In een politiek dieptepunt tussen de twee landen waarschuwt China Japan om geen grens te overschrijden als het gaat om Taiwan. De politieke ruzie die nu al een paar weken voortduurt, krijgt hiermee mogelijk militair dreigende trekken.
“Een pijnlijke prijs” is volgens de Chinese regering hetgeen wat Japan moet betalen als het een grens overschrijdt betreft Taiwan, het eiland waaromheen al jaren veel politieke spanning heerst.
In een officiële reactie naar het ANP vertelt een Chinese woordvoerder van Defensie dat “Het Volksbevrijdingsleger over krachtige capaciteiten en betrouwbare middelen beschikt om elke binnenvallende vijand te verslaan.” Taiwan hoort in de ogen van China bij henzelf, al is het eiland al meer dan 75 jaar onafhankelijk verklaard.
Existentiële dreiging
“De Japanse Premier Sanae Takaichi noemt een Chinese invasie “een existentiële dreiging” voor Japan”, aldus Azië-expert en universitair docent Casper Wits (45). “Daarmee improviseert ze eigenlijk dat Japan Taiwan misschien militair te hulp zal schieten in een mogelijke Chinese invasie.”
China, wie een imperialistisch beleid uitvoert richting Taiwan, is faliekant tegen zulke tegenwerking. De recente Japanse beslissing om extra luchtverdedigingssystemen binnen vuurafstand te plaatsen van het Taiwanese eiland gooit voor daarom extra olie op het vuur.
(EyDaily heeft in het kader van wederhoor pogingen opgenomen om zelf in contact te komen met een officiële Chinese woordvoerder, maar was niet in staat om iemand te bereiken. Een officiële reactie van Chinese zijde blijft dus vooralsnog uit.)
Kalme verwachtingen
Al is de taal die China uitspreekt mogelijk militair van aard, zal het volgens Casper Wits niet zo hoog oplopen. “Het gaat puur om een politieke rel, om het Chinese taalgebruik richting de Japanners.” We volgen er economische sancties. “De Chinese toeristen worden afgeraden om naar Japan te reizen, terwijl miljoenen Chinezen elk jaar op vakantie gaan naar Japan. Dat is een economische keuze om Japan te raken, zeg maar. Het gaat ook om de import van andere goederen, zoals Japanse gist. Het is dus een diplomatieke rel, maar dan wel met economische consequenties.”
Of de ruzie binnenkort weer gaat afkoelen, lijkt hem goed mogelijk, al blijft het ijzig. “Ik denk dat de boel op een gegeven moment weer een beetje wordt afgezwakt, maar dat wederzijds wantrouwen blijft bestaan. Dat heeft ook te maken met de nieuwe Japanse premier, die nationalistisch is.” Voor China roept dat kwade herinneringen op uit de Tweede Wereldoorlog, waar een nationalistisch, militaristisch Japan China binnenviel en grote delen bezette. Ironisch is nu wel dat China nu vooral degene is die een sterk leger opbouwt, juist met imperialistische ambities.
Of het dus zal afkoelen in Oost-Azië, is voor nu nog onduidelijk.






