Jongeren uit Bonaire, Sint Eustatius en Saba doen dit jaar mee aan de Jongeren Prinsjesdag. De jongeren uit Caribisch Nederland namen deel aan het onderzoek van UNICEF Nederland, ‘s werelds grootste kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties, in samenwerking met onderzoeksbureau Ipsos. “We vonden het gewoon tijd dat we hun stem laten horen”, zegt woordvoerder Sabine de Jong van UNICEF Nederland.
Jongeren Prinsjesdag is dit jaar voor de zestiende keer georganiseerd door UNICEF Nederland. Jongeren tussen de 14 en 18 jaar gaan in gesprek met politici van de Tweede Kamer over onderwerpen die uit het onderzoek van Ipsos kwamen. In Europees Nederland staan dit jaar de volgende onderwerpen centraal: gevaar uit andere landen (53%), het huizentekort (47%) en pesten (38%). In Caribisch Nederland staan de onderwerpen mentale gezondheid (28%), pesten (27%) en gevaren uit andere landen (26%) centraal. De Jong zegt dat er weinig psychologen en therapeuten beschikbaar zijn op de eilanden. Dit verklaart mede waarom mentale gezondheid de voornaamste zorg is.
Het doel van de dag is om jongeren meer invloed te geven op beleid. Dat is volgens UNICEF Nederland belangrijk, omdat zij niet mogen stemmen, maar politieke beslissingen wel direct invloed hebben op hun leven. Volgens De Jong speelt dat gevoel van weinig invloed ook op de BES-eilanden. UNICEF Nederland werkt daar al langer aan een kindvriendelijke leefomgeving, waarbij gemeenten en andere betrokken partijen worden ondersteund om rekening te houden met de rechten en stem van kinderen en jongeren. Zoals Child Friendly Cities Initiative.
“Ze zeggen: we moeten bijvoorbeeld heel vaak enquêtes invullen, maar vervolgens verandert eigenlijk niks”, vertelt De Jong. Uit het onderzoek blijkt dat jongeren op de eilanden hun bestuur gemiddeld een 5,4 geven voor hoe goed er naar hen wordt geluisterd. De Nederlandse overheid krijgt gemiddeld een 5,0. Ook in Europees Nederland blijft het oordeel onvoldoende: daar geven jongeren de politiek gemiddeld een 4,8.
Een van de deelnemers vatte dat tijdens de Jongeren Prinsjesdag scherp samen: “Als ik een 4,8 krijg op school moet ik echt aan de bak en hier kan het doorgaan zonder dat er echt iets verandert.”, vertelt de Jong.
Anne (15): “ik voelde me echt naar geluisterd, zeker door Wimar Bolhuis van PRO.” Van de Minister van Zorg, jeugd en sport kreeg ze niet dezelfde belangstelling. Ze zegt: “Ik denk dat wat de minister wel duidelijk maakt is dat het ministerie al heel druk bezig is met de problemen die we opnieuw hebben aangekaart.”
Deelnemers op de eilanden vulden dezelfde vragenlijst in als jongeren in Europees Nederland en konden daarna verder praten over hun antwoorden. Omdat de groep op de eilanden veel kleiner is, zijn de resultaten niet representatief voor alle jongeren daar. Maar ze geven volgens UNICEF wel een beeld van wat er speelt. De uitkomsten die UNICEF krijgt, worden gedeeld met politici op de BES-eilanden, zodat hun het een kind vriendelijkere omgeving kunnen maken.







