Na 22 jaar wint Arsenal eindelijk weer de Premier League. De club uit Noord-Londen moest lang wachten om de landstitel te veroveren. Er is nog één laatste speeldag dit weekend, maar met een gat van vijf punten, valt het doek nu al voor City.
Dit seizoen heeft Arsenal weer veel speeldagen bovenaan gestaan, maar dat wilt niet zo veel zeggen. In de afgelopen jaren heeft het team van Mikel Arteta té vaak laten zien dat ze in de tweede helft van het seizoen bezwijken onder de druk. En vaker dan niet kwam die druk van rivaal Manchester City.
Ook dit jaar wist City de titelstrijd tot het einde toe spannend te houden. Vanavond tegen Bournemouth schoot Semenyo vroeg in de eerste helft de bal tussen de palen, maar het feest kon niet doorgaan wegens buitenspel. Daarna lieten de doelpunten op zich wachten totdat Kroupi in de 38e minuut Bournemouth op 1-0 bracht.
Vlak na de rust besloot Guardiola het roer om te gooien en bracht hij drie wissels binnen de lijnen om de score te veranderen, maar het mocht niet baten. Laat in de blessuretijd van de tweede helft weet spits Erling Haaland tóch nog een doelpunt te scoren voor Manchester City, maar het was te weinig om in de titelstrijd te blijven.
Geen lege handen
Het is hoe dan ook geen teleurstellend seizoen voor de Blues. In maart wisten ze al te winnen van Arsenal in de Carabao Cup en vorig weekend wisten ze de FA Cup te bemachtigen tegen Chelsea. Een ‘domestic treble’ zou het afscheid van Bernardo Silva, John Stones en misschien ook Nathan Aké en Pep Guardiola af hebben gemaakt, maar Arsenal gaat er met die buit vandoor.
AFC Bournemouth heeft met het gelijkspel Europees voetbal veiliggesteld voor volgend seizoen. Welke competitie dat zal zijn, is nog de vraag.






