Het Eurovisie Songfestival blijft ondanks toenemende geopolitieke spanningen voorlopig voortbestaan. Dat stellen songfestivalkenners Tom van den Oetelaar en Paul Geerts. Volgens hen zetten discussies rond de deelname van Israël en mogelijke boycots het evenement onder druk, maar zorgt de groeiende invloed van het festival op de internationale muziekindustrie ervoor dat het zijn betekenis behoudt.
“De buitenwereld gaat steeds meer zijn drempel drukken op het evenement,” concluderen songfestivalkenners Tom van den Oetelaar en Paul Geerts. Vooral door de deelname van Israël ligt het evenement zwaar onder vuur. Volgens Van den Oetelaar heeft Israël het muziekfestival in zijn greep. Volgens hem is dat ook deels de schuld van de EBU. “De European Broadcasting Union blaft maar bijt niet en durft geen duidelijke keuze te maken over de deelname van Israël.”
Geerts schetst een toekomstscenario van het evenement. “Als Israël het Songfestival wint dan hangt de toekomst van het feest aan een zijden draadje. Sommige landen boycotten de Israëlische deelname nu al, maar een Israëlische overwinning kan ertoe leiden dat in de volgende editie nog meer landen weigeren.” Geerts legt uit dat afreizen naar Israël, in de huidige oorlogssituatie, veel zorgen met zich mee brengt over de veiligheid van de mensen. “Dan daalt het onheil van het Songfestival wel heel erg,” zegt Van den Oetelaar.
Toch betekenen de dreigingen niet automatisch het einde van het Songfestival. Op muzikaal gebied is de invloed van het evenement volgens Van den Oetelaar en Geerts vandaag de dag aanzienlijk groter dan in de beginjaren van het Eurovisie. “Artiesten zoals Loreen en Joost Klein laten zien hoe nummers van het festival steeds vaker doorstromen naar de mainstream muziekindustrie”.
“Uiteindelijk blijft het daardoor wel bestaan,” denkt Van den Oetelaar. Toch plaatst hij daar een kanttekening bij. “Het moet niet veel dreigender worden,” zegt hij. “Dus zo optimistisch ben ik er ook nou ook weer niet over.”






