Een biertje of frisdrank in het voetbalstadion kost vaak een veelvoud van de prijs in de supermarkt. Waar een flesje cola bij de groothandel ongeveer één euro kost, rekenen stadions soms wel zes euro. Volgens economisch horeca-expert Ward van der Stee is dat geen toeval, maar het gevolg van een optelsom van factoren.
Exclusieve contracten en commissies
Veel stadions sluiten exclusieve contracten met brouwers of cateraars. Die partijen leveren niet alleen de drank, maar nemen vaak de volledige horeca op zich. Dat klinkt overzichtelijk, maar er hangt een stevig prijskaartje aan. Clubs vragen namelijk hoge commissies van hun horeca-exploitanten. Soms gaat het om vaste bedragen, maar vaak wordt er gewerkt met een percentage van de omzet. Hoe meer drank er over de toonbank gaat, hoe meer de club verdient.
Die commissies worden uiteindelijk doorberekend aan de supporter. “Clubs zien horeca als een belangrijke inkomstenbron naast de ticketverkoop,” legt Van der Stee uit. “Zij willen een zo groot mogelijk deel van de taart. Dat maakt het voor cateraars noodzakelijk om de prijzen flink op te schroeven.”
Nauwelijks concurrentie binnen de muren
Ook de locatie speelt een rol. Net als op luchthavens hebben supporters in een stadion geen alternatieven. Tijdens een wedstrijd kun je niet zomaar naar de supermarkt om de hoek. Dat geeft clubs en cateraars de ruimte om hogere prijzen te vragen zonder dat supporters kunnen uitwijken.
Flexibele krachten maken het duurder
Daarnaast drukken personeelskosten zwaar op de begroting. Stadions zijn niet dagelijks in gebruik, waardoor cateraars afhankelijk zijn van flexibele krachten zoals studenten of tijdelijke medewerkers. Vaak wordt er nog een extra uitzend- of payrollbedrijf ingeschakeld, wat opnieuw extra kosten oplevert. Het resultaat is dat supporters flink meer betalen voor hun drankje. Van der Stee: “Uiteindelijk is het een optelsom van commissies, locatie en personeelskosten. Samen zorgen die ervoor dat de stadionhoreca een goudmijn voor clubs kan zijn, maar wel een dure grap voor de fan.”






