Hoe lastig is het voor buitenlandcorrespondenten om hun werk uit te voeren als je omgeving een slagveld is en de brokstukken je om de oren vliegen? Journalistiek bedrijven anno 2026 gaat niet zonder risico’s. Toenemende conflicten in het buitenland maken het uitvoeren van objectieve verslaggeving uitdagend en soms zelfs gevaarlijk. Twee oorlogscorrespondenten doen hún verhaal.
Een journalist die goed op de hoogte is van de huidige situatie in het Midden-Oosten is Kaja Bouman. Na haar studie in Jeruzalem werkte zij tot 2020 als buitenlandcorrespondent in de regio. Sindsdien volgt zij de ontwikkelingen op de voet vanuit Nederland. Voor westerse journalisten is het volgens Bouman nog relatief veilig om hun werk te doen in een land als Israël. “Het land wil ook laten zien hoe normaal en veilig het is”, legt ze uit. Israël heeft er volgens haar dan ook belang bij om internationale journalisten toe te laten.
Tegelijkertijd benadrukt Bouman dat de veiligheidssituatie sterk verschilt per land in het Midden-Oosten. “Wie naar Libanon gaat, heeft met andere risico’s te maken dan iemand die in Israël of Iran werkt.” In Libanon speelt vooral het directe oorlogsgeweld een rol, terwijl het in Iran juist moeilijk is om vrij te werken en journalisten risico lopen om het land uitgezet te worden. In Israël zelf hoeven westerse journalisten zich volgens Bouman over het algemeen weinig zorgen te maken, al is de bewegingsvrijheid in bijvoorbeeld de Westoever wel beperkter geworden.
Lokale verslaggevers
Dat geldt echter niet voor iedereen. Vooral Palestijnse journalisten lopen grote risico’s. “Er zijn journalisten gestopt omdat ze bang zijn doelwit te worden of omdat hun familie gevaar loopt”, aldus Bouman. Ze noemt het zorgwekkend dat journalisten in sommige gevallen daadwerkelijk als doelwit worden gezien.
Daarnaast zijn buitenlandse journalisten sterk afhankelijk van deze lokale verslaggevers, omdat zij zelf Gaza niet in kunnen. Wanneer Palestijnse journalisten hun werk niet meer kunnen doen, heeft dat directe gevolgen voor de berichtgeving. “Dan wordt het ook voor ons moeilijker om verhalen te maken”, legt Bouman uit.
Veel lokale journalisten blijven desondanks werken, vaak omdat het hun enige bron van inkomen is in een gebied waar weinig werk beschikbaar is en de kosten hoog zijn. Tegelijkertijd voelen zij ook een sterke verantwoordelijkheid om de situatie in Gaza zichtbaar te maken voor de rest van de wereld. Aldus Bouman.
Sovjetfascinatie
Als buitenlandcorrespondente heeft Eva Cukier inmiddels in vele landen gewoond en gewerkt, waaronder Rusland en Oekraïne. Ze groeide op in een klein dorpje boven Groningen, en ontwikkelde naar eigen zeggen al op vroege leeftijd een interesse voor de toenmalig Sovjetlanden. ‘’Dat ontstond heel toevallig’’, vertelt ze. ‘’Toen ik op vroege leeftijd hoorde dat mijn voorouders Russisch waren, raakte ik direct gefascineerd door het reusachtige en mysterieuze land, waarvan ik niets wist. Naarmate ik ouder werd, nam die fascinatie alsmaar toe.’’
Later bleek Cukier geen Russisch, maar Pools bloed te hebben. Het drukte haar passie voor Rusland allerminst. Ze volgde onder meer de universitaire studie ‘Russische linguïstiek’ in Groningen en specialiseerde zich verder in Tblisi en Berlijn. ‘’Toen had ik wel genoeg theoretische kennis opgedaan’’, aldus Cukier. ‘’Ik werkte bij Buitenlandse Zaken. In 2009 werd ik als diplomaat vanuit Den Haag uitgezonden naar Moskou, om daar te werken op de Nederlandse ambassade. Dat beviel me goed. Ik stond er in nauw contact met mensenrechtenorganisaties en werkte aan de onderlinge relaties tussen Rusland en Nederland.’’
Van diplomaat naar journalist
Het duurt tot 2014, als de Groningse haar (werk)leven omgooit. ‘’Dat gebeurde vrij abrupt. Toen in enkele maanden tijd de spanning hoog opliep tussen Rusland en Oekraïne veranderde ik – min of meer op de bonnefooi – van baan. Met relevante ontwikkelingen, waaronder het neerhalen van vlucht MH17 op Oekraïens grondgebied, merkte je een steeds groter-wordende behoefte vanuit Nederland aan taal- en regiokennis in het Oostblok, om zo het laatste nieuws te kunnen volgen.’’
En zo bevindt Cukier zich plots middenin het Russische journaille. Onder andere werkzaam voor Trouw en het NRC verslaat ze de laatste ontwikkelingen in Oost-Europa, waar op dat moment spanningen voelbaar zijn. ‘’In een periode waarbij oorlog dreigde, was het mijn taak om de Nederlander mee te nemen in alles wat hier afspeelde. Maar journalistiek bedrijven gaat er anders dan in Nederland. Zeker sinds de oorlog in 2022 officieel is uitgebroken, kom je als journalist nog lastig ergens binnen. In Oekraïne viel het in mijn tijd, voordat de oorlog begon, nog erg mee. Als je het hebt over het veilig kunnen uitvoeren van je werk, was Oekraïne daar een fijne plek voor. Er werden in elk geval geen journalisten links en rechts opgepakt en in de gevangenis gegooid’’, knipoogt Cukier. ‘’Alleen m’n Russische werkverleden werd er vaak niet op prijs gesteld. Dat lag er toen al erg gevoelig, en ligt tegenwoordig nóg veel gevoeliger.’’
