Officieel voetbaltrainer wordt je niet zomaar. Als je trainer wil worden in Nederland kan je gerust rekenen op een hele hoop schooluren én een hoge rekening. Mitchel Gerrits (23) is assistent trainer bij de onder 13-2 van Vitesse. Om hoofdtrainer te worden van datzelfde team, moet hij daar een jaar lang ervaring opdoen, daarna een volledige opleiding volgen en 6000 euro neerleggen.
Van assistent naar hoofdtrainer
Als voetbaltrainer heb je de juiste papieren, een voetbalcoach licentie, nodig. Je begint altijd bij niveau 1, en kan tot maximaal niveau 5. Zo ook Mitchel Gerrits. Hij heeft ondertussen niveau 2 gehaald en is daarmee assistent trainer bij de jeugd van Vitesse. Dat kostte hem exact 2305 euro en 297 uur.
Nu wil hij verder om hoofdtrainer van zijn team te worden. “Maar daar moet ik eerst een jaar op wachten.” Na dat jaar mag hij daar ook nog 6005 euro en 326 uur opleidingstijd in steken. “Als je dan op het knopje wil klikken om je licentie eindelijk te activeren, betaal je ook nog eens 50 euro.”
Die licentie behouden kost bijscholing en dus nog meer tijd en geld. Dat terwijl veel trainers er al weinig of niet voor betaald krijgen. “Veel trainers die gewoon een hoge jeugd licentie hebben zijn aan een amateurclub gebonden waar ze geen contract kunnen krijgen. Aan zo’n amateurclub gebonden zijn, betekent dan vaak alleen een vrijwilligersvergoeding krijgen.”
Nederland vs. buitenland
Des te hogere teams je wil trainen, des te hoger je licentie moet zijn. De kosten van licentie 5 lopen op tot wel 10.000 euro. En dan heb je de vorige 4 dus al gehaald. In het buitenland is dat een stuk goedkoper.
Dat legt Gert Aandewiel namens de KNVB uit aan Rotterdam Voetbal. “Wij vullen 450 college-uren per opleiding, terwijl de UEFA voorschrijft dat minimaal 180 lesuren al genoeg kan zijn. In sommige landen heb je als deelnemer 180 tot 200 lesuren en zit je met 30 man in een klas. Wij bieden meer dan het dubbele aantal lesuren en onze groepen zijn veel kleiner. Dat verklaart dan tevens de hoogte van het opleidingsgeld.” Dat betekent dus ook dat het in Nederland een stuk ontoegankelijker is voor jonge trainers als Gerrits.
Zonder trainers geen voetbal
Ondertussen zijn de voetbaltrainers hard nodig. “We hebben 1 hoofdtrainer, 2 assistent trainers, een techniek trainer, keeperstrainer, een fysio en een teammanager. Op de trainingen zijn het voornamelijk de hoofd- en een assistent trainer. Maar het zijn een hele hoop mensen, dat heeft elk team zo.” Dat is niet alleen belangrijk om de velden gevuld te houden, maar ook om de kinderen zich te kunnen laten ontwikkelen.
Gerrits gaat het komende jaar ervaring op blijven doen als assistent-trainer. “Het liefst wil ik hoofdtrainer worden bij een lage leeftijdscategorie.” Hij is in ieder geval vastberaden om zijn trainerscarrière voort te zetten.






