Duitsland erkent nog geen Palestijnse staat. Eerst moet er werk gemaakt worden van een tweestatenoplossing volgens Minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul. Eerder deze week deden Canada, Australië, Verenigd Koninkrijk, Portugal België en Luxemburg dit wel. Nederland erkent een onafhankelijk Palestina ook nog niet.
Dat het erkennen zo lang duurt kan te maken hebben met de steun die Duitsland biedt. Ze levert veel wapens aan Israël: bijna een half miljard euro, zo’n 11% van hun totale wapenexport. Voor Israël is dit 30% van de totale wapens in de bestrijding van Hamas.
In Augustus koos de Duitse regering er echter voor om te stoppen met wapens sturen naar Israël. Dit besluit ontstond nadat de Israëlische veiligheidsdienst besloot een grondoffensief in te zetten om Gaza-Stad te bezetten. De Duitse regering is van mening dat de wapens alleen ingezet mogen worden tegen Hamas en voor zelfverdediging. Daarom hebben ze er nu voor gekozen alleen beperkte wapens te leveren.
De relatie tussen beide landen is hecht maar bijzonder. De Duitsers voelen zich zwaar verantwoordelijk voor de veiligheid van Israël. In Duitse cultuur heerst dan ook een sterk schuldgevoel als gevolg van de holocaust. In is Duitsland een opmerking of kritiek richting Israël dit snel als antisemitisch.
Het erkennen van een onafhankelijke staat is vooral symbolisch, toch wil Duitsland zich hier nog niet aan wagen. Wadephul vertelt: “Voor Duitsland komt de erkenning van een Palestijnse staat aan het einde van het proces. Maar dit proces moet nu beginnen.” Hij duidt hiermee op die tweestatenoplossing. Dit is geen nieuw idee. Al in 1947 bedacht de VN een plan om onrust te voorkomen in het gebied. Later in de jaren 90 werd er in de Oslo-akkoorden opnieuw een poging gedaan. Beide pogingen waren niet succesvol. Toch is het volgens de meeste landen de beste oplossing.
De Duitse regering wil dus eerst een plan voor de tweestatenoplossing. Als dat realiteit lijkt te worden gaan ze opnieuw kijken en een beslissing nemen.






