De definitie van antisemitisme die in de tweede kamer wordt gehandhaafd moet veranderen. Dat is waar onder andere de PvdD en GL-PvdA voor betogen in een debat over antisemitisme afgelopen dinsdagavond. Er moet volgens deze partijen meer plaats komen voor discussie over Israël zonder dat mensen antisemitisch worden genoemd.
IHRA-definitie
Op het moment hanteert de kamer de IHRA-definitie van het woord antisemitisme. Dit is een definitie die is ontwikkeld door de ‘International Holocaust Rememberance Alliance’. Een samenwerking van 35 landen die zich inzet voor problemen rond de Holocaust. In deze definitie staat onder andere dat het bijvoorbeeld het aanzetten tot haat naar de Joodse gemeenschap en het gebruik van stereotyperen antisemitisch is. Ook is het verantwoordelijk houden van de joodse gemeenschap voor de daden van Israël antisemitisme. Hoewel kritiek op de staat Israël dus wel mag volgens de definitie, is dat wel waar veel van dit debat over ging.
JDA-defenitie
Kamerlid Ines Kostić van de PvdD stelt een andere definitie voor, de JDA-definitie. Volgens het kamerlid is deze definitie, “veel beter dan de IHRA-definitie omdat het geen discussies vermengt, deze definitie verbindt meer.” De JDA-definitie houdt de discussie over Israël en Gaza gescheiden van antisemitisme wat voor meer ruimte voor discussie zou moeten zorgen. De JDA is een definitie die is ontwikkeld door meerdere academici en journalisten die een alternatief op de IHRA- definitie wilden ontwikkelen. Meerdere partijen die gisteren spraken gaven aan de discussie rond Israël gescheiden houden van antisemitisme belangrijk te vinden.
Minister van Oosten
Toch ziet de minister van Oosten van justitie en veiligheid het veranderen van de definitie die de kamer gebruikt niet zitten. Volgens hem hoeft “Het één (antisemitisme) niets te maken hebben met het ander (kritiek op de staat Israël.”
Verder zijn eigenlijk alle partijen het erover eens. Antisemitisme in Nederland moet veranderen. Dat joodse kinderen nu met beveiliging naar school moeten is volgens Bikker van de CU een taken dat “Antisemitisme in ons land springleven is.” Er moet iets veranderen in Nederland. Zowel de PVV, de CU, de SGP en NSC zijn vóór het invoeren van strengere straffen op antisemitisme daden en veel partijen willen betere educatie over de holocaust.
Hoewel minister van Oosten zich uitspreekt tegen antisemitisme, wil hij vooral realistisch zijn op welke maatregelen nut zouden hebben. Het invoeren van strengere regels heeft in Duitsland bijvoorbeeld weinig invloed gehad.





