Media-ethicus Huub Evers vindt dat Nederlandse media tekortschieten in het bieden van achtergrond en context bij controversiële politieke begrippen. Volgens hem heeft het publiek recht op uitleg over de herkomst, betekenis en geschiedenis van termen die in het publieke debat opduiken. ‘

In een eerder interview met EY Daily uitte Evers kritiek op de manier waarop media omgaan met de term “Omvolking”. Niet zozeer omdat de term zelf word gebruikt, maar omdat volgens hem vaak onvoldoende wordt uitgelegd waar die vandaan komt en welke betekenis eraan wordt gegeven.
Nu enige tijd later, blijft die kritiek overeind staan.
,,Als ik nu terugkijk, dan mis ik dat eigenlijk nog steeds wel,” zegt hij. ,,Waar komt die term vandaan? Wat bedoelen mensen ermee? Wie heeft hem in het verleden gebruikt? Wat is daar voor of tegen te zeggen? Dat zorgt vragen.
De media-ethicus zegt dat er wel nieuwsberichten zijn gepubliceerd naar aanleiding van politieke discussies en Kamerdebatten, maar ontbrak een uitgebreid verhaal dat de term centraal stelt.
Recht op achtergrondinformatie
Volgens Evers hebben nieuwsconsumenten recht op meer dan alleen verslaggeving van politieke uitspraken. ,,Je moet de feiten en achtergronden brengen,” stelt hij. ,,Het publiek heeft daar recht op.”
,,Die taak ligt vooral bij nieuwsmedia zoals landelijke en regionale kranten, maar ook bij journalistieke televisieprogramma’s die ruimte hebben voor verdieping. Op sociale media ziet hij die rol minder snel terug. Daar is het allemaal korter en vluchtiger,” aldus Evers.
Dilemma’s voor redacties
Tegelijkertijd erkent Evers dat redacties voor een dilemma staan. Wanneer media uitgebreid aandacht besteden aan controversiële begrippen of politieke afwegingen, bestaat volgens hem de angst dat zij onbedoeld bijdragen aan de zichtbaarheid ervan.
,,Misschien denken redacties wel dat ze daarmee toch een beetje reclame maken voor zo’n clubje,” zegt hij.
Dat spanningsveld is niet nieuw. Al jarenlang discussiëren journalisten over de vraag hoe zij moeten omgaan met radicale of extreme politieke stromingen. Te weinig aandacht kan worden uitgelegd als negeren of wegstoppen. Te veel aandacht kan juist een podium bieden.
Volgens Evers bestaat er geen eenvoudig antwoord op die vraag. ,,Je loopt altijd het risico dat politici jouw strategie voor hun eigen doeleinden proberen te gebruiken.”

Niet doodzwijgen
Toch vind Evers dat stilzwijgen geen oplossing is. Hij verwijst naar het oude idee van het zogenaamde cordon sanitair, waarbij media controversiële politieke stromingen zo min mogelijk aandacht geven. ,,Die overtuiging begint steeds minder terug te keren in de media. En terecht, denk ik.”
Volgens hem kunnen politieke partijen een gebrek aan aandacht juist gebruiken om te beweren dat zij bewust worden buitengesloten. Daarom moeten journalisten volgens Evers niet kiezen voor zwijgen, maar voor uitleg en context.
Ook als iedereen het niet leest
Een veelgehoord argument tegen uitgebreide achtergrondverhalen is dat het publiek daar nauwelijks belangstelling voor zou hebben. Lange artikelen worden minder snel gelezen dan kort nieuws.
Evers begrijpt de redenering, maar vindt niet dat dit een doorslaggevend argument mag zijn.
,,Wie leest dat nou?” is volgens hem een vraag die redacties zichzelf kunnen stellen. Toch blijft hij erbij dat die verhalen gemaakt moeten worden. Zelfs wanneer slechts een deel van het publiek de verdieping leest, moeten media de mogelijkheid bieden om zich goed te informeren.”
Journalistieke verantwoordelijkheid
De kritiek van Evers raakt daarmee aan een bredere discussie binnen de journalistiek. Moeten media zich beperken tot het registeren van politieke uitspraken, of hebben zij ook de taak om begrippen, ideeën en ideologieën actief van context te voorzien?
Voor Evers is het antwoord duidelijk. Journalistiek gaat niet alleen over het doorgeven van het nieuws, maar ook over het bieden van de kennis die burgers nodig hebben om het nieuws goed te begrijpen.
,,Je moet de feiten en de achtergronden brengen,” zegt hij. Dat is de taak van de journalistiek.






