Op vier plekken in het centrum van Tilburg lopen de zalen vol met liefhebbers van muziek en film. Het Music Film festival is afgelopen weekend geweest en we blikken terug op een weekend waar drie werelden samenkwamen: film, muziek en de kunst van het verhalen vertellen. Het festival bracht een hoop genres, regisseurs en muzikanten samen in het hart van Tilburg.
Het Music Film festival trapt af in een intieme zaal van Cinecitta. In het warme licht stroomt de uitverkochte zaal vol. Daar klonken de woorden en klanken van Tom America, muzikant en componist, als een uitnodiging om los te breken van het gangbare pad. “Muziek hoort wild en raar te zijn” vertelt Tom America. Hij deelt zijn visie op de rol van muziek in film en spreekt met overtuiging over wat voor hem werkt, én wat juist niet werkt.
Tom America presenteert een exclusieve voorpremière van zijn nieuwe project: ‘ja ik ben vastgelopen’. De aanleiding van dit project was Paul Bogaers, kunstenaar en vriend van Tom. Hij legt interviews af met Paul en hieruit componeert hij een muzikaal nummer. Deze nummers vertellen het verhaal van Paul, waarin hij vastloopt in zijn carrière als kunstenaar en wat daaruit voortkomt. Zo beschrijft een van de nummers dat hij op zoek moet gaan naar een nieuw baantje en hoe hij eindigt als huishoudhulp.
Op het muziekpodium Paradox werd de documentaire ‘Misty: The Erroll Garner Story’ getoond. Regisseur Georges Gachot was aanwezig en deelde verhalen over zijn ontdekkingstocht naar de man achter de glimlach. “Het was een verborgen verhaal. Mensen wilden niet dat het verhaal achter zijn glimlach naar buiten kwam” vertelde hij, waarmee hij de kern van zijn film benoemde. De documentaire belicht de complexiteit van zijn privéleven zoals de vrouwen in zijn leven en zijn nooit erkende dochter. Dit laat een nieuw beeld van Erroll Garner zien met verschillende perspectieven.
Als afsluiter van het festival bracht Nils Petter Molvaer zijn kenmerkende mix van jazz, elektronica en ambient naar paradox. Molvaer componeerde samen met Ernest McCarty, voormalige bassit van Erroll Garner’s band, de soundtrack voor de documentaire. Molvaer vertelde verbaast te zijn dat hij benaderd werd voor de soundtrack: “Toen de regisseur, Georges Gachot, mij vroeg of ik het wilde doen, zei ik: ‘Als je iemand wilt die aan de totaal andere kant van geimproviseerde muziek staat dan Erroll Garner, dan kan ik het doen.’” Toch koos Gachot bewust voor Molvaer, niet om Garner muzikaal te imiteren maar, maar om in een eigen stijl de emotionele lagen van de documentaire voelbaar te maken.
Hoewel hun muzikale stijlen ver uit elkaar liggen, delen Erroll Garner en Nils Petter Molvaer een diepgewortelde liefde voor improvisatie. “Het mooie aan improvisatie in muziek is dat het zelfs kan met mensen die jouw taal niet spreken. Het gaat om samen iets moois creëren en gevoelens uitdrukken.”
Zonder onderbreking speelde Molvaer 45 minuten lang, volledig geïmproviseerd, waarbij hij zich liet meevoeren door het moment: “Een concert spelen is voor mij als een meditatie. Ik sluit mijn ogen en dan bevind ik me in een bubbel.” Hij speelt niet alleen met klanken, maar ook met herinneringen, texturen en omgevingen. “Ik neem samples van dingen die ik hoor en werk ze tot iets nieuws. Ik heb bijvoorbeeld een sample van het zee-ijs in de Noordpool, maar je kunt niet horen wat het is. Alleen ik weet wat het is.” vertelde hij. Het was muziek als klankbeeld, verhaal en emotie precies wat het Music Film Festival liet zien.






