Home Blog Pagina 4

Nieuwe kerndoelen voor het onderwijs: “Hoe gaan we dit doen?”

0

Dinsdag 9 december is er een wetvoorstel over de nieuwe kerndoelen voor het onderwijs door de Tweede Kamer aangenomen. Scholen moeten nu aan de bak met het toepassen hiervan. Al blijkt het tekort aan docenten een probleem te worden in de volgende fase. In Tilburg plannen sommige scholen vergaderingen in, terwijl de ander al druk bezig zijn met de vernieuwing.

Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) heeft de kerndoelen na een lang proces weten te vernieuwen. Dit is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een kerndoel is het vereiste niveau dat een leerling moet halen per vak, passend bij het jaar waarin de leerling zit. In Tilburg worden al voorzichtig vergaderingen ingepland om te praten over de vraag: hoe gaan we deze nieuwe kerndoelen implementeren?

Sommige zijn echter al druk bezig, zoals het Reeshof College. Anne Heijmans, docent Nederlands bij het Reeshof College, laat weten dat ze erg blij is met de nieuwe kerndoelen. “Met deze nieuwe kerndoelen komt het lezen, zowel literatuur als leesvaardigheid, weer meer centraal te staan en dat lijkt mij een goede ontwikkeling.” Volgens haar is er ook al veel actie ondernomen bij het Reeshof College: “Met de vakgroep Nederlands hebben we het curriculum voor de onderbouw al helemaal aangepast, waarbij er rekening is gehouden met de nieuwe kerndoelen.”

Imre Mutsaers, directeur van 2College Cobbenhagenlyceum, vertelt dat er docenten wiskunde en Nederlands naar de bijeenkomst gaan van het SLO. Hier worden de nieuwe kerndoelen gepresenteerd. Aankomend jaar gaat de middelbare school, op basis van de nieuwe kerndoelen, aan de slag met een kerncurriculum. Lex Marsé, mentor en docent bij De Rooi Pannen, vertelt dat het op de agenda staat voor na de kerstvakantie. “Er wordt actief naar gehandeld!” 

Nieuwe fase

Els Stronks, letterkundige, heeft meegeholpen aan de nieuwe kerndoelen. “Het heeft wel even geduurd, maar iedereen is nu wel enthousiast over het resultaat”, vertelt Stronks. Het is een grote mijlpaal na langdurig werk. De laatste keer dat de kerndoelen zijn aangepast was namelijk in 2006. Normaliter worden deze ongeveer elke 10 jaar vernieuwd, volgens Els Stronks. “Dus we lopen eigenlijk al achter op de normale herziening. Dit is ook nog een tijd waarin door de digitalisering veel is veranderd. Daarom werd het ook wel echt hoog tijd dat het werd vernieuwd.”

Ze maakt zich echter wel zorgen over de volgende fase: “Er zijn te weinig docenten, dus iedereen zit zich nu wel af te vragen: hoe gaan we dit doen?” Er zijn nu kerndoelen bepaald, maar de vraag is nu: hoe gaat het onderwijs zich hierop aanpassen? De manier van les geven moet veranderen, maar ook praktischere zaken moeten veranderen. Zo moet er behoorlijk gesleuteld worden aan de toetsen en eindexamens voor het vak Nederlands.

Lezen en schrijven

Voor het vak Nederlands verandert er dan ook het meest. Dit heeft te maken met het gemiddelde niveau dat ondermaats bleek te zijn de afgelopen jaren. Volgens Els Stronks is het niveau zorgwekkend achteruitgegaan. De nieuwe doelen zijn daarom goed aangescherpt voor het lezen en schrijven. “Want in de huidige kerndoelen is er sowieso niet veel aandacht voor schrijven. En we weten uit onderzoek dat je lezen en schrijven beter kunt combineren. Zo geef je bijvoorbeeld de leerlingen de opdracht op te schrijven wat er gelezen is.” De nieuwe kerndoelen hangen dan ook meer samen, volgens haar. Het beter laten samenhangen en concreter maken ervan, waren dan ook prioriteiten voor het SLO tijdens het samenstellen.

