De EU heeft nieuwe afspraken gemaakt voor de verdelingspool van 2026. Deze afspraken gaan over de opname en verdeling van vluchtelingen binnen Europa. Ook moeten ze ervoor zorgen dat vluchtelingen die uitgeprocedeerd zijn en dus niet mogen blijven sneller kunnen worden teruggestuurd naar een, door de EU als veilig beschouwd, derde land.
Met deze nieuwe regels kunnen vluchtelingen dus sneller worden uitgezet wanneer hun asielaanvraag is afgekeurd. Dat geldt als de asielzoeker afkomstig is uit een land dat door de EU als ‘veilig’ is bestempeld. De criteria hiervoor zijn dat zij daar beschermd zijn tegen ernstige schendingen van hun grondrechten of tegen het risico op vervolging, bijvoorbeeld vanwege geloof of seksuele geaardheid. Als aan deze criteria wordt voldaan, kan de asielaanvraag worden afgewezen en volgt uitzetting.
De nieuwe regels maken het bovendien mogelijk om mensen naar zogenoemde ‘veilige derde landen’ te sturen waar terugkeerhubs zijn gebouwd. Nederland wil in het Afrikaanse land Oeganda zo’n hub opzetten. Voorheen was dit niet toegestaan, omdat vluchtelingen een band moesten hebben met het land waarheen zij werden teruggestuurd. Volgens de nieuwe regels is dat niet langer nodig.
Angela Alickovic, persvoorlichter van VluchtelingenWerk Nederland, noemt dit zorgwekkend: “Dit zorgt ervoor dat EU-landen nu ook asielzoekers kunnen terugsturen naar veilige landen zonder dat de vluchteling daar een vangnet heeft.” Het voormalige bandensysteem zorgde volgens haar bovendien voor een eerlijkere verdeling, omdat landen de verantwoordelijkheid niet zomaar op één ander land konden afschuiven. Het loslaten ervan zou de deur kunnen openen naar constructies zoals de VK–Rwanda-deal, waarbij mensen naar een land kunnen worden gestuurd waar zij geen binding mee hebben en waar hun veiligheid niet kan worden gegarandeerd.
Volgens Alickovic is dit nieuwe beleid dan ook geen goed uitgangspunt, omdat het neerkomt op een terugkeerbeleid dat inzet op detentie, dwang en het risico op uitzetting naar derde landen, nog vóór een rechter de zaak heeft kunnen beoordelen. Dit noemt zij een zorgwekkende verschuiving. Ze pleit voor een beleid dat vertrekt vanuit waardigheid, veiligheid en menselijkheid: “Investeer in goede terugkeerbegeleiding die bewezen werkt, en maak afspraken met landen van herkomst wanneer in een zorgvuldige procedure is vastgesteld dat bescherming niet nodig is.”
Alickovic roept de Europese Unie dan ook op om dit beleid te verwerpen.






