In 2024 werkte 23 procent van de werkzame beroepsbevolking, circa 2,3 miljoen mensen, regelmatig of altijd in de avond, nacht of het weekend. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Uit analyses van de Enquête beroepsbevolking blijkt dat het aandeel licht is gedaald ten opzichte van 2021, toen nog 25 procent van de werkenden onregelmatige werktijden had.
De sterkste daling sinds 2021 is zichtbaar in economische en bedrijfsmatige beroepen, met name in transport en logistiek. Volgens het CBS is het lastig om te zeggen waar dat aan kan liggen: “Het lijkt erop dat in veel beroepen het werk zich meer binnen de reguliere kantoortijden concentreert dan eerst. Het kan ook zijn dat meer mensen zijn gaan werken in beroepen waar buiten kantoortijden werken gebruikelijker is, maar dat is met deze data moeilijk te concluderen.”
Met name mensen tussen de 25 en 55 jaar werken tegenwoordig minder vaak buiten de standaard werkuren. Bij deze leeftijdsgroep is het werkritme vaak meer gebonden aan vaste werktijden, doordat zij vaker fulltime werken in reguliere functies en daarnaast privéverplichtingen hebben. Jongeren van 15 tot 25 jaar werken juist relatief vaak buiten de reguliere werktijden: ongeveer 55 procent van hen werkt ’s avonds, ’s nachts of in het weekend. Dit hangt samen met het type werk dat veel jongeren doen, zoals bijbanen in de horeca, supermarkten of andere sectoren waar flexibiliteit in werktijden gebruikelijk is.

(bron; CBS 2026)
Coronapandemie
Hoewel het CBS liet weten hier niet specifiek onderzoek naar te hebben gedaan, zijn er wel verschillende factoren die de periode tussen 2021 en 2024 kenmerken. Zo heeft de coronapandemie de manier van werken aanzienlijk veranderd, omdat veel mensen thuis gingen werken en hun werkzaamheden vaker op vaste tijden verrichtten. Daarnaast kan de krapte op de arbeidsmarkt een rol hebben gespeeld. Beide ontwikkelingen hebben mogelijk bijgedragen aan de daling van werken buiten de standaard werktijden.






