De Nederlandse brandweer is onvoldoende voorbereid op grote rampen die lang duren of tegelijkertijd plaatsvinden. Dit concludeert de inspectie van Justitie en Veiligheid. Vooral wanneer veiligheidsregio’s elkaar moeten bijstaan, komt de reguliere brandweerzorg onder zware druk te staan. “Tot nu toe is het bij toeval goed gegaan bij grote, recente branden,” aldus waarnemend inspecteur-generaal Liesbeth Huijzer.
De inspectie wijst op structurele problemen: een tekort aan personeel en specialistisch materieel. Er is vaak onduidelijkheid over wie de leiding heeft tijdens grootschalige incidenten. Vakbond Federatie Nederlandse Vakbeweging noemt de conclusies ’zorgwekkend, maar niet verassend’ De druk op brandweerlieden blijft toenemen, zowel mentaal als fysiek.
Volgens brandweerman Giel Smits krijgt de Tilburgse brandweer steeds vaker te maken met grote uitgagingen, vooral bij natuurbranden en andere grote incidenten. Kleine branden zijn meestal snel onder controle, maar bij grotere branden wordt het moeilijker. “Als een ploeg of voertuig naar een grote brand gaat, dan zijn ze hier tijdelijk niet beschikbaar,” legt Smits uit. “Andere kazernes uit de omgeving moeten dan in Tilburg bijspringen als er iets gebeurt.”
Bij grotere incidenten lijkt het soms onduidelijk wie de leiding heeft, maar volgens Smits is dat simpel: bij middelgrote incidenten coördineert de Officier van Dienst de inzet, en bij grote incidenten neemt de Hoofd Officier van Dienst het over en zorgt voor goede samenwerking met andere hulpdiensten.
Brandweerpersoneel staat constant onder druk. Het werk van de brandweer is zwaar,” vertelt Smits. “Lange diensten, zwaar materieel en voortdurende paraatheid vragen veel van je lichaam. Tijdens je dienst kan je elk moment worden opgeroepen, dus even rustig eten of iets leuks doen zit er niet in.”






