Het alfabet is: “Niet meer zo relevant”
Het alfabet dreigt langzaam te verdwijnen uit het Nederlandse onderwijs. Leerlingen gebruiken nauwelijks nog woordenboeken en zoeken betekenissen of spelling van woorden online op. Is dit erg?
Hij wist niet wat hij meemaakte. Met de nieuwe eerstejaars leerlingen doet Gert Verbrugghen, docent Engels op een middelbare school in Deurne, een multitask testje. Daarmee wil hij aantonen dat de leerlingen niet zo goed kunnen multitasken als ze zelf denken. Tijdens het testje kwam hij achter een schokkende conclusie.
Tijdens dit testje koppelen leerlingen de 26 letters van het alfabet en de nummers 1t/m26 aan elkaar, dus 1A, 2B, ect. Verbrugghen geeft al tweeëntwintig jaar Engels les en doet dit testje vaker. “Tot mijn verbazing waren er nu een paar leerlingen die helemaal vastliepen na de letter D of E, en dan was het klaar. Dat heb ik ook nooit meegemaakt,” vertelt de docent Engels.
Hij besluit een bericht op LinkedIn te plaatsen, hierin schrijft hij over het testje: “Hoe kun je als basisschool, leerlingen in groep 8 hebben, die het alfabet nog niet kennen?” De meeste docenten die hieronder reageren zijn vooral geschrokken over de uitspraken en herkennen dit fenomeen vanuit hun eigen lessen.
Sanne Claassen is docent Engels en geeft les op een middelbare school in Eindhoven. Zij vertelt desgevraagd, dat ze ook niet verbaasd is. “Leerlingen gebruiken nauwelijks nog een woordenboek. Enkel bij toetsen waar zij geen gebruik kunnen maken van een laptop worden woordenboeken nog gebruikt. Daarbij moet ik wel zeggen dat leerlingen het alfabet vaak voor zichzelf hardop moeten zeggen of soms zelfs zingen voordat ze bij de volgende letter aankomen.”
Docent Nederlands Judith Werther werkt op een middelbare school in Waalwijk en herkent dit ook in haar lessen. “De leerlingen werken veel op laptops en zoeken de betekenis of schrijfwijze van een woord daarom online op of vragen een betekenis aan ChatGPT.”
Het begin en het einde van het alfabet
Volgens hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht, Els Stronks, die onderzoek doet naar taal, is het verdwijnen van het alfabet is goed te verklaren vanuit de geschiedenis van informatieoverdracht: “Vroeger waren er alleen maar woordenboeken of encyclopedieën. Dus dan moest je wel weten: de E komt na de D of ervoor. Dat is in digitale context natuurlijk helemaal niet meer zo relevant.”
Ze wijst erop dat het alfabet ooit werd ontworpen als systeem om kennis te ordenen. “Rond 1500 kwamen er ineens heel veel boeken. Mensen raakten niet in paniek, maar dachten wel: er komt nu wel in één keer heel veel op ons af. Toen zijn indexen en woordenboeken ontstaan, waarbij je via het alfabet informatie kon terugvinden.
Leerlingen van nu hebben waarschijnlijk nog nooit een kast vol woordenboeken gezien. Ze krijgen van een zoekmachine of chatbot alles netjes geordend,” vertelt Stronks. Maar wat als om een of andere reden het internet ineens wegvalt? Dan zouden deze kinderen problemen ondervinden. “Dat is dan het risico,” aldus Stronks.
Lezen wordt moeilijker
De basis van het leren lezen is dat aan elke klank in een woord een geschreven letter(combinatie) gekoppeld kan worden. Evelien Krikhaar, senior onderzoeker en expert op het gebied van leesproblemen, dyslexie en taalverwerving vertelt: “De nadruk ligt op de koppeling tussen klanken en letters, de b van boom, de k van kat. Zo leren kinderen woorden functioneel lezen en schrijven.”
“Als het letterherkenningsvermogen afneemt, heeft dat weer effect op hoe snel je kunt lezen. Dus letterherkenning en decoderen, dat je een A als een A herkent, gaat langzamer en dan wordt technisch lezen moeilijker,” aldus hoogleraar Stronks. Hierdoor zullen kinderen ook minder snel en minder makkelijk kunnen lezen: “Je kan niet zeggen dat als je de volgorde van het alfabet niet kent, je ook niet kan lezen. Je kan andersom wel zeggen dat als je het alfabet goed in je hoofd hebt zitten, dat ook weer bij lezen helpt,” voegt ze toe.
Niet essentieel
In het digitale tijdperk is de noodzaak om de volgorde van het alfabet te kennen grotendeels verdwenen. Helemaal onschuldig is dat wellicht niet. Al jaren op rij daalt de lees- en schrijfvaardigheid van kinderen. Onderzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wijst op toenemende digitalisering en een verouderd curriculum als mogelijke oorzaken.
In België speelt een vergelijkbaar probleem. Daarom heeft de Vlaamse regering sinds dit jaar gedetailleerde minimumdoelen voor het basisonderwijs ingevoerd. Het alfabet maakt daar expliciet onderdeel van uit, waardoor er automatisch aandacht aan wordt besteed.
In Nederland is dat nog niet het geval. De Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) werkt in opdracht van het ministerie van OCW aan nieuwe onderwijsdoelen voor het basis- en voortgezet onderwijs. Die doelen geven aan wat belangrijk wordt gevonden om kinderen te leren in het basisonderwijs. De huidige kerndoelen stammen uit 2006.
Opvallend genoeg wordt het alfabet daarin nergens genoemd. Dat blijkt ook uit een eigen analyse van vijftig schoolgidsen van basisscholen. Het SLO geeft aan dat dit geen probleem is. “Als een leerling een stuk kan schrijven, weet diegene dus ook wat het alfabet is.” De organisatie vertelt dat het onderwerp wel behandeld wordt in de onderbouw (groepen 1, 2 en 3), maar het komt niet voor in de kerndoelen van groep 8.
Omdat het alfabet niet benoemd wordt in de richtlijnen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, doet de onderwijsinspectie ook geen onderzoek naar de kennis die kinderen hiervan hebben. Zij hebben hier dan ook geen cijfers van. Volgens Mirjam Snel, taalexpert bij de onderwijsinspectie is dat geen groot probleem “Het is wel onhandig als je het alfabet niet kent, maar het is niet essentieel om te kennen.”
Engels docent Gert Verbrugghen pleit voor een duidelijker landelijk curriculum. “Ik zou het voorbeeld van Vlaanderen volgen,” zegt hij. “Daar hebben ze een heel gedetailleerd curriculum, maar scholen behouden wel hun vrijheid om het in te vullen. Er wordt alleen duidelijk aangegeven wat een leerling aan het einde van de basisschool moet kunnen.” Volgens Verbrugghen zou zo’n aanpak ook in Nederland helpen. “Ik hoop dat het curriculum scherper wordt gesteld, zodat iedereen weet wat de basis is. En dat leraren zich afvragen of ze bepaalde onderdelen wel behandelen in hun klas.”





