Er is iets uit nieuw onderzoek van de RIVM gebleken: het risico op aanhoudende klachten ná een coronabesmetting is flink gedaald. Nederlandse onderzoekers vergeleken twee groepen van 5.621 mensen: wie in het najaar van 2023 positief testte en wie dat niet deed. In die periode was vooral de omikronvariant actief: een versie van het virus die minder agressief lijkt dan eerdere varianten.
Elke drie maanden rapporteerden deelnemers of ze symptomen ervaarden zoals vermoeidheid, concentratieproblemen of ademhalingsklachten. Na drie maanden had 0,6 procent van de besmette groep ernstige klachten en nog eens drie maanden later was dat gezakt naar 0,3 procent. Milde klachten kwamen vaker voor: 7,2 procent na drie maanden.
Vooralsnog benadrukt RIVM dat het niet betekent dat postcovid volledig verleden tijd is. Mensen die in de beginfase van de pandemie langdurige klachten kregen, vallen buiten dit onderzoek. En dat zijn er naar schatting zo’n 400.000. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in The Lancet Regional Health Europe.
Sjaak de Gauw, voorzitter van ZonMw (een commissie die postcovid in de gaten houdt) en oud-RIVM medewerker, kijkt niet gek op van de cijfers. “Virussen die als nieuwe variant komen hebben een eigenschap dat ze minder schadelijk zijn, maar wel besmettelijker. Hier zit een logische verklaring in: hoe meer varianten erbij komen, hoe meer gevallen van longcovid afnemen”, vertelt de Gauw.
Interessant is dat er na negen maanden geen noemenswaardig verschil meer was tussen de twee groepen. De kans op langdurige klachten lijkt dus met de tijd minder te worden. “Het ligt er natuurlijk ook aan hoeveel mensen er gevaccineerd zijn en wie niet, waarbij herstel dus ook sneller gaat”, aldus de Gauw. De cijfers liggen bovendien overduidelijk lager dan tijdens de tijd van de alfa- en deltavariant, toen zo’n één op de acht geïnfecteerden last had van langetermijnsymptomen.






