Inleiding
Het vertrouwen in de media staat steeds vaker ter discussie. In een samenleving waarin polarisatie een prominente rol speelt, ligt de beschuldiging van partijdigheid al snel op tafel. Voor publieke omroepen zoals de NOS is dat extra relevant.
Sinds het uitbreken van het geweld tussen Israël en Hamas op 7 oktober 2023, staat de berichtgeving hierover volop in de belangstelling. De NOS kreeg van verschillende kanten kritiek: volgens sommigen zou de verslaggeving te veel in het voordeel van Israël zijn, terwijl anderen juist vonden dat de NOS te veel de kant van de Palestijnen koos. Die uiteenlopende reacties roepen de vraag op hoe onafhankelijk de NOS werkelijk is in haar journalistieke keuzes.
In dit stageonderzoek wordt daarom onderzocht in hoeverre de NOS journalistiek onafhankelijk opereert. Daarbij wordt gekeken naar hoe de organisatie verslag heeft gedaan van de oorlog in Gaza, welke keuzes er gemaakt worden in woordgebruik en framing, en hoe de redactie omgaat met kritiek van buitenaf.
Verwonderen
De rol van de NOS t.o.v. de berichtgeving over de oorlog in Gaza was voor mijn stageperiode al een veelbesproken onderwerp in de media. Maar tijdens mijn stageperiode kwam ik erachter dat het in de wandelgangen ook een dagelijks onderwerp is.
Het probleem is dat verschillende partijen beweren dat de NOS onpartijdig hun items maakt en artikels schrijft. Zo krijg je bijvoorbeeld te horen dat de NOS een antisemitische organisatie is die te veel aandacht geeft aan Palestijnse burgerdoden. Aan de andere kant hoor je dat de NOS zionisten zijn die gesponsord worden door Israëlische lobbyisten. Ik heb natuurlijk de twee uiterste voorbeelden gebruikt om te benadrukken dat er groepen zijn die de objectiviteit van de NOS ten twijfel trekken.
De buitenlandredactie handelt dagelijks met deze beschuldigingen. Niet iedereen deelt dezelfde mening over hoe de NOS hun berichten moet opstellen. Kortom, in mijn stageperiode is er altijd discussie over geweest zonder enige conclusie.
Verdiepen
Vanaf het begin is de journalistieke onafhankelijkheid onder de loep genomen. In oktober 2023 publiceerde OneWorld een media analyse van journalist Marieke Kuypers. Daarin claimt zij dat er onevenwichtige taal in de artikelen van de NOS over Israël/Gaza staat.
Een ander belangrijk punt dat Kuypers aankaart, is de ongelijke representatie van slachtoffers. Israëlische burgers krijgen vaker een naam, gezicht en persoonlijke context, terwijl Palestijnse doden vaak anoniem en in aantallen worden gepresenteerd. Daardoor ontstaat een scheef beeld waarin de menselijke kant van Palestijnen onderbelicht blijft.
Organisatie ‘Christenen voor Israël’ kwam ook met een bericht; namelijk dat de NOS Israël telkens in een kwaad daglicht zet. Zij beweren dat verhalen over het Israëlische leger uit context worden gezet om het imago van Israël te schaden. Ze beweren dat Hamas in een onterecht milder daglicht wordt gezet. Ze claimen zelfs dat de onjuiste berichtgeving de toename van antisemitisme in Nederland veroorzaakt.
De ombudsman voor de publieke omroepen heeft in het begin van de oorlog veel klachten binnengekregen over de berichtgeving, maar ook het woordgebruik van de NOS. Bestempel je Hamas als vrijheidsstrijders of als terroristen? Is het Israëlische leger bezig met een operatie of een oorlog? Daar hebben veel mensen vragen over.
Recentelijk is er ook allerlei ophef geweest. Op 31 mei organiseerde Extinction Rebellion een demonstratie tegen de NOS met de slogan: ‘NOS, wees eerlijk’. Zij zeggen dat de NOS niet eerlijk is in hun berichtgeving, door bijvoorbeeld niet te erkennen dat Israël genocide pleegt. Ze hopen dat de NOS stopt met ‘misleidende frames en nepneutraliteit’ in hun berichtgeving.
Maar niet iedereen is negatief over de manier waarop de NOS het nieuws maakt. Traditionele media worden nog steeds als een van de meest betrouwbare bronnen geschat, blijkt uit een Ipsos-onderzoek van mei 2024. En uit het Digital News Report van 2025 springt de NOS boven alle omroepen uit qua algemene betrouwbaarheid, hoewel het cijfer wel is gedaald van een 7,4 naar een 7,1. Al met al zijn er zijn genoeg mensen die opkomen voor de NOS.
