Tijdens een debatavond over ‘baas in eigen baarmoeder’ spraken drie vrouwen vanuit hun eigen expertise over de toekomst van abortus in Nederland. Gynaecoloog Gunilla Kleiverda, sociaalwetenschapper Jenneke van Ditzhuijzen en rechtswetenschapper Fleur van Leeuwen gingen met elkaar in gesprek over hoe er een samenleving gecreëerd kan worden waarin vrouwen zonder maatschappelijk oordeel of politieke druk zelf kunnen beslissen over abortus.
Uit het strafrecht
Volgens rechtswetenschapper Van Leeuwen begint die toekomst bij de wet. Op dit moment staat abortus in Nederland in het strafrecht opgenomen. Een vrouw moet langs een arts en kan niet compleet zelf beschikken over haar keuze.
De abortuspil zou hier in de toekomst bij moeten helpen, zodat een vrouw volledige zelfzorg heeft en in een voor haar veilige omgeving een keuze kan maken hierover.
Framing in taalgebruik
Gynaecoloog Gunilla Kleiverda benadrukte vooral hoe groot de invloed van taal en framing is in het abortusdebat. Volgens haar bepalen woorden mede hoe mensen over abortus denken, en ook de manier hoe vrouwen zich voelen wanneer zij een zwangerschap afbreken.
Termen als ‘abortus plegen’ impliceren volgens haar dat iemand iets verkeerd doet. Ook woorden als ‘baby’, ‘jongetje’ of ‘meisje’ in een vroeg stadium van de zwangerschap sturen het emotioneel een bepaalde kant op. Kleiverda pleit daarom voor neutralere taal, zoals ‘een zwangerschap afbreken’ of spreken over een ‘vrucht’ in plaats van een kind.
Ook beeldvorming speelt hierin een grote rol. Ze wees op veelgebruikte afbeeldingen van een foetus in een baarmoeder waarbij de zwangere vrouw volledig uit beeld verdwijnt. Volgens haar versterkt dat het idee dat abortus alleen draait om de foetus, terwijl het lichaam en welzijn van de vrouw hier nauwelijks zichtbaar op is.
Rol van de man
Sociaalwetenschapper Jenneke van Ditzhuijzen bracht een ander perspectief in. Volgens haar voelen sommige mannen een sterk belang bij de zwangerschap en de beslissing daaromheen, maar hun mening blijft vaak op de achtergrond. Er bestaat geen vaste sociale norm dat mannen meegaan naar een abortuskliniek.
Van Ditzhuijzen pleit daarom ook voor meer aandacht voor mannen in de begeleiding en voor gesprekken over abortus om zo handvatten te geven voor steun, communicatie en betrokkenheid. Sommige klinieken organiseren inmiddels speciale dagen dat partners mee kunnen.
Toekomst
Ondanks de verschillende invalshoeken, schetsten de drie vrouwen uiteindelijk een vergelijkbaar toekomstbeeld: een samenleving waarin abortus als een persoonlijke beslissing wordt gezien en waar vrouwen zelfstandig en zonder schaamte over kunnen beschikken.






