De toekomst is kweekvlees. Het is nu nog een vrij onbekend concept, maar in Nederland staat de eerste kweekvleesboerderij ter wereld. Een project opgezet door RESPECTfarms. Het project streeft ernaar om kweekvlees te integreren in bestaande boerderijen, en daarmee een duurzamer, ethischer en economisch veerkrachtiger model te creëren voor de toekomst van ons voedsel.
Dat de noodzaak er is om te veranderen, wordt beaamd door Lara Sibbing, kandidaat-Kamerlid van GroenLinks PvdA. Nederland mag dan wel wereldleider zijn in de export van veehouderijproducten en eiwitrijk voedsel, en wereldwijd op de tweede plaats staan in de totale landbouwexport, maar ondanks deze sterke positie staat de Nederlandse veehouderijsector onder toenemende druk. Naast economische uitdagingen zijn er ook de milieu- en dierenwelzijnsregels waar de veehouderijsector voortdurend tegen aan loopt.
Sibbing benadrukt dat haar partij voor innovaties is die bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw. Zij stellen dat er noodzaak is om van de industriële veehouderij af te stappen, gezien de schadelijke neveneffecten daarvan. Daarom zijn naast innovaties zoals kweekvlees, ook fundamentele beleidskeuzes zoals het realiseren van een kleinere veestapel in Nederland nodig.
Een efficiënter en diervriendelijker proces
Om kweekvlees te maken zijn eigenlijk maar twee ingrediënten nodig. Een klein stukje vlees afgenomen van het dier dat niet veel groter hoeft te zijn dan een sesamzaadje en cellen afkomstig van het dier. De koe, varken, kip of welk ander dier dan ook hoeven niet te worden geslacht op deze manier.
“Je kan er ongeveer genoeg hamburgers van maken om het hele Ajax stadion mee te voeden”
Waar het elf maanden duurt om een varken slachtrijp te maken, kan dezelfde hoeveelheid kweekvlees, afhankelijk van de gebruikte techniek, al in drie tot maximaal zes weken worden geproduceerd.
De prijs van kweekvlees
Voor boeren draait het uiteindelijk om de vraag: kan ik er mijn brood mee verdienen? Rabobank, sponsor van het project onderzocht de financiële haalbaarheid. De investering is fors, meer dan een miljoen euro om een boerderij te bouwen. Maar die kan binnen drie tot zeven jaar worden terugverdiend.
Qua schaal wordt er gemikt op zo’n 100 ton per jaar: vergelijkbaar met een gemiddelde vleesveehouder. De eerste stap zijn hybride producten, een mix van gekweekte cellen en plantaardige ingrediënten. Daarmee blijven de kosten beheersbaar en realistisch om rond 2030 de markt te betreden. Denk aan een prijs van €4,88 per kilo voor hybride producten, met burgers rond de €9 per kilo.
Toch zijn er uitdagingen. Het voer voor de cellen, vooral de aminozuren, is nog altijd een kostbare en milieubelastende factor. Ook is het proces energie-intensief, waardoor kweekvlees voorlopig duurder blijft dan conventioneel vlees.






