koffie.
Hoeveel effect heeft deze banenmarkt?
Op de vraag of de markt ook effect heeft antwoorden Vinke en Schreur: “Ja, maar soms zit er wel vertraging in, voor veel mensen is dit een manier om in contact te komen met bedrijven.”
Peter van Kerkhof, die namens het bedrijf AgroConnect op de markt staat vertelt: “Het effect van een banenmarkt is wisselend, maar een goede kandidaat is al genoeg.” Hij is positief over de banenmarkt en vertelt ook dat dit één goede manier is om de drempel tussen werkzoekenden en werkgevers te verlagen. Van Kerkhof vertelt ook dat werkzoekenden zo beter werk kunnen vinden dat bij ze past. “Als je kan werken, moet je werken. Maar het probleem zit hem in het zoeken van werk dat bij je past. Daar is een markt zoals deze de perfecte kans voor.”






