COC Nederland en Christenqueer reageren verheugd op het besluit van de Tweede Kamer om conversietherapie te verbieden. Afgelopen week stemde een meerderheid in met het wetsvoorstel ingediend door D66 en VVD.
Aanpassing wetsvoorstel opent de weg naar meerderheid
Eerder dit jaar leek een meerderheid voor het voorstel nog ver weg, maar na een aanpassing van het wetsvoorstel is het toch gelukt om de meerderheid mee te krijgen. De aanpassing van het voorstel maakt duidelijk dat het alleen strafbaar wordt om ‘stelselmatig’ of ‘op indringende wijze’ iemands seksuele gerichtheid te onderdrukken of veranderen. Philip Tijsma, woordvoerder van COC Nederland benadrukt: “Het wetsvoorstel is eigenlijk alleen maar verduidelijkt, want de termen ‘indringend, langdurig en stelselmatig’ stonden ook al in de toelichting.”
Obstakels
Volgens Tijsma hadden sommige partijen dit verbod liever niet gewild. “Partijen, zoals de SGP, hebben blijkbaar niet zo veel bezwaren tegen dit soort praktijken, want die hebben zich continu verzet tegen het verbod.” Tijsma voegt hieraan toe: “Gelukkig hebben we het CDA en de BBB uiteindelijk kunnen overtuigen, waardoor er samen met de partijen die het voorstel hadden ingediend een meerderheid was.”
Tevredenheid over het wetsvoorstel
“Wij zijn gelukkig met dit wetsvoorstel en dit geldt ook voor veel lhbti+ mensen die ermee te maken krijgen. Het betekent ontzettend veel voor mensen dat de Tweede Kamer nu heel duidelijk heeft gezegd: ‘Dit doen we niet meer in Nederland. Dit is verboden.’ Ik denk dat dat het allerbelangrijkste is dat de slachtoffers dit als een grote overwinning ervaren”, vertelt Tijsma.
Ook Gert-Jan van Leeuwen, voorzitter van ChristenQueer en LCC+, zegt blij te zijn met het wetsvoorstel en de duidelijke aanpassing ervan. “Het is nu ook duidelijk dat er nog steeds gesprekken gevoerd mogen worden. Zolang het pastoraat is gericht op het ondersteunen van de persoon, ook volgens de wens van die persoon, dan is dat geen enkel probleem. Als een homo zelf zegt: ‘Ik wil genezen en zelfstandig zo’n pad ingaan’, dan is dat gewoon een ander verhaal. Dan maakt iemand bewust een keuze. Maar daar biedt de wet nu de ruimte voor. Het moet niet zo zijn dat pastoors of mensen binnen de kerk iemand bewust zo’n pad op dwingt, want we weten gewoon uit de praktijken en uit ervaringen van het verleden dat homogenezing niet mogelijk is.”
Tussen symbool en praktijk
Wel vermeldt Van Leeuwen erbij “Een deel van de wet blijft een beetje symboolwetgeving. Daar kunnen we niet omheen, want handhaafbaarheid is lastig in de praktijk, maar soms heb je wetgeving nodig.”
Tijsma zegt hier tot slot het volgende over: “Er zijn een aantal landen om ons heen waar ze recent ook dat soort wetgevingen hebben ingevoerd, waar de eerste veroordelingen plaatsvinden. Kortom: we verwachten zeker dat het helpt. En de kern is dat slachtoffers straks tenminste een instrument hebben. Als mensen dit hebben meegemaakt en achteraf denken: ‘Dit was vreselijk’, dan kunnen ze nu zeggen: ‘Dit was strafbaar. Ik stap naar de politie.’”