Rekenen en wiskunde

Paul Drijvers, emeritus-hoogleraar wiskunde, heeft ook meegeholpen aan de kerndoelen. Drijvers is over het algemeen blij met het resultaat: “Ik vind het ook goed dat er aandacht wordt besteed aan andere dingen, zoals de houding van leerlingen; de attitude ten aanzien van wiskunde en rekenen.” Het SLO had dus als een van de prioriteiten het concreter maken van de doelen. Volgens Paul Drijvers is dat bij rekenen niet per se gelukt. Dit ligt volgens hem aan doelen die bijvoorbeeld gaan over hoe leerlingen kijken naar rekenen en wiskunde, of hoe het wordt gebruikt in de wereld om hen heen. “Dat zijn uit zichzelf al een beetje vagere doelen dan wanneer je zegt ‘die en die getallen met elkaar kunnen vermenigvuldigen’”, vertelt Drijvers.

Maar een probleem zou hij dit niet noemen: “Ik vind dat niet zo erg, omdat ik het vooral belangrijk vind dat deze onderwerpen ook expliciet op de agenda worden gezet. En dat vind ik wel een grote vooruitgang en ook een grote vernieuwing.”

Volgens Paul Drijvers is er echter niks mis met het gemiddelde niveau van rekenen en wiskunde. “Niet dat ik wil zeggen dat alles goed gaat en dat we rustig achterover kunnen zitten. Maar het frame dat het zo slecht gaat met rekenen, is echt onterecht, daar is geen evidentie voor”, vertelt hij. Wel is er uit verschillende toetsen en onderzoeken gebleken dat een specifieke doelgroep wel ondermaats presteert. “Met name de onderbouw-VMBO, daar verliezen we dus kennelijk wel wat terrein, dat is wel zorgelijk. Maar het gehele plaatje in Nederland is goed en ik denk dat die nieuwe kerndoelen daar wel aan bijdragen.”

Pridematch Egypte-Iran onder vuur maar; ,, Het kan een steun in de rug zijn voor onderdrukte LHBTI’ers.” 

Op het WK voetbal aankomende zomer staat op 26 juni een wedstrijd in Seattle in het teken van LHBTI-acceptatie. De twee landen die deze wedstrijd spelen zijn uitgerekend Egypte en Iran. In beide landen is het nog altijd een illegaal vergrijp en in Iran staat er zelfs de doodstraf op. In 2022 werd die zelfs nog gehandhaafd.  

Machocultuur 

,,Voetbal en Politiek gaan hand in hand met elkaar.” Vertelt Rens Cremers van Mulier instituut. Hij deed in 2021 een onderzoek naar de acceptatie van homo’s in het betaalde voetbal. ,,Voetbal en LHBTi-emancipatie gaan niet makkelijk samen. Uit dat onderzoek bleek dat de grootste problemen voor homo’s in het (betaalde) voetbal de reacties van supporters zijn en omdat voetbal nog altijd een machocultuur is. ,,Mannen voelen zich daar veilig in.” Stelt Cremers.  ,,De liefde tussen voetbal en de machocultuur is wederzijds.”  

Protest 

Dat juist Egypte en Iran de pridewedstrijd gaan spelen is puur toeval. Het bestuur van de stad meldde al eerder dat de wedstrijd op 26 juni in het teken van de LHBTI zou staan, maar na de loting en de bekendmaking van het wedstrijdschema bleek dat Egypte en Iran tegen elkaar zouden spelen op die dag in Seattle. Dinsdag meldde het ANP dat zowel Egypte als Iran protest hadden aangetekend tegen het spelen van de pridematch.  

Voordelen  

Toch ziet Cremers voordelen van het spelen van de pridematch tussen die twee landen. ,,Het kan een steun in de rug zijn voor onderdrukte LHBTI’ers in Egypte en Iran.” ,,De organisatie kan laten zien dat de LHBTI’ers in die landen worden gezien en gesteund.” Een paar jaar geleden tijdens het WK in Qatar was er ook veel te doen rondom de mensenrechten en die van de LHBTI’ers. Zo droegen verschillende aanvoerders de onelove band. ,,Dat was een periode waarin er iets meer openheid was tussen de voetbalwereld en de LHBTI-wereld.” ,,Nu is de machowereld weer teruggekeerd, ook omdat er in Amerika een conservatieve wind is gaan waaien.”  

