De Olympische Winterspelen in Milaan werden voor Nederland historisch. Maar liefst twintig medailles werden er behaald, waarvan tien gouden. Met een derde plaats op de medaillespiegel als hoogtepunt, de hoogste klassering ooit, kende Nederland een uitzonderlijk succesvol toernooi. Opvallend was dat alle medailles werden gewonnen in het schaatsen. Hoe komt het toch dat Nederland zo dominant is op dat gebied?
Tien keer goud, zeven keer zilver en drie keer brons. En dat allemaal in het langebaanschaatsen en shorttrack. Geen enkel land op de Olympische Winterspelen is zo afhankelijk van één sport als Nederland. En dat was niet alleen tijdens deze spelen het geval: Nederland bewijst al jarenlang een schaatsland te zijn.
Historisch
Dat Nederland een schaatsland is, is eigenlijk heel logisch. We zijn namelijk een land met enorm veel water, en iedereen weet wat er gebeurt als water bevriest. Eeuwenlang was schaatsen dan ook een praktisch vervoermiddel. In de winter verplaatsten mensen zich massaal over bevroren sloten en grachten.
Ook de nationale schaatsbond (KNSB) laat aan EY Daily weten dat de Nederlandse schaatscultuur bijdraagt aan het succes dat het land al jaren behaalt. “Het schaatsen zit in ons DNA. Als het een paar graden vriest, worden mensen helemaal gek en gaan ze op zoek naar hun schaatsen. Het schaatsen wordt van generatie op generatie doorgegeven.”
In 1909 werd de eerste Elfstedentocht georganiseerd. Die schaatswedstrijd heeft ervoor gezorgd dat schaatsen een nationaal symbool werd en heeft de publieke belangstelling door de jaren heen enorm versterkt, met volle stadions, regionale competities en een grote instroom van talenten als gevolg. Het schaatssucces van TeamNL werd dus al jaren geleden gelegd.
Focus op het schaatsen
De Nederlandse schaatsers wonnen meer dan veertig procent van de beschikbare gouden schaatsmedailles in Milaan. Geen enkel ander land kwam ook maar in de buurt van die prestatie. Maar hoe kan zo’n klein land zo oppermachtig zijn in deze sport?
Dat komt deels doordat in Nederland het grootste deel van de aandacht en financiële middelen naar het schaatsen gaat. De sport heeft binnen het NOC*NSF (de organisatie die de budgetten verdeeld) een uitzonderlijke positie en wordt structureel als topprioriteit behandeld. In andere landen waar schaatsen populair is, zoals Canada, Amerika, Japan en Zuid-Korea, is de focus veel meer verdeeld over verschillende wintersporten. Daardoor worden middelen, talent en aandacht breder gespreid, terwijl Nederland zich sterk concentreert op het schaatsen.
Nederland investeert in absolute zin niet het meeste geld van alle landen in het schaatsen, maar relatief gezien wel. Ongeveer de helft van het totale wintersportbudget gaat naar de schaatssport. Dat betekent niet alleen dat er veel financiële middelen beschikbaar zijn voor schaatsen, maar ook dat de sport binnen het Olympische team als topprioriteit wordt beschouwd. Volgens de KNSB is dan ook niet meer dan logisch, “Ze noemen dat een focusbeleid, meeste geld gaat naar waar het meest te halen valt. En als wij dit hoge niveau willen vasthouden moet er gewoon worden geïnvesteerd in het schaatsen. Het geld hebben wij nodig voor het reizen, salarissen, faciliteiten en de beste trainers.”
Toegankelijk
Dat schaatsen populair is in Nederland, is ook terug te zien in het aantal schaatsbanen. Er zijn bijna twintig kunstijs-langebanen. Met dat aantal staat Nederland tussen landen als Japan en Duitsland in, terwijl die landen natuurlijk vele malen groter zijn. Als je kijkt naar het aantal ijsbanen per hoofd van de bevolking, behoort Nederland tot de absolute wereldtop. Bijna nergens is de dichtheid van 400-meterbanen zo hoog als hier.
De overdekte ijsbanen zijn verspreid over heel Nederland. Waar je ook woont, je hebt vrijwel altijd op redelijke afstand de mogelijkheid om het ijs op te gaan.
In Nederland zijn er ook ruim tweehonderd schaatsverenigingen, een uitzonderlijk hoog aantal voor een land met iets meer dan achttien miljoen inwoners. Per inwoner is er geen enkel land met zoveel schaatsverenigingen.
Ook dat draagt bij aan het landelijke schaatssucces: als je interesse hebt in schaatsen, kun je als kind eenvoudig aansluiten bij een vereniging. Daar kun je al snel trainen met anderen en leer je onder begeleiding van coaches de juiste techniek.
Commerciële ploegen
Wat Nederland ook uniek maakt in vergelijking met andere landen, zijn de commerciële ploegen. Nederland heeft een aantal grote teams, zoals Jumbo-Visma, Reggeborgh en Team Essent. Mede dankzij deze ploegen hebben schaatsers een fulltime profcontract en kunnen zij gebruikmaken van coaches en analisten. Door sponsordeals kunnen honderden schaatsers van hun sport leven.
In andere landen gaat dit vaak anders. Daar wordt meestal getraind via nationale bonden, universiteiten of kleinere teams. Terwijl schaatsers in andere landen hun sport regelmatig combineren met een studie of parttime werk, rijden Nederlandse topschaatsers in commerciële ploegen zoals Jumbo-Visma en Reggeborgh. Daardoor kunnen zij zich volledig richten op het schaatsen.






