“Je had van me af moeten blijven. Ik wil dat het afgelopen is en dat ik verder kan met mijn leven. Regelmatig heb ik nog last van wat je bij mij hebt gedaan.” Dat zijn de woorden voor de man die ervan verdacht wordt een verstandelijk beperkte vrouw te hebben verkracht.
Ze zwaait naar hem wanneer hij terugkomt van zijn werk en vraagt kort daarna of hij bij haar moeder een bed in elkaar wil zetten vanwege de verhuizing. De man helpt met klussen en schilderen in het nieuwe appartement. Het contact verloopt volgens hem vooral via haar moeder. Hij vertelt met de vrouw zelf geen nauw contact te hebben. Toch bleek dat anders te zijn. Er werd veel gebeld en geappt, ook met een erotische toon. “Daar ben ik toen in meegegaan,” verklaart de verdachte in de rechtszaal. Bij een volgende keer zou hij hebben gezegd dat ze daarmee moesten stoppen.
Wisselende verklaringen
De rechtbank confronteert hem met de tegenstrijdigheid: hij vertelt altijd afstand te hebben gehouden, maar had wel seksueel getinte videogesprekken met het slachtoffer. “Dat was dom,” zegt hij. Volgens het slachtoffer bleef het niet bij beeldbellen en foto’s. Zij verklaart dat hij haar heeft aangerand toen zij bij hem thuis naar kerstverlichting kwam kijken. Een week eerder, toen hij een kast in elkaar zette in haar appartement, zou hij haar hebben verkracht. Op haar verjaardag zou opnieuw seksueel contact hebben plaatsgevonden.
De verdachte ontkent dit. “Dat is echt niet waar,” zegt hij. Hij erkent dat zij één keer bij hem thuis is geweest, maar vertelt dat er nooit seks heeft plaatsgevonden. “Ik heb haar nooit lichamelijk betast.” Dat zij later verklaarde dat ze een relatie zouden hebben sinds augustus en dat ze dat geheim moest houden, wijt hij aan haar verliefdheid en teleurstelling toen hij in december een nieuwe relatie kreeg. Opvallend is dat zijn verklaringen bij de politie en in de rechtszaal op onderdelen verschillen. De officier van justitie noemt hem daarom ongeloofwaardig.
Kwetsbaarheid van het slachtoffer
Centraal in de zaak staat de geestelijke gesteldheid van het slachtoffer. Deskundigen concluderen dat haar emotionele ontwikkeling vergelijkbaar is met die van een kind tussen de drie en zeven jaar. Ze kan beperkt onderscheid maken tussen vriendschap en een liefdesrelatie en kan haar seksuele grenzen niet goed aangeven. De officier van justitie benadrukt dat de verdachte wist van haar beperking. Ze woonde op 51-jarige leeftijd nog bij haar moeder en had begeleiding. “Binnen zeer korte tijd moet het duidelijk zijn geweest dat zij beperkt was,” aldus de officier. “Het slachtoffer was niet in staat om hiertegen weerstand te bieden.”
Volgens het Openbaar Ministerie heeft de verdachte misbruik gemaakt van zijn overwicht. “Hij is berekend te werk gegaan en neemt geen enkele verantwoordelijkheid.” Het OM eist een gevangenisstraf van twintig maanden. Daarnaast wordt een schadevergoeding van 12.500 euro gevorderd en een locatie verbod in de omgeving van het slachtoffer.
De verdediging pleit voor vrijspraak
Volgens de advocaat is er geen objectief bewijs voor verkrachting en wordt de verklaring van zijn cliënt onvoldoende weerlegd. Dat de vrouw hem veel belde en het “fijn vond dat hij er vaak was”, zou juist tegen dwang spreken. De advocaat wijst erop dat de moeder tot 2 januari niets zou hebben gemerkt van problemen. Pas nadat de verdachte een nieuwe relatie kreeg en zijn vriendin bleef slapen, zou de vrouw boos en teleurgesteld zijn geweest. “Ik ben verliefd op hem geworden,” heeft zij zelf verklaard. Volgens de verdediging is het aannemelijk dat zij zich gebruikt voelde en vanuit die emotie beschuldigingen is gaan uiten, mede beïnvloed door haar beperking. De verdachte zelf zegt dat hij niets heeft gemerkt van negatieve signalen.
Volgens het OM is de verklaring de verdachte zeer ongeloofwaardig. Er zijn daarentegen geen signalen dat het slachtoffer het verhaal verzint. De rechtbank doet op 31 maart uitspraak. Voor het slachtoffer staat één ding vast, ongeacht de uitkomst: “Ik wil dat het afgelopen is en dat ik verder kan met mijn leven.”