30.000 gemiste afspraken kosten het Elizabeth-Tweesteden Ziekenhuis in Tilburg een paar miljoen euro

0

Weken, soms maanden sta je op een wachtlijst. En toch komt bij 2% van de afspraken niemand opdagen bij het Elizabeth-Tweesteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg. “Vorig jaar waren dat zo’n dertigduizend afspraken, waarbij een patiënt absent was”, zegt een woordvoerder.

Het kost een ziekenhuis tussen de 50 en 150 euro per no-show, blijkt uit recent onderzoek van Een Vandaag. Dat zou dus betekenen dat het ETZ op jaarbasis een paar miljoen kwijt is aan dit probleem. Daarom is de ziekenhuisorganisatie bezig om dit probleem aan te pakken.

Boete

De Tilburgse instantie zet in op betere communicatie richting patiënten. Dat doen ze via een app, brief of telefonisch contact, om het aantal no-shows terug te dringen. “We hopen dat deze manier effect heeft, want we willen niet gaan werken met boetes. Er zijn al genoeg mensen met weinig te besteden en die willen wij niet straffen.”

Het probleem speelt eveneens in andere ziekenhuizen in Nederland. Bij een paar daarvan krijgt de patiënt een rekening toegestuurd bij een no-show. Volgens de woordvoerder van het ETZ horen ze daar positieve verhalen over. Desondanks zoekt het Tilburgse ziekenhuis eerst naar andere oplossingen.

Controleafspraken

Bovendien geeft de woordvoerder van het ziekenhuis aan dat het afwezigheidsprobleem nog wordt onderzocht door een projectteam, maar kon daar nog weinig details over geven. Toch vertelde hij het volgende: “Met name bij controleafspraken zien we afwezige patiënten. De klachten zijn weg of er is geen behoefte meer aan de zorg. Daarnaast komen no-shows bij alle medische vakgebieden voor.”

Boeren in Den Bosch: Een Cruciaal Besluit

0

In Den Bosch verzamelden zich vandaag boeren uit verschillende regio’s voor een vreedzaam protest, terwijl zij vol spanning en verwachting het politieke besluit over de toekomstige stikstofemissie afwachtten. Ze protesteren omdat de voorgestelde regels volgens hen hun bestaanszekerheid en toekomst als landbouwers ernstig in gevaar brengen. De plannen houden in dat er strengere eisen gelden voor verouderde stallen en aanvullende beperkingen voor veehouderij, grondwater en gewasbeschermingsmiddelen.

“Ik sliep vier nachten achter elkaar niet, alsof er een soort partydisco in mijn hoofd zat”

0

Puck Weerts (23) belandde in een burn-out zonder dat ze het zelf doorhad. Ze leefde op adrenaline: studeren, werken, feesten. Rust nemen werd een bijzaak, tot haar lichaam er letterlijk mee stopte. “Ik herkende mezelf niet meer. Mijn hart ging tekeer, mijn hoofd bleef malen, en ik voelde me constant opgejaagd.”

Feesten, werken, doorgaan

Voordat Puck’s burn-out zichtbaar werd, had ze al een turbulent studietraject achter de rug.

Na haar HAVO nam ze direct een tussenjaar. Haar plan was om te reizen, maar door de coronapandemie viel dat volledig in het water. Ze ging op zichzelf wonen en merkte dat de druk toen al begon op te bouwen. Ze speelde altijd al toneel en besloot zich te richten op de toneelschool in Amsterdam. “Dat coronajaar was eigenlijk zo kut dat ik al volledig in de stress zat. Ik dacht: ik moet nú iets leuks gaan doen, anders trek ik het niet meer.”

Ze werd niet aangenomen op de toneelschool. In plaats van rust te nemen, besloot ze door te duwen. Ze schreef zich in bij een particuliere toneelschool in Amsterdam: De Trap. Met het idee dat ze het jaar erna alsnog toegelaten zou worden. Dat plan viel echter in het water.