Opgepakt
Het is in datzelfde Rusland, dat Eva Cukier te maken krijgt met iets waar menig buitenlandcorrespondent voor vreest: als ze in 2021 aanwezig is bij één van de vele demonstraties voor vrijlating van politicus Aleksej Navalny, wordt ze tijdens uitvoering van haar werk opgepakt. ‘’Ik was aanwezig bij het protest en volledig herkenbaar als journalist. Toch werd ik opgepakt door de politie. Op intimiderende wijze hebben officiers me toen ondervraagd over mijn aanwezigheid. Als journalist zou je op papier natuurlijk gewoon aanwezig mogen zijn een demonstratie. Maar in Rusland is dat geen zekerheid.’’
Uiteindelijk wordt de journaliste een paar uur vastgehouden, waarna ze het bureau mag verlaten. De plotselinge arrestatie gaat haar niet in de koude kleren zitten, vertelt ze. ‘’Het was erg indrukwekkend. Óók, omdat de intimidatie verder ging dan die paar uur fysiek op het bureau te zijn geweest. Maandenlang na de arrestatie kreeg ik telefoontjes en had ik politie aan m’n deur staan… Alles om duidelijk te maken dat wij als journalisten niet mogen schrijven over zaken die de autoriteit in een kwaad daglicht zetten.’’
De noodtelefoon
Bied men vanuit Nederland op enige manier steun voor journalisten als Eva en Kaja, die in het buitenland met onveiligheid te maken krijgen? ‘’Uiteindelijk doen we alles wat binnen onze macht ligt.’’ Dat zegt Paul Teixeira. Als secretaris bij de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) bekleedt hij meerdere functies, waaronder woordvoering rondom persvrijheid en ethisch handelen binnen journalistieke kwesties.
Op het gebied van veiligheid gebruikt de NVJ een aantal technieken, vertelt Teixeira. ‘’We hebben een noodtelefoon. Deze is 24/7 beschikbaar en is bedoeld voor collega’s in nood; zowel in binnen- als buitenland.’’
Toch blijkt de telefoon vooral populair te zijn onder binnenlandse correspondenten. ‘’De meeste belletjes zijn afkomstig uit Nederland. Vanuit het buitenland worden we af en toe gebeld, maar zeker niet op dagelijkse basis.’’
Bescherming voor journalisten
Ook op praktisch kan de vereniging zijn leden beschermen. ‘’We geven adviezen over allerlei uiteenlopende zaken. Laatst werd ik via de noodtelefoon opgebeld door een fotojournalist. Hij zat in de trein en was onderweg naar Oekraïne, om daar een fotoreportage te maken. Deze journalist vroeg zich af, of zijn ANWB-reisverzekering voldoende was om aan het front z’n werk uit te voeren. Als je camera aan gort wordt geschoten, kom je met zo’n verzekering niet ver, zei ik hem.’’ Teixeira vervolgt: ‘’Dus heb ik de juiste verzekering voor hem afgesloten. Vanuit de NVJ werken we samen met een aantal verzekeraars die gespecialiseerd zijn in conflictsituaties.’’
Onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’, probeert de NVJ waar mogelijk om journalisten klaar te stomen voor hetgeen hen te wachten staat in een oorlogsgebied. ‘’Wij hebben verschillende veiligheidstrainingen voor journalisten die daar behoefte voor voelen. De meest intensieve zijn specifiek ingericht voor oorlogsgebieden. Bedreigingen, gijzelingen, hoe te reageren als er een geweer tegen je hoofd wordt gedrukt. Levensecht nagespeeld.’’
Teruggaan nog geen mogelijkheid
Voor Cukier zal het niet zo ver komen: in 2023 keert zij terug naar Nederland. Ruim een jaar na uitbraak van de oorlog, vindt werkgever NRC het ‘onverstandig aangaande toenemende onveiligheid van werkomstandigheden om langer correspondentie te verlenen vanuit Rusland.’
‘’Het was als een stolp die over het land heen kwam, waaruit alle lucht werd getrokken’’, omschrijft de correspondent het begin van de oorlog door haar ogen vanuit Moskou. ‘’Je leefde in een parallel universum. De prijzen gingen omhoog en er heerste onder de bevolking ontzettend veel angst. Veel Russen vluchtten toen naar andere landen toe, om zo niet onder de censuur vanuit de overheid te hoeven leven. Uiteindelijk deed ik hetzelfde.’’
Nog altijd schrijft ze over het nieuws in Rusland en Oekraïne, maar tegenwoordig dus vanuit de heimat. ‘’Ik houd warme gevoelens over aan m’n tijd in de twee landen. Nog altijd volg ik voor m’n werk de allerlaatste ontwikkelingen. Dat doe ik vooral door veel te bellen naar Kiev en Moskou. In die steden wonen nog steeds veel collega’s van Cukier. ‘’In de loop van de tijd heb ik veel collega’s en vriendinnen leren kennen. Als ik nu nieuws nodig heb, bel ik met hen over de laatste ontwikkelingen. Zo blijf ik op de hoogte van het relevante en weet ik direct of m’n vrienden nog veilig zijn.’’