Deze jaarwisseling bezochten naar schatting 1.239 mensen met vuurwerkletsel een Spoedeisende Hulp-afdeling (SEH) of een huisartsenspoedpost. Dat is 7% meer dan vorig jaar, blijkt uit cijfers van VeiligheidNL.
Bijna de helft hiervan was een omstander. Volgens Spoedeisende Hulp-Arts David Baden is er bij hen vaak minder erge verwondingen te zien. Slachtoffers die zelf het vuurwerk afsteken hebben vaker oog- en hoofdletsel, omdat zij dichter bij het vuurwerk staan.
Letsel
Het grootste deel van al het letsel werd veroorzaakt door legaal oudejaarsvuurwerk. Toch was illegaal vuurwerk verantwoordelijk voor het grootste aantal incidenten op de Spoedeisende Hulp. In totaal werd 56% van het letsel dat op de SEH behandeld moest worden veroorzaakt door illegaal vuurwerk. Hiervan was 28% door zwaar illegaal vuurwerk.
Net als in voorafgaande jaren waren brandwonden de meest voorkomende vorm van letsel, met name aan de handen, vingers en het hoofd. Daarnaast liep 7 procent van de slachtoffers ook gehoorschade op. Dit jaar was er bovendien sprake van ongeveer twintig amputaties, terwijl dit er in eerdere jaren rond de tien waren. “Waar dit precies aan ligt, is lastig te zeggen,” vertelt Baden. Hij denkt dat het aan twee dingen ligt. Zo staken er dit jaar zo’n veertig slachtoffers, met name kinderen, niet-afgegaan vuurwerk af dat op de grond lag. Hierdoor zijn er dit jaar meer kinderen gewond geraakt dan andere jaren. “Kinderen hebben minder inzicht in wat gevaarlijk is. Zij zien dan nog vuurwerk op de grond liggen en willen dat stiekem aansteken.”
Een andere reden blijft de omgang met vuurwerk. Mensen experimenteren met illegaal vuurwerk, en dat kan ernstig letsel opleveren. Tijdens de jaarwisseling vielen, voor zover bekend, twee dodelijke slachtoffers. In november vorig jaar overleed daarnaast iemand als gevolg van een vuurwerkongeval.
Demografisch
Uit de cijferreportage van VeiligheidNL blijkt dat het ook dit jaar met name gaat om mannelijke slachtoffers van 16 jaar of ouder. Ondanks het afsteekverbod in de steden Amsterdam, Rotterdam en Utrecht werd een derde van de vuurwerkslachtoffers behandeld in deze veiligheidsregio’s.






