Puck Weerts (23) belandde in een burn-out zonder dat ze het zelf doorhad. Ze leefde op adrenaline: studeren, werken, feesten. Rust nemen werd een bijzaak, tot haar lichaam er letterlijk mee stopte. “Ik herkende mezelf niet meer. Mijn hart ging tekeer, mijn hoofd bleef malen, en ik voelde me constant opgejaagd.”
Feesten, werken, doorgaan
Voordat Puck’s burn-out zichtbaar werd, had ze al een turbulent studietraject achter de rug.
Na haar HAVO nam ze direct een tussenjaar. Haar plan was om te reizen, maar door de coronapandemie viel dat volledig in het water. Ze ging op zichzelf wonen en merkte dat de druk toen al begon op te bouwen. Ze speelde altijd al toneel en besloot zich te richten op de toneelschool in Amsterdam. “Dat coronajaar was eigenlijk zo kut dat ik al volledig in de stress zat. Ik dacht: ik moet nú iets leuks gaan doen, anders trek ik het niet meer.”
Ze werd niet aangenomen op de toneelschool. In plaats van rust te nemen, besloot ze door te duwen. Ze schreef zich in bij een particuliere toneelschool in Amsterdam: De Trap. Met het idee dat ze het jaar erna alsnog toegelaten zou worden. Dat plan viel echter in het water.
“Na dat jaar viel ik eigenlijk meteen uit. Ik had veel te veel hooi op mijn vork genomen.”
Daarna volgde opnieuw een tussenjaar. Vervolgens begon ze aan de Hogeschool Utrecht, waar ze een tweejarige associate degree tot online content creator startte, een opleiding die ze inmiddels heeft afgerond.
Parallel hieraan werkte ze om alles zelf te kunnen betalen en hield ze haar sociale leven intensief bij. “Ik moest continu presteren. Alles zelf betalen. En ondertussen ook nog sociaal zijn en feestjes plannen.”
Verstoorde balans
Tijdens die jaren raakte haar lichaam steeds verder uit balans. “Ik was uitgeput, maar ik dacht alleen maar: ik moet iets dóén. Alles tegelijk.” Uitgaan was voor Puck geen ontspanning meer, maar een manier om te vluchten. “En dan drinken we ook nog te veel. Soms drie dagen achter elkaar echt blackout drunk.”
Wat voor haar voelde als “even loslaten”, werd in werkelijkheid een extra bron van stress. Ze negeerde de signalen zolang het nog leek of ze alles onder controle had, tot haar lichaam haar uiteindelijk dwong te stoppen.
Ambulance op werk
Na lang in deze ontkenning te hebben geleefd, ging het op een gegeven moment goed mis bij Puck. Vier nachten achter elkaar zonder slaap. Haar lichaam protesteerde heftig. “Ik liep ’s nachts kilometers door de stad, hopend dat ik in slaap zou vallen. Het was alsof er een soort partydisco in mijn hoofd zat.” Als Puck na deze extreme slapeloosheid besluit om toch nog te gaan werken, stort ze in. “Ik dacht dat ik een hartaanval kreeg, ik riep dat iemand een ambulance moest bellen. Ik dacht echt dat ik doodging.”
Wake-up call
Haar moeder nam het heft in handen en haalde haar op uit Amsterdam: “Je gaat niet meer werken.” Voor Puck was het een confronterende, maar noodzakelijke wake-upcall. Na dit incident kreeg Puck ook last van spanningshoofdpijn. “Ik merkte dat mijn hoofdpijn grotendeels psychisch was. Zodra ik rust voelde, verdween veel van die spanning.” Puck startte met psychologische hulp en praktijkondersteuning. Ze stopte met overmatig drinken, richtte zich op gezonde voeding, krachttraining en wandelingen in de buitenlucht.
Levenslessen
Puck ontdekte dat haar burn-out niet alleen over werk en studie ging. “Er zat veel onverwerkt trauma achter. Dat negeren heeft me zo ver gebracht.” Ze leerde grenzen stellen en vond acceptatie. “Ik dacht dat ik alles zelf moest oplossen. Maar hulp vragen is geen zwakte, het is een stap naar herstel.”
Andere omgeving
Na haar burn-out verhuisd Puck een half jaar naar Berlijn. Hier heeft ze voor het eerst het idee haar rust weer gevonden te hebben. “Het gevoel van vrijheid wat ik daar had was echt heel fijn. Hier had ik het idee dat ik echt over mijn burn-out heen was. Ik voel me sindsdien veel lichter.”
Op je pootjes terecht
Terugkijkend op deze periode in haar leven, heeft veel Puck veel nieuwe inzichten opgedaan. “Ik heb drie jaar op de reservebank gezeten, maar uiteindelijk kom je altijd weer op je pootjes terecht. Het pad dat je in je hoofd hebt, hoeft niet het pad te zijn dat werkt. Alles komt goed, echt.”