“Na dat jaar viel ik eigenlijk meteen uit. Ik had veel te veel hooi op mijn vork genomen.”

Daarna volgde opnieuw een tussenjaar. Vervolgens begon ze aan de Hogeschool Utrecht, waar ze een tweejarige associate degree tot online content creator startte, een opleiding die ze inmiddels heeft afgerond.

Parallel hieraan werkte ze om alles zelf te kunnen betalen en hield ze haar sociale leven intensief bij. “Ik moest continu presteren. Alles zelf betalen. En ondertussen ook nog sociaal zijn en feestjes plannen.”

Verstoorde balans

Tijdens die jaren raakte haar lichaam steeds verder uit balans. “Ik was uitgeput, maar ik dacht alleen maar: ik moet iets dóén. Alles tegelijk.” Uitgaan was voor Puck geen ontspanning meer, maar een manier om te vluchten. “En dan drinken we ook nog te veel. Soms drie dagen achter elkaar echt blackout drunk.”

Wat voor haar voelde als “even loslaten”, werd in werkelijkheid een extra bron van stress. Ze negeerde de signalen zolang het nog leek of ze alles onder controle had, tot haar lichaam haar uiteindelijk dwong te stoppen.

Ambulance op werk

Na lang in deze ontkenning te hebben geleefd, ging het op een gegeven moment goed mis bij Puck. Vier nachten achter elkaar zonder slaap. Haar lichaam protesteerde heftig. “Ik liep ’s nachts kilometers door de stad, hopend dat ik in slaap zou vallen. Het was alsof er een soort partydisco in mijn hoofd zat.” Als Puck na deze extreme slapeloosheid besluit om toch nog te gaan werken, stort ze in. “Ik dacht dat ik een hartaanval kreeg, ik riep dat iemand een ambulance moest bellen. Ik dacht echt dat ik doodging.”

Wake-up call

Haar moeder nam het heft in handen en haalde haar op uit Amsterdam: “Je gaat niet meer werken.” Voor Puck was het een confronterende, maar noodzakelijke wake-upcall. Na dit incident kreeg Puck ook last van spanningshoofdpijn. “Ik merkte dat mijn hoofdpijn grotendeels psychisch was. Zodra ik rust voelde, verdween veel van die spanning.” Puck startte met psychologische hulp en praktijkondersteuning. Ze stopte met overmatig drinken, richtte zich op gezonde voeding, krachttraining en wandelingen in de buitenlucht.

Levenslessen

Puck ontdekte dat haar burn-out niet alleen over werk en studie ging. “Er zat veel onverwerkt trauma achter. Dat negeren heeft me zo ver gebracht.” Ze leerde grenzen stellen en vond acceptatie. “Ik dacht dat ik alles zelf moest oplossen. Maar hulp vragen is geen zwakte, het is een stap naar herstel.”

Andere omgeving

Na haar burn-out verhuisd Puck een half jaar naar Berlijn. Hier heeft ze voor het eerst het idee haar rust weer gevonden te hebben. “Het gevoel van vrijheid wat ik daar had was echt heel fijn. Hier had ik het idee dat ik echt over mijn burn-out heen was. Ik voel me sindsdien veel lichter.”

Op je pootjes terecht

Terugkijkend op deze periode in haar leven, heeft veel Puck veel nieuwe inzichten opgedaan. “Ik heb drie jaar op de reservebank gezeten, maar uiteindelijk kom je altijd weer op je pootjes terecht. Het pad dat je in je hoofd hebt, hoeft niet het pad te zijn dat werkt. Alles komt goed, echt.”

“Mijn opleiding voelde als een soort survival of the fittest”

0

Marie (28) begon haar studie grafisch ontwerp vol passie en creativiteit. Binnen een jaar veranderde die droom echter in een dagelijkse strijd: harde concurrentie, strenge docenten en een toxische sfeer dreven haar tot het uiterste. Zo ver dat ze in een burn-out belandde. In haar verhaal onthult Marie niet alleen hoe ze herstelde, maar ook welke onverwachte lessen ze onderweg leerde.

