De Week tegen Voedselverspilling is weer van start. Jaarlijks belandt gemiddeld 25,5 kilo voedsel per Nederlander in de prullenbak. Een vergeten restje achter in de koelkast, eten dat overblijft na het avondeten of simpelweg geen zin meer hebben in die ene maaltijd: voor je het weet, ligt het eten bij het afval.
Van 7 tot en met 13 september staat daarom het opmaken van restjes centraal. Samen Tegen Voedselverspilling organiseert door het hele land activiteiten en geeft tips om voedselverspilling tegen te gaan. Ruim 180 organisaties zoals verschillende supermarkten, restaurants en scholen doen mee. Zo kunnen kinderen tijdens het Zero Waste Festival in Den Bosch een dessert maken met ingrediënten die anders zouden worden weggegooid en is er een workshop waarbij je je eigen kombucha kunt maken. In Heemstede kunnen deelnemers langs verschillende restaurants voor een gratis hapje en drankje, bereid met eten dat anders verspild zou worden.
De organisatie heeft als doel om in 2030 50% minder voedsel in Nederland te verspillen ten opzichte van 2018, waarin 25% van al het eten in de prullenbak belandde. Dit doel is onderdeel van het Sustainable Development Goal 12.3 van de Verenigde Naties waar Nederland ook aan deelneemt.
Manon Ensink, woordvoerder van Samen Tegen Voedselverspilling, is positief over het behalen van de doelen. “Dit is inmiddels al de achtste editie van de Week tegen Voedselverspilling en de verspilling is nu gedaald naar 1,6 miljard kilo, ten opzichte van de 2 miljard zeven jaar geleden. De daling zet zich gelukkig voort.”
Toch plaatst Ensink een kanttekening bij het behalen van de doelen. “Om onze doelen te behalen zullen er meer sectoren moeten aansluiten. Er vinden al gesprekken plaats om de zorg erbij te betrekken, maar ook de horeca en de boeren hebben we nodig om voedselverspilling tegen te gaan.”
Voor de organisatie is deze week geslaagd als ze een bijdrage kunnen leveren aan de bewustwording van voedselverspilling. “We hopen dat mensen zich realiseren dat je ook met producten die er wellicht minder mooi uitzien, nog steeds iets heel lekkers kan maken en er zo minder eten in de prullenbak beland.”






