
Tekst: Nikki van Wijk en Noë Fortuin, Beeld: Taron Bruining.
Voor 1 juli 2026 moeten stallen in Brabant voldoen aan strengere eisen. De provincie Brabant besloot vrijdag niet te willen wachten op maatregelen van een nieuw kabinet en trok een eigen plan tot frustratie van boeren. Tijdens een protest diezelfde middag lieten boeren en belangenorganisaties van de boeren weten dat de plannen volgens hen financieel en qua planning niet haalbaar zijn. “Je zet boeren in de situatie dat hun bedrijf binnen no-time failliet is”, vertelt Jeroen Vermanen, bestuurslid van de Nederlandse Melkveehouders (NMV).
Aangescherpt beleid
Het nieuwe beleid geldt voor stallen die ouder zijn dan vijftien jaar, of twintig jaar bij rundveehouderijen. Boeren moeten straks meer investeren in technieken die de stikstofuitstoot terugdringen. Dit kan bijvoorbeeld door minder dieren te houden of innovatieve stalsystemen te implementeren. Biologische en natuur inclusieve bedrijven met weinig dieren zijn uitgezonderd van de regels.
Volgens de provincie is het aangescherpte beleid nodig om de vastgelopen stikstofaanpak weer in beweging te krijgen. Door de stikstofuitstoot te verlagen, wil Brabant ruimte creëren voor andere ontwikkelingen, zoals woningbouw, duurzame energieprojecten, uitbreiding van bedrijventerreinen en verbeteringen in de mobiliteit.

Brabant koploper
De provincie loopt daarmee opnieuw voorop en dat baart NMV-bestuurslid Vermanen zorgen. “Brabant loopt vaker voorop. Als andere provincies zien dat dit hier kan, dan volgen ze en zitten er straks nog veel meer boeren met de brokken.” Volgens hem leidt het beleid tot hogere kostprijzen en verlies van vergunningen.
Volgens Tessel Linders, woordvoerder gedeputeerde staten, willen de provinciale staten niet wachten op landelijk beleid. “Wachten op rijksbeleid zou betekenen dat het langer duurt voordat er stappen gezet worden.” Daarnaast is nog onbekend wat het nieuwe rijksbeleid wordt en of dat, wanneer er een nieuw kabinet is, snel tot oplossingen leidt. Door nu zelf beleid te maken, wil de provincie tempo houden en ruimte creëren voor ontwikkelingen die nu vastlopen door de stikstofproblematiek.
Nauwelijks uitvoerbaar
Voor Geert Vlemmix, melkveehouder in het Brabantse Asten, is het beleid nauwelijks uitvoerbaar. Zijn stal is op leeftijd waardoor hij de ammoniak uitstoot met 47 procent moet terugdringen. “De enige optie voor mij is om 47 procent minder dieren te gaan houden, dat kan ik niet betalen,” zegt Vlemmix. Volgens Farmers Defence Force (FDF) zijn er nog meer problemen. “Er zijn te weinig goedgekeurde systemen, geen financiering en simpelweg geen tijd,” zegt voorzitter Mark van Oever. “Je kunt niet in een half jaar vergunningen aanvragen, verbouwen en alles functionerend krijgen.”

Niet het onmogelijke vragen
Volgens Linders is de deadline van 1 juli wel haalbaar. Zo hebben zij in 2017 al bekend gemaakt dat veehouders verouderde stalsystemen moeten aanpakken. Veel ondernemers hebben hun stallen inmiddels gemoderniseerd. De overige veehouders hebben zich volgens de provincie ook al geruime tijd kunnen voorbereiden op deze stap.
Daarnaast benadrukt de provincie dat zij ‘niet het onmogelijke zal vragen’. “Als een veehouder door externe factoren een verouderde stal niet voor 1 juli heeft kunnen moderniseren, zal de provincie niet meteen handhavend optreden. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan situaties waarin een stalsysteem niet op tijd leverbaar is.” Voldoet een boer alsnog niet aan de regels, dan kan een handhavingstraject volgen. “Hoe zo’n traject verloopt, hangt af van de individuele casus”, aldus Linders.











