TILBURG – Ook dit jaar worden de treinkaartjes weer duurder, met een stijging van maar liefst 6,5 procent. Vaak wordt geroepen dat dit komt doordat de NS als overheidsbedrijf in de markt is gesprongen. Maar is dat echt zo? En wat betekent het eigenlijk als een bedrijf privaat wordt? ‘‘De NS mag geen overwinst maken.’’
1. Wat is privatisering?
In het bedrijfsleven bestaan er twee typen bedrijven: publieke en private bedrijven. In het eerste geval is het bedrijf gedeeltelijk overheidseigendom. Een privaat bedrijf bevindt zich juist in de markt, en moet ook kunnen concurreren. Privatisering is het proces waarbij publieke bedrijven zich losmaken van de overheid door bijvoorbeeld hun aandelen te verkopen.
Paul de Bijl, hoofdeconoom bij de Autoriteit Consument en Markt, vertelt: ‘‘De NS is nog steeds eigendom van de overheid. Maar, ze zijn wel verzelfstandigd – op wat meer afstand van de overheid gezet. De NS moet zelf de broek ophouden en ook proberen met de inkomsten van de reizigers een beetje rendement te maken voor de schatkist. Bij een echt overheidsbedrijf hoeft dit niet, maar die marktprincipes worden dus wel toegepast bij een verzelfstandigd overheidsbedrijf.’’
2. Zijn er risico’s?
De Bijl: ‘‘De NS is ook nog een monopolist. Dat levert in het algemeen problemen op omdat consumenten dan niet kunnen kiezen. Een monopolist kan zijn prijzen ook verhogen, als deze weet dat het de enige is. Als je dat dan ook nog privatiseert en het bedrijf winst laat maken, dan verergeren dat soort problemen zich.
De Nederlandse Spoorwegen dient dus ook een maatschappelijke functie: ze zorgen ervoor dat wij allemaal naar ons werk kunnen. Het ondersteunt de maatschappij en de economie. Dat is een hoger doel dan alleen de winst van het bedrijf. Als er een hoger doel is, is het ook helemaal niet noodzakelijk dat zo’n bedrijf per se winst moet maken. Over het algemeen kun je monopolist dus beter in publieke handen houden – dan houd je er meer grip op. Zeker als het een belangrijke maatschappelijke functie heeft. Als nadeel moet je dan wel een beetje efficiëntie mogelijk op de koop toe nemen.”
Maar toch zijn er ook andere voorbeelden. Bij de voorgangers van PostNL en de KPN werd de opkomende technologie en innovatie de overheid bijvoorbeeld te lastig. Dat konden marktpartijen beter. Ook gingen de lonen en de arbeidsvoorwaarden daarmee omlaag. Je wilt niet iets publiek houden, als dat net zo goed, of beter, door commerciële bedrijven gedaan kan worden.’’
3. Voor wie is dit voordelig?
‘‘De voordelen kunnen bij zowel de consument als het bedrijf liggen. Als je een bedrijf privatiseert/verzelfstandigt, stel je een bedrijf ook meer bloot aan de werking van de kapitaalmarkt. Dan krijg je winstgerichte aandeelhouders die ook meer druk uitoefenen – meer dan de overheid dat zou doen. Dan krijg je ook een zakelijkere benadering van het management. Bedrijven kunnen meer sturen op efficiëntie, zodat kosten verlaagd worden. Dat zou kunnen komen in lagere tarieven: maar als het gebeurt binnen een monopolie, gebeurt dat niet. Dan blijven de tarieven evenhoog, of stijgen ze. Dan is de winst voor de aandeelhouders, met daarmee ook hogere prijzen voor de consument.”
4. Wat merken consumenten van privatisering?
In Luxemburg is het vervoer wel gratis. De Bijl: ‘‘Voor de maatschappij kan dat veel beter zijn dan een bedrijf dat winst probeert te maken. Een overheidsbedrijf als de NS moet alsnog proberen quitte te spelen, en dan zie je dat die prijzen steeds toch vrij hoog zijn – en jaar op jaar fors verhoogd worden. Dat jaagt mensen de trein uit en de auto in. Het zou ook kunnen resulteren in een grotere efficentië in het bedrijf. Dat zorgt dan weer voor lagere loonkosten, die je doorrekent in de prijs. Dat kan voor de consument een voordeel zijn.’’
5. Wat is de rol van de overheid?
‘‘Het ministerie van Financiën beheert het eigendom van de NS. Maar het beleid valt onder het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Er is toezicht op de tarieven van de NS. Er moet een redelijke winstmarge blijven, zodat ze kunnen blijven investeren in bijvoorbeeld onderhoud. Maar, de NS mag geen overwinst maken. De maximale prijs voor de tweedeklas-kaartjes is vastgesteld, in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.”
”De afgelopen twintig/dertig jaar was het vooral de VVD en hun ministers die enorm voorstanders van privatisering waren. Toen werd letterlijk gezegd: ‘De markt doet het altijd beter.’ Ik vind dat geen recht doen aan de nuance die erin zit. De Tweede Kamer maakt zich bijvoorbeeld ook druk over de prijs van de postzegel – zo ook de treinkaartjes. Dus: volledige vrije speelruimte heeft de NS niet.’’






