Het sneeuwt, vriest en het is glad op de weg: dat betekent strooien! Vanochtend is er al 6,5 miljoen kilo aan zout gestrooid. Waar komt al dat zout eigenlijk vandaan en hoe beland het op onze weg?
Door het zware winterweer dat al sinds de jaarwisseling aanhoudt ontstaat er gladheid op de weg. Om dit tegen te gaan moet er zout op de wegen worden gestrooid. Op de nationale rijkswegen wordt gestrooid door Rijkswaterstaat. “We zijn eigenlijk al sinds oudejaarsdag continu aan het strooien waar nodig is, dus vannacht zijn we ook non-stop doorgegaan”, laat een woordvoerster van de overheidsinstelling weten.
Aan het einde van de spits van maandag 5 januari, rond 9:30, had Rijkswaterstaat al 6.590.776 kilo aan zout gestrooid. Dat staat gelijk aan de hoeveelheid zout in ongeveer 6 miljard hamburgers van de McDonald’s.
Vroege vogels en nachtdieren
Strooien is een klusje voor de vroege vogels en de nachtdieren. Er wordt vooral gestrooid in de nacht en de vroege uren van de ochtend. Zo is er geen hinder tijdens de spits. Strooiwagens rijden namelijk langzaam en nemen veel ruimte in beslag op de weg. Volgens Rijkswaterstaat zijn er 1500 medewerkers op de been met strooiwagens en sneeuwschuivers.
Om de Rijkswegen te bestrooien, gebruikt Rijkswaterstaat strooizout gecombineerd met zout water. Zo blijft het zout beter liggen op de weg en lost het eerder op waardoor het de gladheid beter bestrijdt.
Duitse zoutkorrels
Er zijn drie soorten zout die gebruikt kunnen worden om gladheid te bestrijden. Je hebt vacuümzout, zeezout en steenzout. Vacuümzout wordt gewonnen door ondergrondse zoutlagen vloeibaar te maken. Hierna wordt het zout omhoog gepompt en in een fabriek bewerkt zodat er alleen korrels overblijven. Dit kost veel geld en daarom wordt dit zout in Nederland niet gebruikt om te strooien.
Zeezout wordt ook niet ingezet als strooimiddel. Het percentage zout in zeewater is te laag om bevriezing van de weg tegen te gaan, stelt Rijkswaterstaat op hun website.
Het zout dat in Nederland wordt gebruikt om te strooien is voornamelijk steenzout. Deze zoutsoort komt uit zoutmijnen in het buitenland, bijvoorbeeld uit Duitsland, Oostenrijk en Turkije. Zo kun je maar net treffen dat je over een weg rijdt bestrooid met Duitse zoutkorrels!
Strooizout is in principe hetzelfde zout dat je in je keuken hebt staan, alleen bestaat strooizout uit grovere korrels. Daarnaast is het niet aan te raden om strooizout te eten. De fabriek waarin het zout wordt verwerkt hoeft niet te voldoen aan de eisen voor voedselveiligheid. Ook wordt er aan strooizout vaak antiklontermiddel toegevoegd, zodat het zout niet aan elkaar blijft plakken.
Niet duurzaam
Strooien zorgt natuurlijk voor veiligere wegomstandigheden, maar heeft ook mindere kanten. Zo kan het zout zorgen voor roest op auto’s en voorwerpen. Het strooiproces zelf, dat wordt gedaan met grote, zware dieselvrachtwagens, is belastend voor het milieu. Deze voertuigen verbranden meer diesel per afgelegde kilometer en stoten veel meer CO2 uit in vergelijking met een personenauto.
Het winnen van het zout is ook niet duurzaam. In de mijnbouw worden namelijk machines en voertuigen ingezet die veel CO2 uitstoten.
Een woordvoerster van Rijkswaterstaat zegt dat er bij het aanschaffen van het zout wel naar duurzaamheid wordt gekeken, maar dat er verder voornamelijk naar prijs-kwaliteit verhouding wordt gekeken.






