De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen is dit jaar landelijk licht gestegen. Volgens voorlopige cijfers van de Verkiezingsdienst van het ANP bracht 54,1 procent van de kiesgerechtigden zijn of haar stem uit. Dat is hoger dan in 2022, toen de opkomst uitkwam op 50,9 procent. Ondanks die landelijke stijging blijft Tilburg met een opkomst van 45,5 procent duidelijk achter bij het landelijke gemiddelde en bij andere grote Brabantse steden.
In Tilburg kwam 45,5 procent van de stemgerechtigden opdagen. Dat is weliswaar hoger dan de 40,1 procent die in 2022 werd gemeten, maar de stad blijft daarmee ver onder het landelijke gemiddelde. Ook de ochtendopkomst was opvallend laag: om 10.00 uur had slechts 7 procent van de Tilburgers gestemd, bijna een halvering vergeleken met de 12,3 procent in 2022.
Grote verschillen tussen gemeenten
De verschillen tussen gemeenten zijn dit jaar opnieuw groot. Gemeente Staphorst noteert met 80,6 procent de hoogste opkomst van Nederland. Ook Rozendaal (76,4 procent) en Schiermonnikoog (76,1 procent) scoren hoog. Aan de andere kant blijft Rotterdam met 40,6 procent de stad met de laagste opkomst, al is dat wel iets hoger dan in 2022.
Premier Rob Jetten heeft eerder aangekondigd van de Euromast te zullen abseilen als het landelijke opkomstpercentage hoger zou uitvallen dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen. Daarmee sloot hij zich aan bij de Rotterdamse burgemeester Carola Schouten, die dezelfde belofte deed voor de opkomst in haar eigen stad. Wanneer het abseilen precies plaatsvindt, is nog niet bekend.
In Brabant valt Tilburg op door de relatief lage opkomst. Breda kwam uit op 50,51 procent en Den Bosch op 51,8 procent. Alleen Eindhoven scoorde met 44,4 procent nog iets lager dan Tilburg. Daarmee blijft Tilburg, ondanks een lichte stijging ten opzichte van 2022, achter bij de meeste andere grote gemeenten in de provincie.






