Mensen met een lager inkomen krijgen minder sociale waardering voor duurzame keuzes dan anderen. Dat blijkt uit onderzoek van promovenda Ceren Şahin aan Tilburg University. Terwijl zij net zo goed milieubewuste beslissingen nemen, zoals fietsen in plaats van autorijden, afval scheiden of spullen repareren, worden deze keuzes vaker gezien als noodzaak in plaats van overtuiging.
Dergelijke keuzes zijn goed voor het milieu en worden door allerlei mensen gemaakt. Vaak krijgen we daar ook sociale waardering voor: we vinden het belangrijk en positief wanneer iemand bewust met duurzaamheid bezig is. Maar uit onderzoek van Ceren Şahin aan Tilburg University blijkt dat die waardering niet voor iedereen gelijk is. Vooral mensen met een lager inkomen krijgen minder sociale erkenning voor hun duurzame keuzes.
‘Sociale erkenning’
Volgens ‘Lifestyle Sustainability Directory’ is sociale erkenning het volgende:
‘Gewaardeerd worden door je gemeenschap voor je bijdragen en acties, wat je welzijn versterkt en duurzaam leven stimuleert.’
Bijvoorbeeld: iemand fietst elke dag naar school in plaats van de scooter te pakken. Een vriend of klasgenoot zegt: “Goed bezig, echt duurzaam dat je altijd de fiets pakt.”
Dat compliment, die waardering uit de sociale omgeving, is sociale erkenning. Het motiveert die persoon om dit duurzame gedrag vol te houden.
Vooroordelen
“Mensen kunnen meerdere motivaties hebben om iets te doen. Ik kan bijvoorbeeld elke dag hardlopen om gezond te blijven, maar ook omdat ik het leuk vind of omdat ik haast heb. Toch maken we als mensen vaak automatisch een aanname over wat de meest logische reden is, zonder te kijken naar de andere mogelijke motivaties.”
Volgens Şahin is dit dus ook hoe we denken als mensen duurzame keuzes maken.
Als een rijk persoon een tweedehands meubel koopt, vinden we dat ‘resourceful’ maar, als iemand met een kleine beurs dat doet denken we dat ze dat doen omdat ze geen andere keuze hebben zegt Şahin.
Volgens Şahin is het probleem dat mensen met een lager inkomen het gevoel hebben dat anderen hun keuzes beoordelen. “Ze willen wel duurzame keuzes maken, maar niet de indruk wekken dat ze arm zijn. Daardoor kunnen ze die duurzame opties soms vermijden en juist nieuwe producten kopen om het gevoel te hebben dat ze erbij horen.”
Onderzoeken
Voor het een deel van het onderzoek heeft Şahin gebruik gemaakt van een website die mensen betaalt om een enquete in te vullen. In deze enquete kwamen verschillende vragen en onderzoekjes langs. Bij een van de vragen werden drie keuzes voorgelegd aan mensen met een laag inkomen over het kopen van een Patagonia jas (redelijk dure vintage jassen van hoge kwaliteit): 1. een tweedehands Patagonia jas kopen 2. Een nieuwe Patagonia jas kopen of 3. Een goedkope jas kopen van een fast fashion bedrijf zoals H&M.
60 procent van de ondervraagde zouden kiezen voor de tweedehands jas, “het is logisch, een hoge kwaliteit voor een lagere prijs”.
Maar zodra Şahin bekend maakte dat iedereen hun resultaten kon zien, koos meer dan de helft van de ondervraagden voor een fast fashion jas. Omdat ze niet willen dat mensen weten dat ze tweedehands kopen en omdat de nieuwe jas te duur voor ze is.
“Wanneer je bang bent om beoordeeld te worden voor een duurzame keuze, ben je al snel geneigd om die keuze te veranderen ”
De duurzame keuzes van studenten
Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van een grote groep deelnemers uit de Verenigde Staten. Het ging om een diverse groep met verschillende etnische achtergronden, waardoor de resultaten breed representatief zijn, vertelt Şahin.
Of dit onderzoek representatief is voor studenten in Nederland weet Şahin niet te vertellen, maar ze durft wel een aanname te doen:
“In de VS is armoede vaak sterker gestigmatiseerd, wat invloed kan hebben op hoe mensen hun duurzame keuzes ervaren. In Nederland zie je wellicht minder grote verschillen. Voor jongeren is acceptatie heel belangrijk: zij zijn zich bewust van de impact op het milieu én op elkaar. Ze willen graag sociaal geaccepteerd worden, maar studenten accepteren elkaar vaak sneller. Daardoor is de kans denk ik groter dat zij minder snel sociale erkenning missen, hoewel ook zij dat soms kunnen ervaren.”






