Prinsjesdag draait niet alleen om de troonrede en de rijtoer, maar óók om mode. Naast de koninklijke familie – dit jaar met Máxima en al haar drie dochters in de spotlights – trokken ook Kamerleden en gasten de aandacht. Vooral de hoedjesparade blijft een opvallend element.

Waarom de hoedjes?
Op de derde dinsdag van september worden in Den Haag niet alleen de troonrede en de koets verwacht, maar óók de hoedjes. Prinsjesdag is hét moment waarop vrouwelijke politici, partners en leden van het Koninklijk Huis verschijnen in de meest uiteenlopende hoofddeksels. Maar waar komt die traditie eigenlijk vandaan?
Erica Terpstra als trendsetter
De hoedjesparade begon in 1977 met Erica Terpstra, oud zwemkampioene en kersvers VVD-Kamerlid. Tijdens haar eerste Prinsjesdag droeg ze een hoed, destijds ongebruikelijk. Alleen koningin Juliana, prinses Beatrix en soms andere royals zetten er een op. Terpstra vond dat de 21 vrouwelijke Kamerleden te weinig opvielen tussen alle mannen. Haar redenering was simpel: “Als je tijdens Prinsjesdag geen hoed draagt, wanneer dan wel?” Daarmee zette ze een traditie in gang die snel navolging kreeg.
Van uitzondering naar traditie
Wat begon als een eenmalige actie groeide uit tot een vast onderdeel van Prinsjesdag. Inmiddels hoort de hoed onmiskenbaar bij deze dag. Voor politici én hun partners is het hét moment om zich stijlvol te presenteren, naast de koninklijke familie die vaak kiest voor tiara’s, diademen of haar accessoires.
Hoedjes-etiquette
Rond de hoedjes bestaan ongeschreven regels. Zo wordt het als ‘not done’ gezien om een hoed te dragen die groter of opvallender is dan die van de koningin. Toch zijn de grenzen de laatste jaren losser geworden. Máxima kiest geregeld voor een elegante haarband, en ook prinsessen Amalia en Alexia kiezen vaker voor subtielere haardecoraties. Dit jaar viel vooral Ariane op, die voor het eerst aanwezig was en een hoedje droeg uit de kast van haar moeder.

Trends 2025
Naast de royals sprongen twee kleuren eruit in het publiek: butter yellow en koningsblauw. Geel straalt optimisme en frisheid uit en is dé kleur van dit jaar. Blauw staat voor traditie en waardigheid.
Maar niet alle outfits waren puur mode. Meerdere politici gebruikten hun kleding om een politiek signaal af te geven. Een groot deel van de Eerste Kamer verscheen in het rood, als protest tegen het geweld in Gaza. Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) droeg een blouse met watermeloenmotief, hét symbool van het Palestijnse volk. DENK-Kamerlid Doğukan Ergin koos voor een overhemd met het zwart-witte keffiyehpatroon.
Aan de andere kant maakte Caroline van der Plas (BBB) juist een statement in Israëlische kleuren: een blauw-wit jasje, gecombineerd met een gele sjaal als verwijzing naar de gijzelaars. Op haar hoofd droeg ze een blauwe hoed met rood-wit-blauw lint.
De hoedjesparade mag door de jaren heen van vorm en betekenis veranderd zijn – van brede hoeden tot subtiele haarbanden, van etiquette tot politieke statements – maar één ding blijft overeind: Prinsjesdag is zonder hoedjes simpelweg ondenkbaar. Elk hoofddeksel vertelt een verhaal en samen kleuren ze de derde dinsdag van september tot een traditie waarin mode, macht en symboliek samenkomen.






