Het minderheidskabinet-Jetten is aangetreden. Samen met het CDA en de VVD presenteert het nieuwe kabinet een coalitieakkoord met plannen die ook studenten raken. Maar wat betekent dit voor jou als student?
Gelijke kansen voor mbo en verplichte stagevergoeding
Studeren moet weer lonen. Niet alleen op de universiteit of het hbo, maar ook voor mbo-studenten. Het kabinet pleit voor gelijke behandeling van mbo’ers ten opzichte van het hoger onderwijs. Volgens D66-partijlid Daan Langens heerst er nog altijd een stigma rond het mbo. “Er is in Nederland een beetje een soort stigma van: je kan goed leren of je kan niet zo heel goed leren. Maar dat is onzin, want wij komen echt gewoon vakmensen tekort.”
Fractievoorzitter Bram Roovers van de SP in Den Bosch is het eens dat er ongelijkheid bestaat, maar noemt het probleem fundamenteler: “MBO’ers worden toch als een soort van minderwaardig gezien, terwijl juist daar de beroepen zitten waar enorme tekorten zijn.”
Financiële voordelen moeten de BBL-opleiding – waarbij leren en werken worden gecombineerd – aantrekkelijker maken. Zo moet de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt kleiner worden. En ga je stage lopen? Dan komt er een verplichte vergoeding. Het is nog onduidelijk hoe hoog die wordt. Langens noemt dat een logische stap: “Je bent in principe gewoon 16, 24, 32 uur in de week aan het werk. En voor die tijd mag je op zich ook wel iets terugverwachten.”
Roovers noemt het verplichten van een vergoeding “heel belangrijk” en wijst erop dat stages lange tijd een verdienmodel waren: “Een grote groep studenten liep stage zonder daar een fatsoenlijke vergoeding voor te krijgen.”
Basisbeurs omhoog, maar kritiek op steun voor pechgeneratie
Rondkomen blijft lastig, zeker voor studenten die niet thuis wonen. Daarom wil de regering de uitwonende basisbeurs verhogen, hoewel het exacte bedrag nog niet bekend is. “Het is sowieso handig dat het omhoog gaat. Dat stelt natuurlijk altijd wel een soort van gerust,” zegt Langens.
Roovers plaatst daar een kanttekening bij: “Dat is op zich gunstig, maar de pechgeneratie heeft daar niks aan.”
Wel is duidelijk dat de rente op studieschulden een maximum van 2,5 procent krijgt. Volgens Langens is dat belangrijk voor studenten met een schuld: “Als je die rente laat stijgen, dan kost het dus meer om uiteindelijk wat jij geleend hebt af te lossen.” Hij noemt het vastzetten van de rente dan ook “verstandig”.
Roovers vindt het onvoldoende: “Je maakt iemand blij met een dode mus. Er is een hele generatie met een grote schuld opgezadeld. Dan is dit vooral symbolisch.” Volgens hem zou er een vorm van kwijtschelding moeten komen.
Wonen en internationale studenten: oplossingen of verschraling?
Daarnaast wil het kabinet meer gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten. Minder studio’s en meer samenwonen levert niet alleen snel meer betaalbare woningen op, maar helpt ook eenzaamheid te bestrijden. Dat lijkt een stap in de goede richting, maar Roovers ziet het anders: “Dat is het versoberen van het woningaanbod.” Volgens hem ligt het echte probleem bij het gebrek aan overheidsinvesteringen in de volkshuisvesting. “Structureel wordt er nul euro geïnvesteerd in betaalbare woningen. Zolang je dat niet verandert, los je het probleem niet op.”
Ook internationale studenten krijgen aandacht in het beleid. Onderwijsinstellingen worden verantwoordelijk voor voldoende huisvesting en mogen daarvoor huur vragen. Tegelijkertijd wil de politiek bestuurlijke afspraken maken om de instroom beter te reguleren.
Langens benadrukt dat internationale studenten nodig zijn voor de kenniseconomie: “Daar heb je ook buitenlandse kennis voor nodig. Je moet vooral goed kijken waar je ze wel en niet nodig hebt.”
Roovers vindt dat universiteiten nu verkeerde prikkels hebben: “Universiteiten verdienen meer aan een internationale student dan aan een Nederlandse student. Dat is een verkeerd verdienmodel.” Wel vindt hij dat instellingen dan ook verantwoordelijkheid moeten nemen voor huisvesting.
Mentale gezondheid als speerpunt
Maar geld en woonruimte zijn niet alles. Het mentale welzijn van studenten wordt een belangrijk aandachtspunt. Studentenpsychologen moeten actiever worden ingezet, en er moet worden gezorgd dat mbo’ers minder snel uitvallen. Langens ziet studentenpsychologen als een laagdrempelige eerste stap: “Als je net niet lekker in je vel zit, dan kan je naar zo iemand en hopen dat je het tegen kan houden dat het nog erger wordt.”
Roovers is kritischer: “Er zijn grote tekorten in de geestelijke gezondheidszorg. Als je zegt dat je mentale gezondheid belangrijk vindt, moet je daar ook geld voor uittrekken.” Volgens hem wordt het bestaan voor jongeren juist onzekerder: “De woningmarkt wordt onzekerder, de arbeidsmarkt wordt onzekerder. Dat zorgt voor stress.”
Waar Langens denkt dat studenten per saldo vooruit kunnen gaan, is Roovers sceptisch. Het kabinet belooft verlichting op meerdere fronten, maar of studenten daar daadwerkelijk de vruchten van plukken, zal de komende jaren moeten blijken.