In hetzelfde dossier van de ombudsman voor de publieke omroepen, staat dat de berichtgeving van de NOS ‘in balans is’. Verschillende opiniestukken steunen de NOS en de journalistiek in het algemeen, die naar hun mening wordt ‘afgebroken, niet bekritiseerd’. Dat staat in een opiniestuk van BNNVARA.
Mediafiguur Arjen Lubach heeft ook zijn mening gedeeld. Dit zegt hij over de Extinction Rebellion demonstranten: “Kritiek op journalisten is niet verboden. De NOS maakt ook fouten, net als iedereen. Maar als je roept dat de NOS bewust de waarheid verdraait, dan verdraai je zelf de waarheid. En uiteindelijk gaat dat ten koste van de vrije, onafhankelijke pers. De NOS moet zelf zijn woorden kiezen. Zo werkt het.”
Kortom, er is veel aandacht m.b.t. de berichtgeving van de NOS. Niet alleen door kijkers, maar ook organisaties en journalisten. Elke persoon heeft weer een andere mening, waardoor het tot de dag van vandaag een gespreksonderwerp is.
Onderzoeksvraag
Na mijn research kwam ik er dus achter dat er veel vraagtekens en speculaties zijn wat betreft de berichtgeving van de NOS. De ene zegt dat de NOS onpartijdig is, de andere vindt dat ze in hun producties dingen verzwijgen. De vraag die naar mijn mening gesteld moet worden is: Is de berichtgeving van de NOS over de oorlog in Gaza journalistiek onafhankelijk?
Onderzoeksresultaten
Direct nadat de oorlog in Gaza begon, publiceerde de NOS hoe zij nieuws verslaan over deze oorlog. Op 20 oktober verscheen zo’n artikel, genaamd: ‘Zo doet de NOS verslag van de oorlog in Israël en Gaza’. In het artikel wordt verteld dat er een heel team correspondenten, buitenlandredacteuren en freelance journalisten helpen om ervoor te zorgen dat het nieuws zo waarheidsgetrouw mogelijk is.
Buitenlandse journalisten mogen de Gazastrook niet in, en dat schaadt de journalistieke objectiviteit. Volgens de NOS werken ze nauw samen met lokale journalisten om het nieuws te verifiëren. Ook in Hilversum zijn er redacteuren die specifiek bezig met het verifiëren en selecteren van beeld.
Dit heeft de hoofdredacteur van de NOS te zeggen over de woordkeuze die ze maken:
Ook de woorden die de media kiezen, leiden tot speculatie over de motieven daarachter. Wel of niet het woord ‘terreur’ gebruiken als het gaat om Hamas, wel of niet spreken van ‘burgerslachtoffers’, het woord ‘oorlog’ gebruiken of juist ‘conflict’, of spreken over ‘vermoord’ of ‘omgekomen.’ We krijgen vele e-mails en dm’s waarin mensen hun opvattingen delen.
Het is niet aan ons om opvattingen te hebben over al die opvattingen: de taak van de NOS is om het publiek te informeren. Zodat vervolgens onze kijkers, luisteraars en lezers hun eigen opvatting kunnen vormen. Wij voeren geen agenda, ook al denken sommigen die nog zo duidelijk te zien. Wij doen aan journalistiek.
Volgens de NOS wordt elk verhaal over de oorlog in Gaza dus zorgvuldig bekeken. Van de invalshoek, tot de woordkeuze. Ze verifiëren hun bronnen en stellen fouten recht als ze die gemaakt hebben. Om een beter beeld te krijgen van hoe deze afwegingen in de praktijk worden gemaakt, sprak ik met Wilma Haan, de adjunct-hoofdredacteur van de NOS.
Ze vertelt dat het aan het begin van de recentste oorlog die anderhalf jaar geleden begon, verschillende fases had: “De eerste fase ging over 7 oktober en de directe reacties daarop. Toen dachten we natuurlijk nog heel erg op die terreuraanslag in Israël. Ik denk dat we toen behoorlijk goed erin zijn geslaagd. Dat is een beetje een raar woord in dit verband. Maar om in de eerste lijn dit te verslaan. Want dat is wat we hier te doen hebben.”
