De Tweede Kamer stemt vandaag over een motie die voorkomt dat een kind automatisch de achternaam van de vader krijgt als de ouders het niet eens kunnen worden over de achternaam. Volgens Nona Blijlevens van het het Centrum voor Familiegeschiedenis is er wel verandering in de keuze maar heel langzaam door verschillende factoren.
Nona Blijlevens van het Centrum voor familiegeschiedenis (het CBG) vertelt over de geschiedenis van achternamen. Zij vertelt dat tussen 1811 en 1998 bepaalde de wet dat kinderen van ongehuwde vrouwen de naam van hun moeder kregen en kinderen van getrouwde vrouwen die van de echtgenoot van hun moeder. “Iets wat bijna twee eeuwen een verplichting was, wordt vanzelf een gewoonte”, reageert Blijlevens. “Ook als die verplichting er op een gegeven moment niet meer is.”
Bij het CBG zien ze sinds 1998 wel een daling in kinderen die alleen de familienaam van de vader ontvangen. “Het zal echter wel even duren voordat we op een gelijkmatige verdeling zitten”, vertelt Blijlevens.
Sinds 2024 mogen ouders namelijk ook kiezen voor een samengestelde familienaam. Hierbij is het dan de familienaam van vader en familienaam van de moeder die na elkaar worden gezet. Dit sluit aan op de motie waar de Tweede Kamer vandaag over gaat stemmen.
Volgens Blijlevens zou een samengestelde familienaam de norm moeten zijn maar geen wettelijke verplichting. “Ouders moeten daarin zelf een keuze kunnen blijven maken”, aldus Blijlevens.
Echter verwacht zij niet dat er op korte termijn anders naar de waarde van achternamen wordt gekeken.






