Voor sommige studenten is op kamers gaan een logische stap tijdens hun studententijd. Voor anderen blijft het bij een wens. De financiële situatie van ouders speelt daarbij een belangrijke rol. Wie financieel door zijn ouders wordt gesteund, heeft meer mogelijkheden om uit huis te gaan. Dat kan invloed hebben op hoeveel tijd studenten hebben voor hun studie en sociale leven, maar ook op de vrijheid die zij ervaren.
Meer tijd door uit huis te gaan
Jelt van Oirschot woont samen met zijn vriend in Maastricht en studeert daar. Voor hem was uit huis gaan vooral een praktische keuze. “Ik ben uit huis gegaan omdat het praktisch gezien onmogelijk voor mij werd om elke dag van Sint-Oedenrode naar het MUMC+ te gaan met het openbaar vervoer”, vertelt hij. De tijd die hij normaal kwijt zou zijn aan reizen, gebruikt hij liever om te sporten of te studeren.
Jelt vond zijn appartement via een makelaar. Daarnaast zocht hij in verschillende Facebookgroepen naar een geschikte woning. Samen met zijn vriend betaalt hij ongeveer 760 euro per maand, inclusief gas, water en licht.
Om de kosten te betalen werkt hij ongeveer twintig uur per week. Daarnaast ontvangt hij een uitwonende beurs van DUO en huurtoeslag. Ook helpen zijn ouders financieel mee met onder andere boodschappen en een deel van de huur. Dat is volgens Jelt een groot voordeel, maar niet de reden dat hij op kamers is gegaan. “Het maakt het makkelijker, maar ik denk dat mensen met minder rijke ouders ook genoeg kansen hebben.”
Toch blijkt uit cijfers dat financiële steun van ouders wel degelijk verschil kan maken. Henk van den Bosch, penningmeester van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), wijst op de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting. Daaruit blijkt volgens hem dat ouders gemiddeld 230 euro meer bijdragen aan uitwonende studenten dan aan thuiswonende studenten. Studenten die geen financiële steun krijgen, staan daardoor financieel op achterstand.
Volgens Van den Bosch heeft thuis wonen bovendien gevolgen voor het studentenleven. Studenten zijn vaak meer tijd kwijt aan reizen en hebben daardoor minder tijd voor hun studie en sociale leven. Ook kunnen zij minder verbonden raken met hun opleiding en de stad waarin ze studeren.
Thuis wonen als financiële keuze
Voor Stijn Glorie, student Logistiek aan de Hogeschool van Amsterdam, is uit huis gaan voorlopig geen realistische optie. Hij woont in Limmen bij zijn ouders, omdat de kosten van een kamer volgens hem niet passen bij zijn financiële situatie.
“Ik woon nog thuis omdat de prijs om op kamers te gaan, inclusief alle kosten die erbij komen, zoals boodschappen, onrealistisch is met mijn huidige financiële situatie.”
Stijn zou eigenlijk wel graag op kamers willen. Hij heeft alleen niet het gevoel dat dit op dit moment noodzakelijk is. Daarnaast wil hij niet al zijn geld kwijt zijn aan wonen, waardoor er minder overblijft voor vakanties en uitjes.
Op kamers biedt meer vrijheid
Dat uitwonend wonen ook invloed heeft op de vrijheid die studenten ervaren, merkt, een student Hotel Management aan de AP Hogeschool Antwerpen. “De vrijheid en verantwoordelijkheid. En iets meer sensatie dan wanneer je in het dorpje thuis woont”, noemt zij als grootste voordelen.
Ook bij het vinden van een kamer ziet zij verschillen tussen studenten. “In Nederland zeker weten. Naast dat het makkelijker te betalen is, word je ook sneller geaccepteerd in populaire studentenhuizen.”
De ervaringen van Jelt en Stijn laten daarmee een duidelijk verschil zien. Waar Jelt met financiële steun van zijn ouders en eigen inkomen de mogelijkheid heeft om op kamers te wonen, kiest Stijn ervoor om thuis te blijven omdat de kosten voor hem te hoog zijn.
Niet alleen een kwestie van willen
Op kamers gaan draait daardoor niet alleen om de vraag of een student dat wil, maar ook om de vraag of het financieel mogelijk is. Financiële steun van ouders kan de drempel om uit huis te gaan verlagen en daarmee invloed hebben op de tijd, vrijheid en sociale mogelijkheden die studenten tijdens hun studententijd ervaren.






