‘Een grote chaos met gebrand hout, verkoolde bomen en afstervende dennen,’ zo beschrijft ecoloog Leo Linnartz het in augustus deels afgebrande bos in natuurgebied Boschhuizerbergen, Noord-Limburg. De oorzaak van de brand blijft onduidelijk, zo blijkt uit een onderzoeksrapport van de brandweer. Maar hoe is het nu met het bos en is de natuur veerkrachtig genoeg om hiervan te herstellen?
Het getsjirp van vogels wordt af en toe overstemd door een trein die voorbij raast. Het is verder stil; de wind blaast zachtjes door de omgeving, maar raakt geen bladeren. Die zijn tijdens het vuur verdwenen. In plaats van vochtig mos ruik je de geur van een net gedoofd kampvuur. Op een tapijt van koolzwarte as staan enkele verschroeide bomen en takken die langzaam afsterven, maar ze worden desondanks vergezeld door piepjonge plantjes.
Nieuw leven
‘Na een aantal maanden zie je dat er weer opnieuw groen tot leven komt’, vertelt Linnartz. ‘Je hebt zonlicht op de bosbodem en stikstof in de grond door verbrande planten en dieren.’ Dit zorgt voor een ideale basis voor voornamelijk grassen en kleine planten. Ook in Boschhuizerbergen begint de natuur langzaam te herstellen.
Toekomst van het natuurgebied
Volgens Linnartz zal het natuurgebied terugvechten, maar nooit meer terugkeren naar wat het vroeger was. De 4000 jeneverbesstruiken, waarvan er nu nog maar 100 over zijn, hebben de grootste klap gekregen. ‘Die zullen niet terugkeren na een bosbrand, omdat zij niet tegen veel stikstof in de grond kunnen.’ Op lange termijn zullen nog veel bomen sterven aan de gevolgen van de bosbrand, voegt Linnartz toe. Door de brand zijn de bomen verzwakt en zullen schimmelen en insecten ervoor zorgen dat de bomen doodgaan.
Terwijl gras en kleine planten zorgen voor groene lichtpuntjes op de donkere bodem, blijft het nog onzeker hoelang dit bos nodig heeft om weer tot leven te komen. Het herstel is er, maar de littekens zullen nog tientallen jaren zichtbaar zijn.