De verslaggeving ging eerst over de terreuraanval van Hamas op Israël, aldus Wilma, maar door de tegenreactie van Israël en alles wat daarna is gebeurd, is de journalistieke lens veranderd: “Ja, in de maanden daarna is denk ik de journalistieke focus verbreed. Elke dag weer kijken wat er nou precies gebeurt. Voor zover dat lukt en waar dat niet lukt. Weggetjes vinden om toch te kijken wat de situatie in Gaza is. Want de focus is natuurlijk wel verlegd naar Gaza. Eerst was het een focus op Israël en Gaza. En nu is het zoeken naar wat er precies gebeurt. Dat gaat nu vooral over Gaza.
Israël is meer een politiek verhaal of een maatschappelijk verhaal geworden. Dat is heel moeilijk. En dat gaat denk ik ook met vallen en opstaan nog steeds goed, dankzij hele goede mensen in de regio.”
Wilma Haan begrijpt de kritiek die van verschillende mensen komt over de woordkeuzes van de NOS: “Ik vind de vaststelling heel belangrijk dat die kritiek die er inderdaad wel is van heel veel kanten komt. Ik denk dat er zo nu en dan heel terecht kritiek is op de onzorgvuldigheid. Of op een fout misschien zelfs. Ik vind dat bij goede journalistiek hoort dat als je ergens onzorgvuldig bent geweest of een fout hebt gemaakt, Dat je dat heel ruimhartig recht zet. Dat doen we ook altijd. We zijn heel blij met kritiek of opmerkingen.
Als het gaat bijvoorbeeld om woordkeuzes. Hebben we her en der een keer gedacht dat we dat moeten aanpassen. Maar vaker worden we via kritiek op woordkeuzes gedwongen tot een bepaalde stellingname, of een bepaald perspectief dat ook niet per se het journalistieke perspectief op dat moment is. Dus er zit heel veel, altijd natuurlijk, maar bij dit nieuws meer dan gemiddeld, heel agenda gedreven kritiek in. En die is natuurlijk best ingewikkeld soms.”
Er is een duidelijk gesprek aanwezig over de woordkeuzes en dergelijke. Een jaar na de gebeurtenissen op 7 oktober blikte de hoofdredactie terug op een jaar verslaggeving in Israël en de Palestijnse gebieden. Dit hebben ze te zeggen over de journalistieke onafhankelijkheid van de NOS:
“Als publieke omroep heeft de NOS een grote verantwoordelijkheid voor zorgvuldige berichtgeving, zeker als de spanning oploopt. En die verantwoordelijkheid wordt op al onze deelredacties, die 24/7 publiceren op een heel groot aantal platformen, zeer sterk gevoeld. Ondanks een enorme journalistieke inzet en zorgvuldigheid zijn we feilbaar en staan we open voor aanvullingen en kritiek.
En die kritiek is er. Soms terecht, of aanleiding voor uitleg over onze werkwijzen of de beperkingen waarmee we moeten werken. Die transparantie hoort bij goede journalistiek, net zoals het ruimhartig rechtzetten van missers.
We weten dat de NOS-berichtgeving over de oorlog in het Midden-Oosten onder een vergrootglas ligt, en dat vergrootglas houdt ons scherp. Het is problematischer als de NOS wordt beschuldigd van het hebben van juist dat ene dat we niet hebben: een agenda. Als journalistieke onafhankelijkheid of de perspectieven van een ander niet meer worden getolereerd.”
De conclusie van de hoofdredactie is duidelijk: zij zeggen dat ze compleet onafhankelijk zijn in hun berichtgeving. Eduard Cousin, oud-journalist van de NOS die is overgestapt naar het Rights Forum, denkt daar anders over. Hij heeft jarenlang bij de NOS gewerkt als freelancer, en vindt dat de NOS bij lange na niet zo onafhankelijk is:
“Je ziet een enorme disbalans in de berichtgeving. Ik vind het zelfs een onethisch slechte berichtgeving. Dat zie je aan wie zij aandacht geven. Er is een heersend beeld bij de NOS wat wel of niet goed is.”
Eduard vindt dat de NOS te eenzijdig is in hun berichtgeving, en dat je duidelijk ziet wie zij dan zouden ‘steunen’: “Er zit een duidelijke ‘bias’ in de berichtgeving, en die zit aan de kant van Israël. Ik denk dat er in de NOS een duidelijke overtuiging is dat Israël de morele actor is in de oorlog. Je ziet dat Hamas mensen ‘vermoord’, maar als Israël de dader is, zijn er mensen ‘omgekomen’.”