Van passie naar pressure
“Het eerste jaar was fantastisch,” vertelt Marie. “Ik kon experimenteren, had plezier in alles wat ik deed, en ging graag naar school.” Het tweede jaar bracht echter een andere realiteit. Marie koos voor de specialisatie Grafische Studio, maar kwam terecht in een omgeving vol competitieve medestudenten en harde docenten. “Iedereen was erop uit om beter te worden dan de ander. Fouten maakten was bijna niet toegestaan, en de kritiek van docenten was hard, ook voor kleine dingen. Het was echt een soort survival of the fittest.

Deze competitieve wereld zorgde ervoor dat het plezier dat Marie had in de opleiding verdween. Het sloeg om in stress en faalangst. “Ik durfde niet meer te ontwerpen, want wat ik maakte was nooit goed genoeg. Als iets niet perfect was van de eerste keer, deed ik het liever niet.”

Een ijskoud studentenkot
Naast de druk van school had Marie te maken met slechte leefomstandigheden. Haar studentenkamer was ijskoud in de winter en had geen verwarming. Hierdoor bleef ze vaak onder de dekens liggen en miste ze lessen. “Het was zo koud in mijn kamer dat ik niet uit bed wilde komen ’s ochtends. Daarnaast at, studeerde en leefde ik vrijwel in mijn bed, onder de dekens. Tegen de tijd dat ik op school kwam, had ik het tweede lesuur al gemist. Dat liep steeds verder op, totdat ik bijna niet meer naar de les ging.”

Deze combinatie van prestatiedruk, faalangst en een oncomfortabele woonomgeving zorgde ervoor dat Marie zich uitgeput en gedemotiveerd voelde. “Ik zag gewoon het nut niet om op te staan.”

Leven voor de avond

Hoe minder Marie de lessen bijwoont, hoe meer ze in het café is te vinden met haar vrienden. “Ik leefde eigenlijk vooral ’s avonds. Uitgaan was voor mij een manier om te ontsnappen aan mijn dagelijkse realiteit. Als ik met mijn vrienden was kon ik mijn zorgen even vergeten. Dit zorgde ervoor dat ik steeds later uit bed kwam en in de avonden pas dingen ging ondernemen.”

Haar burn-out wijdt Marie niet volledig aan school. “Het ging niet alleen om school. Het was ook het leven op kot, de sociale druk, roken, feesten. Alles bij elkaar zoog mijn energie eruit.”

Tijd voor een andere omgeving

Voor Marie was het duidelijk wat moest veranderen: haar schoolroute, woonsituatie en wat ademruimte. “Ik wist eigenlijk precies waar mijn burn-out door was ontstaan, hoe gek dat ook klinkt. Ik besloot het vak Grafische Studio per direct te laten vallen. Deze toxische leeromgeving was iets waar ik absoluut niet naar terug wilde keren. Ik merkte dat dat me gelijk veel rust gaf.”

Ook besluit Marie om haar eenzame en koude studentenkamer achter zich te laten. “Ik ben in het studentenhuis van een goede vriend van mij gaan wonen. Hierdoor had ik meer sociale interactie, dat kon al iets kleins zijn als even buiten samen roken.” Deze verandering gaf haar niet alleen een betere fysieke ruimte, maar ook sociaal contact dat haar motiveerde om uit bed te komen en kleine dagelijkse routines weer op te pakken.

Grenzen bewaken

Terugkijkend op haar burn-out vertelt Marie dat de grootste les is geweest om haar eigen grenzen te bewaken. “Ga op je gevoel af, wees eerlijk over je grenzen en wees niet bang om hulp of verandering te zoeken. Het is nooit te laat om het roer om te gooien. Op je school is er de mogelijkheid om met een psycholoog te praten of je kunt hiervoor naar de huisarts. Het duurde bij mij lang voor ik dit wist, maar de mogelijkheden zijn er.”

