De rijksoverheid trekt 260 miljoen euro uit voor musea in Nederland. Brabant profiteert daar nauwelijks van. De provincie telt veel musea, maar geen enkel met een rijksmuseumstatus. Volgens Udo Feitsma, woordvoerder van de Museumvereniging, maakt die status een groot verschil. “De status stimuleert professionalisering, hoogwaardige zorg voor de collectie en een sterke focus op educatie, onderzoek en publieksbereik.”
Het vrijgemaakte geld is bedoeld voor musea die de Rijkscollectie beheren. “De bijbehorende verantwoording en kwaliteitsnormen bij deze status zorgen voor continuïteit en betrouwbaarheid, waardoor het museum duurzaam kan bijdragen aan het behoud en de toegankelijkheid van het Nederlandse erfgoed”, aldus Feitsma.
Brabantse musea, zoals het Noordbrabants Museum in Den Bosch, zijn inhoudelijk van dezelfde waarde, maar vallen buiten de regeling omdat zij niet officieel namens de staat werken.
Oproep voor verandering
Door de ongelijke verdeling van het geld roepen Noord-Brabant, Limburg en Zeeland het Rijk op om het systeem te herzien. Ook Groningen en Drenthe hebben geen enkel rijksmuseum. De 260 miljoen euro gaat daardoor grotendeels naar de Randstad.
De meeste rijksmusea werden opgericht in de negentiende of vroege twintigste eeuw. Sindsdien is de lijst nauwelijks uitgebreid. Het systeem staat bovendien niet open voor nieuwe aanmeldingen. Wie er toen niet bij zat, zit er nu ook niet bij.
De rijksoverheid is terughoudend om musea buiten de Randstad aan te wijzen, vanwege de hoge kosten. Een rijksmuseumstatus brengt namelijk grote financiële verplichtingen met zich mee: tientallen miljoenen euro’s per jaar voor gebouwen, personeel en onderhoud.
Volgens Feitsma biedt de status wel duidelijke voordelen. “Wanneer een museum de rijksmuseumstatus krijgt, betekent dit een belangrijke versterking van de positie. Het museum ontvangt structurele subsidie, het museum wordt dan beheerder van (een deel van) de Rijkscollectie en krijgt daarmee een duidelijke nationale taak. Ook vergroot het de zichtbaarheid en het prestige van het museum. Dit bevordert de samenwerking en de internationale uitwisseling.”






