De melding beschrijft een ‘incident met een mevrouw of meneer’. Eenmaal in de woning aangekomen vinden agenten een Glock-pistool in een tas. Na onderzoek blijkt het om een neppistool te gaan. De 30-jarige Poolse verdachte geeft toe dat het wapen van hem is, maar zegt niet te hebben geweten dat het bezit ervan in Nederland verboden is.
Zijn vriendin, die op het moment van de ontdekking in de woning aanwezig is, bevestigt dat het zijn pistool is en verklaart dat het enkel wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden. “Ik gebruik het pistool alleen voor het beschieten van blikken,” zegt de verdachte. “Ik heb het pistool drie weken in bezit, maar ik was me er niet van bewust dat dit in Nederland verboden is.” Tijdens de zitting op 2 april 2025 maakt de verdachte gebruik van een tolk, omdat hij de Nederlandse taal niet machtig is.
Uit politieonderzoek blijkt dat het gaat om een ongeladen luchtdrukpistool. In het rapport staat dat het wapen een ‘sterke vergelijking’ heeft met een echte Glock.
Onwetend
“Ik heb het in Polen gekocht,” zegt de verdachte. Op de vraag van de rechter waar precies, antwoordt hij dat hij het zich niet meer herinnert. Wel benadrukt hij opnieuw niet te hebben geweten dat het bezit van een neppistool in Nederland verboden is volgens de Wet wapens en munitie.
Afkicken
De vondst van het neppistool op 13 december 2024 is niet de eerste keer dat de verdachte zich schuldig maakt aan verboden wapenbezit. Eind 2021 had hij een steekwapen op zak, en eind 2024 pepperspray. Voor deze overtredingen kreeg hij destijds geldboetes en een voorwaardelijke celstraf. Daarnaast is hij schuldig bevonden aan meerdere winkeldiefstallen, waarvoor hij tijdens de zitting nog vastzit. “Ik wil graag afkicken, als dat kan,” zegt hij, nadat de rechter twijfels uit over de kans op herhaling van de strafbare feiten. “De diefstallen heb ik gepleegd onder invloed van alcohol,” voegt hij eraan toe, “Ik ben verslaafd aan bier en marihuana.”
Geweldsescalatie
De Officier van Justitie stelt dat de verdachte in Nederland woont en de wet dus had moeten kennen. Bovendien vormt het bezit van een neppistool een risico op geweldsescalatie in de samenleving. Daarom wordt er een taakstraf van 60 uur geëist, en een voorwaardelijke celstraf van twee maanden.
“Mijn cliënt heeft niemand bedreigd, het pistool is alleen gevonden,” reageert de advocaat op de strafeis. “Volgens de oriëntatiepunten* zou hier normaal gesproken een geldboete van 550 euro op staan.” De advocaat pleit daarom voor een geldboete in plaats van een taakstraf.
Geen gehoor
De rechter oordeelt echter dat de verdachte herhaaldelijk verboden wapens in bezit heeft gehad en geeft geen gehoor aan het verzoek van de advocaat. Er wordt een taakstraf van 90 uur opgelegd, met reclasseringshulp. Als de veroordeelde deze straf niet binnen een maand voltooit, wordt hij veroordeeld tot 45 dagen gevangenisstraf.
*Voor vaak voorkomende delicten zijn er oriëntatiepunten ontwikkeld waarop de rechter zich kan oriënteren bij het bepalen van de op te leggen straf. Bron: Rechtspraak.nl