TILBURG – Uit het raam staren en wegdromen op een muziekje: voor veel mensen dé ultieme treinervaring. Maar, als je goed kijkt, is er in de coupés van de NS-intercity’s ook verstopte kunst te vinden. ‘‘We doen heel veel met kunst.’’
Midden in de trein staan 287 dikke bromvliegen in veertien rijen opgesteld. De buitenste vliegen buigen af naar de zijkant, terwijl de rest in het midden recht omhoog lijkt te vliegen. Behalve dat ze niet echt zijn: ze zijn op een glazen wand in de achterste coupe van de intercity naar Roosendaal gedrukt.
De filosofie
Achter deze vliegen zit een verhaal. NS-woordvoerder Carola Belderbos vertelt: ‘‘Wij – de NS – doen heel veel met kunst, om de treinen wat levendiger te maken. Als er een nieuwe trein komt, laten we een kunstenaar meekijken tijdens het ontwerpen. Deze kan dan kijken hoe geïntrigeerde kunst een plek kan krijgen in het nieuwe interieur, zodat het echt onderdeel wordt van de trein.’’

Marieke van Diemen, ontwerpster voor de nieuwste trein (de DDNG), heeft als drijfveer ‘om mensen goed te laten kijken’. Ze schrijft het volgende op de NS-website: ‘‘In de trein kijk je vaak op een scherm of door dat andere scherm: het treinraam. Ik hoop mensen uit te nodigen om af en toe bewuster te kijken en vragen te stellen bij de vanzelfsprekendheid van onze waarneming.’’
Wat vinden reizigers?
Bij een rondgang onder studenten blijkt dat de kunst niet per se opvalt: ‘‘Ik ben er nog nooit zo bewust van geweest,’’ zegt een student. Een andere student, Bas (22), heeft er ook nog nooit bij stilgestaan. “ Belderbos: ‘‘Kunst is altijd moeilijk: wat de een mooi vindt hoeft de ander niet per se mooi te vinden. Dus wij kijken: vinden we het zelf goed bij elkaar passen? Is het een toevoeging aan de trein zelf?’’ De NS vertrouwt daarbij veel op de kunstenaar: ‘‘Dat zijn ook mensen die daar gevoel voor hebben. Het heeft veel met de beleving te maken. We kijken naar de behoefte van reizigers: zo organiseren we bijvoorbeeld ook testen voor de stoelen.’’