Het probleem ligt volgens Eduard niet aan de redacteuren zelf, maar echt bij de hoofdredactie. Hij zegt zelfs dat er subtiel wordt gecensureerd: “Er werken echt goeie redacteuren bij de NOS, die allemaal hun best doen. Maar er heersen bepaalde ideologische termen binnen de hoofdredactie. Zij zien duidelijk een dader en slachtoffer. Als je een artikel over Hamas schrijft, wordt er door de hoofdredactie gelijk het woord ‘terroristisch’ toegevoegd. En bij artikelen worden sommige woorden absoluut eruit gehaald.”
“Het is een heel denkpatroon, die eerst niet als censuur voelt” meldt Eduard. “Maar het worden frames die langzamerhand waarheden worden. Bij censuur denk je aan iets anders, maar wat hier gebeurt lijkt hetzelfde.”
Het laatste dat Eduard wil meegeven, is dat de NOS eerlijker moet zijn in hun berichtgeving en dat ze hun journalistieke rol beter moeten vervullen: “De NOS moet eerlijker schrijven. Eerlijker in de zin van: wanneer gebruik je emotionele termen? Je kan emotionele termen niet eenzijdig gebruiken.”
“In een conflict situatie is het onwenselijk om objectief te zijn. Objectiviteit kan gevoelsmatig subjectiviteit laten zien. Het is vaak twee kanten tegen elkaar zetten. Dat is enigszins prima, maar laat je zien wat er echt is gebeurd? Objectiviteit is hetzelfde als twee mensen vragen of het regent, dat de ene dan ja zegt en dat de andere nee zegt, en dat schrijf je op. Maar als je waarheidsgetrouw bent, ga je naar buiten kijken om te zien wat er daadwerkelijk gebeurt. Ik vind dat de NOS meer waarheidsgetrouw moet zijn.”
Conclusie
Er is veel gezegd en geschreven over de berichtgeving van de NOS. Het is journalistiek onafhankelijk, het is bevooroordeeld, het is antisemitisch, het is pro-Palestijns, etc. Er zijn veel onderzoeken gedaan of de NOS daadwerkelijk subjectiever handelt dan dat ze denken. Met alle bronnen die ik heb verzameld en de gesprekken die ik heb gevoerd, ben ik tot deze conclusie gekomen:
De intentie van de NOS is om op een objectieve en feilloze manier nieuws te verslaan over de recente ontwikkelingen van de oorlog in Gaza. De NOS gebruikt hierbij het ‘en-en’ principe. Ze geloven dat twee waarheden niet gelijk een leugen maken, en dat zie je terug in hun berichtgeving, maar ook in de kritiek die ze krijgen. Zowel pro-Israëliërs als pro-Palestijnen verwijten de NOS van eenzijdige, onvolledige journalistiek.
Je zou kunnen beweren dat de woordkeuze van de NOS niet journalistiek onafhankelijk is. Achter elke woordkeuze zit een bepaalde agenda en frame in, bewust of onbewust. De NOS is wel transparant over de woordkeuzes die zij gebruiken, zoals in dit artikel waar ze de term ‘genocidaal geweld’ gebruiken en de reden daarvan enigszins uitleggen. De woordkeuze is controversieel, maar het betekent niet dat de NOS gelijk een kant kiest. Hoe je het ook went of keert, de woordkeuzes van de NOS zal nooit passend zijn voor iedereen.
Lang verhaal kort: de berichtgeving van de NOS is niet helemaal journalistiek onafhankelijk, maar kan zich daarin wel verbeteren. De berichtgeving van de NOS over de oorlog in Gaza is meestal in balans, maar je kan niet ontkennen dat ze nooit (on)bewust een kant hebben gekozen of frames hebben gebruikt om bepaalde meningen over te brengen. Naar mijn mening kan je dat niet voorkomen bij een journalistiek bedrijf die allerlei redacteuren heeft met verschillende meningen. Bij dit soort nieuws hebben veel mensen van tevoren al uitgesproken opvattingen, wat het moeilijk maakt om de berichtgeving objectief te maken en ervaren.
Ondanks mijn conclusie denk ik dat de NOS een cruciale rol speelt in het brengen van nieuws over de oorlog aan het Nederlandse publiek. Kijkend naar de journalistieke taak van de NOS – het bieden van eerstelijns nieuws aan een breed publiek – valt er weinig aan te merken op hun aanpak. Ondanks de kritiek opereert de NOS doorgaans op een onafhankelijke en zorgvuldige manier.





