Het Franse AI-bedrijf Mistral heeft deze week drie miljard euro opgehaald bij investeerders. Ook het Nederlandse ASML doet opnieuw mee en steekt 400 miljoen euro in het bedrijf. Mistral wordt inmiddels gewaardeerd op ruim 21 miljard euro. De forse investering roept de vraag op of het Franse bedrijf Europa minder afhankelijk kan maken van Amerikaanse AI-technologie.
Mistral bestaat pas drie jaar, maar is inmiddels het op één na hoogst gewaardeerde private technologiebedrijf van Europa. Toch kan Mistral zich technisch nog niet meten met de beste AI-modellen ter wereld.
Volgens AI-onderzoeker Arjan van Dalfsen, promovendus aan de Universiteit Utrecht, lopen de modellen van het bedrijf op onafhankelijke benchmarks achter op de absolute top. “Als je het over de echte cutting-edge techniek hebt, dat zit daar niet”, zegt hij. Met ‘cutting-edge’ bedoelt Van Dalfsen de nieuwste en meest geavanceerde AI-technologie.
De nieuwe miljarden moeten Mistral meer ruimte geven om die achterstand te verkleinen, onder meer door te investeren in extra rekenkracht en infrastructuur.
Niet voor iedere taak is de beste AI nodig
Die achterstand hoeft volgens Van Dalfsen niet voor iedere toepassing een probleem te zijn. Bedrijven en organisaties hebben voor veel dagelijkse taken helemaal niet het krachtigste AI-model ter wereld nodig.
“Een heleboel dingen kun je prima doen met wat Mistral levert”, zegt hij. Denk bijvoorbeeld aan het verwerken of analyseren van teksten en documenten.
Daarnaast kan het voor organisaties belangrijk zijn hoeveel controle zij hebben over hun technologie en gegevens. Mistral zet zelf sterk in op zogenoemde ‘soevereine AI’, waarbij organisaties meer controle houden over hun modellen, infrastructuur en data. Van Dalfsen vat die behoefte samen als: “Niet per se moeilijke AI, maar wel veilige AI.”
Ook Mistral gebruikt Amerikaanse technologie
Maar een Europees AI-bedrijf betekent niet automatisch Europese onafhankelijkheid. Mistral gebruikt bijvoorbeeld chips van het Amerikaanse Nvidia en werkt samen met Microsoft. De afhankelijkheid zit dus niet alleen in de AI-modellen zelf, maar ook in de technologie die nodig is om ze te ontwikkelen en te gebruiken.
Toch ziet Van Dalfsen ruimte om de Amerikaanse afhankelijkheid te verkleinen. “De afhankelijkheid van de VS kan door Mistral wel degelijk zakken.” Voor Europa zit de winst daarmee vooral in het hebben van een eigen alternatief.