Te hoge werkdruk

Marie is het ook oneens met de hoge verwachtingen vanuit opleidingen. “Ik vind dat opleidingen soms veel te veel van studenten verwachten. De workload was bij grafisch design ontzettend hoog, en daarnaast werkte ik ook nog een bijbaan, hier was eigenlijk helemaal geen tijd voor. Hierdoor was er amper ruimte voor creativiteit en verloor ik mijn energie. Ik vind dat opleidingen hier meer aandacht aan kunnen besteden.”

“Mijn probleem was niet dat ik het niet wist, maar dat ik niet naar mezelf luisterde.”

0

Sam (27) raakte tijdens zijn studietijd overspannen. Hij hield de schijn op dat alles goed ging, maar achter de schermen blowde hij dagelijks en raakte hij steeds verder achterop met zijn studie. Dit is zijn persoonlijke verhaal en de stappen die hij zette om zichzelf weer terug te vinden.

“Het begin van mijn opleiding was eigenlijk vrij zorgeloos, ik feestte veel en maakte nieuwe vrienden. Tot ik op een gegeven moment tegen een muur liep en dacht: hoe krijgt iedereen dit gepland?”

Lenen bij DUO en feesten

Sam begint op zijn achttiende vol enthousiasme aan zijn studententijd in Rotterdam: een nieuwe stad, nieuwe vrienden en een opleiding Communicatie en Media aan de Erasmus Universiteit. Het voelt als een frisse start, maar de balans vinden blijkt moeilijker dan gedacht: “Ik merkte dat ik moeite had met plannen. Het voelde een beetje alsof iedereen het kon bijhouden maar ik niet. Daarnaast lag mijn focus voor het grootste deel op mijn sociale leven en niet op mijn studie.”

Overmatig blowen

Na ongeveer een jaar studeren kwam Sam voor het eerst in aanraking met blowen. “In het begin was het gewoon recreatief, maar al snel gebruikte ik het om te ontsnappen. Op het moment was het fijn om weg te rennen van de dingen waar je onzeker of bang voor bent, maar als ik er nu op terugkijk denk ik: leuk man, alleen op je kamer wiet roken.”

Oplopende stress

Het wordt langzaam duidelijk voor Sam dat hij moeite heeft met alle ballen hooghouden: “Ik was vooral heel erg bezig met zelfverzekerd overkomen bij mijn vrienden.”

Zowel mentaal als fysiek verslechtert zijn situatie. “Ik was in een korte tijd best veel aangekomen door het blowen, tot op het punt dat zelfs mijn moeder het opmerkte.” Daarnaast lukte het ook niet meer om het masker van de zelfverzekerde en grappige Sam constant op te houden. “Ik zag mijn vrienden steeds minder of ging eerder weg als we aan het chillen waren zodat ik nog even snel langs de coffeeshop kon.”

Mentale strijd

Het blowen is het copingmechanisme waarmee Sam soms in kan ontsnappen, maar de laag die daaronder zit is waar de pijn zit.

“Ik legde mezelf veel druk op: de studie die ik deed moest resulteren in een baan en daar moest ik dan vervolgens mijn brood mee kunnen verdienen. Ik was soms zo kritisch op mezelf dat ik helemaal niks meer uit mijn vingers kreeg. Het voelde heel erg als falen om te moeten stoppen met mijn studie. Zelfs creatieve hobby’s zoals tekenen en video’s maken kwamen helemaal stil te liggen. Het voelde alsof alles waarde moest hebben en anders deed ik het helemaal niet.”

Een einde aan de Rotterdamse droom

Het schoolwerk van Sam lijdt onder dit alles, tot op een punt dat hij moet gaan nadenken of hij wel op de juiste plek zit. “Het werd steeds moeilijker om me te verantwoorden tegenover school over waarom ik dingen niet af had gemaakt. Daarnaast wist ik toen nog niet dat ik ADHD heb, daar ben ik op latere leeftijd pas achter gekomen. Het universitaire onderwijs paste ook niet bij me. Ik presteer het beste onder druk en had bij de universiteit gewoon teveel vrijheid.”

