Met de verkiezingen in aantocht lijkt de kans op een linkse coalitie reëel. Voor de landbouw betekent dat opnieuw discussie over dierenwelzijn, veehouderij en subsidies. De Partij voor de Dieren wil het roer drastisch omgooien: minder dieren in de veehouderij, meer natuur en een verschuiving naar plantaardig voedsel. Mede-oprichter Nico Koffeman trekt stevige vergelijkingen: “Je zou slavenhouders toch ook niet hebben gesubsidieerd omdat ze geen slaven meer mochten verkopen? Dieren leven nu in een vorm van slavernij.”
Te veel grond voor te weinig opbrengst
Volgens Koffeman is de landbouw in Nederland uit balans geraakt. “Zestig procent van onze grond is landbouwgrond, maar de sector levert minder dan twee procent van het nationaal inkomen. En tachtig procent van de kippen en eieren gaat naar het buitenland. We produceren vooral voor export, niet voor onze eigen bevolking.” Hij noemt dat niet alleen inefficiënt, maar ook oneerlijk. “Nederland gebruikt een enorm deel van zijn ruimte voor een sector die economisch nauwelijks bijdraagt en tegelijkertijd zorgt voor stikstofproblemen, watervervuiling en dierenleed. Alles hangt met elkaar samen.”
Grond opkopen als oplossing
De Partij voor de Dieren wil dat de overheid boerenbedrijven opkoopt en de grond herverdeelt. “Als negentig procent van die grond wordt teruggegeven aan de natuur en tien procent wordt gebruikt voor woningbouw, profiteren mens, dier én klimaat,” zegt Koffeman. “Minder boerenbedrijven, maar meer toekomstbestendige keuzes. De waarde van grond stijgt, de belastingdruk kan omlaag en Nederland wordt groener.”
Een kwestie van keuzes
De partij wil dat Nederland minder afhankelijk wordt van dierlijke productie en meer inzet op plantaardige alternatieven. Volgens Koffeman is dat niet alleen beter voor dieren, maar ook voor het milieu en de volksgezondheid. “Met een plantaardig dieet kun je wereldwijd vier miljard extra mensen voeden,” zegt hij. “Dat laat zien hoe inefficiënt het huidige systeem is. We gebruiken enorme hoeveelheden grond en water om dieren te voeden, terwijl we die middelen ook direct kunnen gebruiken om mensen te voeden.” Hij benadrukt dat verandering onvermijdelijk is. “Zolang we vlees blijven zien als normaal, blijft dierenleed onzichtbaar. Maar zodra mensen begrijpen wat er achter hun maaltijd schuilgaat, komt de verandering vanzelf.”
Biologisch en plantaardig produceren
Volgens Koffeman moeten boeren de kans krijgen om duurzamer te werken. “Wie biologisch of plantaardig wil produceren, moet daarin worden gestimuleerd,” zegt hij. “Maar het idee dat we de huidige situatie koste wat het kost moeten behouden, is niet vol te houden.” Hij vindt dat de overheid boeren juist moet helpen bij de overgang naar een ander systeem, maar zonder het oude model in stand te houden. “De EU-begroting bestaat voor veertig procent uit landbouwsubsidies. Boeren krijgen soms duizenden euro’s per jaar, puur omdat ze boer zijn. Dat is niet eerlijk ten opzichte van andere ondernemers.”
Wij gingen langs bij boer Geert om te kijken wat hij van deze uitspraken vindt en hoe volgens hem de ideale toekomst eruitziet. Klik hier voor de video.






