Van lofliederen onder een Marokkaanse sterrenhemel tot Russische sprookjes in een verduisterd klaslokaal: taal en verhalen maakten al vroeg indruk op Najiba Abdellaoui. Nu wil de Tilburgse stadsdichter die verwondering doorgeven aan een nieuwe generatie. Op scholen moedigt ze kinderen aan om te lezen, te schrijven en vooral hun fantasie de vrije loop te laten.
Wanneer werd je bewust van de schoonheid van taal?
“Er zijn een paar dingen in mijn hersenen gegrift. Ik ben geboren in Nederland, maar tussen mijn derde en vijfde heb ik in Marokko gewoond. Ik kan me nog goed herinneren dat mijn opa vrienden uit de moskee uitnodigde. Dan werden er kussens en kleden uitgerold, eten gekookt en zongen ze met pauzes de hele avond islamtische lofliederen. Hun stemmen vervlogen in de nacht, onder een sterrenhemel zonder lichtvervuiling, met olielampjes her en der. Terwijl we aan het spelen waren was dat de achtergrond. Dat was heel bijzonder. Het doet iets wat niet in woorden te vatten is.
Daarnaast had mijn juf in groep 5 een traditie. Op donderdagmiddag maakte ze het donker in het lokaal en dan vertelde ze Russische sprookjes. Ze vertelde het alsof ze erbij was en er waren altijd cliffhangers. Ik hing echt aan haar lippen.
Datzelfde jaar gingen we met de klas naar de bibliotheek en toen ontdekte ik dat die verhalen uit boeken kwamen. Het eerste wat ik las toen ik een pasje had van de bibliotheek waren sprookjes van over de hele wereld.”
Je bent nu bijna tien maanden stadsdichter van Tilburg. Wat vind je als stadsdichter belangrijk?
“Mijn stadsdichterschap gaat veel minder over mij op een podium, maar veel meer over anderen laten proeven van dat podium. Als ik op scholen kom, ben ik niet de hele tijd aan het voorlezen. Er wordt ook echt geschreven, en het liefst zo fantasierijk mogelijk. Want dat is het fijne aan kunst: alles is mogelijk. Ik hoop dat heel veel mensen die vrijheid kunnen ervaren. Dat ze het van zich af kunnen schrijven als ze overweldigd zijn door blijdschap, machteloosheid, de situatie in de wereld, het weer of klimaat. Net zoals je een to-do lijst van je afschrijft als je hoofd te vol zit.
Ook zorgt iets zelf maken ervoor dat we niet de hele dag aan het consumeren zijn, maar dat het meer in balans komt. Het moet ergens een uitweg vinden. Ik zie het als mijn missie om kinderen, jongeren, en ook volwassenen, daarin te stimuleren.”
Je gaat veel langs op scholen. Uit onderzoek blijkt dat de leesvaardigheid en de interesse in lezen de afgelopen jaren is afgenomen onder jongeren. Herken jij dit beeld?
“Wat ik vooral heel erg merk is onzekerheid als het gaat om zelf creëren. Dat kinderen zeggen dat ze het niet kunnen. Dan kom ik altijd met het voorbeeld van Muhammad Ali. Hij heeft het kortste gedicht ter wereld bedacht: Me. We. Al schrijf je één woord, twee woorden of één zin op en je zegt dat het een gedicht is, dan is het een gedicht. Het is constant die drempel verlagen.
Het vraagt ook dat je op zoek gaat naar wat een kind leuk vindt. Wat ik heel vaak zeg in de klas is dat alles wat je tot je neemt, van films, series, toneelstukken, musicals en games, geschreven is. Om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Ook leer ik ze door samen te schrijven, spelenderwijs de gouden regels van een verhaal, bijvoorbeeld hoe je spanning opbouwt, maar het gaat in eerste instantie om plezier. Hoe kunnen we het verhaal nog gekker maken?”
Welke rol denk je dat social media speelt in de dalende cijfers?
“Social media hakt zeker in leestijd. Dat baart me echt wel zorgen. Ik vind het soms zelf ook moeilijk om de telefoon weg te leggen en een boek op te pakken.”
Doe je daar als stadsdichter ook iets mee?
“Vanaf de bovenbouw van de basisschool probeer ik kinderen uit te leggen dat de dingen die op social media voorbij komen allemaal in je hoofd blijven hangen. Wat zijn je eigen gedachtes en gevoelens? Sta je daar voldoende bij stil? Bij sommige kinderen resoneert dat, en bij sommigen niet, maar dat is oké.”
Ouders zijn belangrijk om kinderen enthousiast te maken voor lezen en schrijven. Ga je als stadsdichter ook met hen in gesprek?
“Mijn missie als stadsdichter is om aan de slag te gaan. Schrijven, voorlezen, laten proeven van het stadsdichterschap. Maar ik heb niet alle kennis om in gesprek te gaan. Ik denk dat mensen die pedagogisch goed onderlegd zijn dat veel beter zouden kunnen, zoals in het onderwijs of vanuit de bibliotheek.
Ik zie een rol voor mezelf vanuit mijn makerschap, om anderen aan te zetten tot creatieve zelfexpressie. Als ik moet kiezen tussen praten of samen maken, kies ik altijd voor maken. Het politieke, wat er moet veranderen, wie met wie moet praten en waar het geld heen gaat, laat ik aan anderen.”
Zou je daar geen invloed op hebben?
“Wellicht. Ik zeg niet dat ik niet wil praten, maar ik kan alleen vanuit mijn eigen ervaring spreken. Ik doe geen onderzoek op iedere school waar ik kom. Het zijn meer gevoelens en observaties. Ik denk dat dat ook heel waardevol is, vooral als je dat van heel veel makers en gastsprekers op scholen krijgt. Dus als ik uitgenodigd word sta ik er zeker voor open, maar ik zal het niet vanuit mezelf initiëren. Daarin maak ik een afweging qua tijd en ruimte.”
Wanneer is een les voor jou een succes?
“Omdat ik heel beperkt de tijd heb op een school, laat ik de klas gezamenlijk een verhaal schrijven. Het is voor mij een succes als een groot deel van de kinderen aan het woord is geweest en heeft bijgedragen aan het verhaal. Dat ook het kind wat een beetje onderuit gezakt zat en dacht “ik overleef dat uurtje wel”, uiteindelijk enthousiast met ideeën komt. Ik hoop altijd dat het iets doet, dat ze op z’n minst meer gaan lezen.”
Wat voor plannen heb je voor het komende jaar?
“Ik ben nu bezig met een do it yourself stadsdichtersboekje met opdrachten en fun facts over de stad en dorpen zodat je als bewoner of toerist ook als stadsdichter gaat kijken. Ik hoop dat voor het einde van het jaar te kunnen realiseren.
Ook ben ik aan het pleiten om de junior stadsdichter weer terug te brengen. Ik ageer tegen de notie dat poëzie iets is voor ouderen. Het is van alle tijden en van alle leeftijden. En de blik van kinderen en jongeren kan heel inspirerend en verfrissend zijn.”
Wat voor Tilburg hoop je over te dragen aan de volgende stadsdichter?
Ik hoop een Tilburg waarin iets meer mensen zich een maker voelen. En waar misschien een aantal kloven gedicht zijn door taal. Ik ben er heilig van overtuigd dat als we onze verhalen met elkaar gaan delen, we elkaar meer als mens gaan zien. Met alle mooie gevolgen van dien.





