Afgelopen weekend was de laatste ronde van de Spaanse Vuelta. Hoewel het gepland was dat deze wielerwedstrijd gewoon in Madrid zou eindigen, bleek niets minder waar. Een hoop pro-Palestina-demonstranten verstoorden de finish, waardoor de race eerder afgebroken moest worden. De Spaanse minister-president Pedro Sánchez laat weten dat hij deze demonstranten steunt. Hij noemt dit ‘een stap voorwaarts bij de verdediging van de mensenrechten’.
“Palestina heeft de Vuelta gewonnen.” Dat klonk overal toen bekendgemaakt werd dat de wielerwedstrijd vroegtijdig stopte. “Wat triest om zo’n beschamend beeld van de Vuelta te geven” verscheen kort daarna op de socials van oppositieleider Alberto Núñez Feijóo. “In plaats van dat de ministers het aanmoedigen, moet de regering het veroordelen, aan de kaak stellen en voorkomen.” Toch zong Sánchez een ander toontje. Nadat hij zijn absolute erkenning uitsprak voor de atleten, ging hij door over het protest. “Trots om een land zo multicultureel te zien als het onze, zo territoriaal divers, maar toch zijn we het allemaal eens over een rechtvaardige zaak als de mensenrechten. Lang leve de mensenrechten en lang leve het Spaanse volk!”
De minister van Buitenlandse Zaken van Israël, Gideon Sa’ar, heeft dit ook meegekregen. “De pro-Palestijnse menigte luisterde naar de opruiende berichten en viel de Vuelta Ciclista a España aan. Zo werd het sportevenement, dat altijd een bron van trots voor Spanje was geweest, afgelast,” begint hij. De spanningen tussen de twee liepen van de week al hoog op, nadat Sánchez had gezegd dat het hem betreurde dat hij geen atoombom heeft, zodat hij Israël zelf tegen zou kunnen houden.