Op het moment dat de coronapandemie uitbreekt, besluit Sam om te stoppen met zijn studie en terug naar huis te verhuizen. “Het idee dat ik alleen in dat kleine kutappartement zou zitten en elke dag zou blowen vond ik echt vreselijk, daarom besloot ik terug naar Eindhoven te gaan.”

Fijn vangnet en sporten

Toen Sam deelde met zijn vrienden en familie dat het niet goed met hem ging, reageerden zij hier gelukkig goed op. “Ik heb een heel fijn plekje om terug naar te kunnen kruipen. Waar mensen me kunnen helpen. Dus dat heb ik toen ook gedaan.”

De periode daarna is echter hard werken. “Op dat punt wist ik wel: Sam, je hebt een probleem. Ik ben toen naar een afkickhuis gegaan voor het blowen en met een psycholoog gaan praten. Dit waren zeker goede bouwstenen om mijn leven weer op de rit te krijgen.”

Of dit echt het kantelpunt was, dat weet hij niet: “Ik denk niet dat therapie me het meeste heeft geholpen, maar eigenlijk vooral sport en beweging. Zolang ik bleef bewegen, ging het steeds een beetje beter.”

Langzaam weer opkrabbelen

De periode die daarop volgt gaat met ups en downs. “Ik heb nog steeds dagen dat ik de hele dag in mijn bed lig, maar dat is oké. Als ik uiteindelijk maar van mijn reet afkom.”

Ook praten met anderen helpt Sam om zich beter te voelen. “Bel gewoon mensen: je moeder, oud-huisgenoot, vrienden, broertje, het maakt niet uit. De gesprekken hoeven niet mega veel diepgang te hebben, maar kunnen een groot verschil maken voor de rest van je dag.”

Terugkijkend op deze periode vertelt hij het volgende: “Mijn probleem was niet dat ik het niet wist, maar dat ik niet naar mezelf luisterde. Ik moest naar mezelf kijken om hier doorheen te komen en dat heb ik gedaan.”

Een stukje wijze raad

Als Sam een advies mag geven aan mensen die door een soortgelijke situatie gaan, dan is dat het volgende: “Ga op zoek naar water waar jíj in kan zwemmen, een omgeving die bij jou past. Hoe cliché het ook klinkt: wees niet te streng voor jezelf en vergeet niet: je kan altijd mensen bellen.”

Hoe je eet bepaalt hoe je je voelt: gezonde keuzes gaan niet vanzelf

0

“Het is niet per definitie dat studenten “fout” gedrag vertonen, maar dat de voedselomgeving ongezond eten structureel gemakkelijker, goedkoper en aantrekkelijker maakt.” zegt Maartje Poelman, Universitair Hoofddocent Consumptie en Gezonde Leefstijl aan de WUR. Onderzoek laat zien dat wat en wanneer je eet invloed heeft op hoe je je voelt en presteert. Toch is gezond en regelmatig eten in de praktijk vaak lastig vol te houden.

Een voedselomgeving die stuurt

Poelman legt uit dat de omgeving een grote rol speelt in eetgedrag. Supermarkten, kantines en marketing beïnvloeden dagelijks wat mensen kiezen. “Ongezonde opties zijn bovendien vaak goedkoper, sneller en makkelijker beschikbaar dan gezonde maaltijden.” zegt ze.

De constante aanwezigheid van verleidingen vraagt volgens Poelman veel wilskracht. Bij mensen die stress ervaren, bijvoorbeeld door werkdruk of financiële zorgen, wordt het moeilijker om impulsen te beheersen en vooruit te plannen. Dit maakt snelle, goedkope en vaak minder gezonde keuzes waarschijnlijker.

Onregelmatige patronen hebben gevolgen voor hoe je je voelt

Uit een onderzoek van het Food & Mood Centre IMPACT en Deakin University blijkt dat onregelmatig eten en een dieet rijk aan sterk bewerkte producten niet alleen invloed heeft op energieniveau en concentratie, maar ook op emotioneel welzijn. Een tekort aan regelmaat in eetmomenten kan leiden tot schommelingen in stemming en verminderde prestaties. Bovendien kunnen snelle, ongezonde maaltijden een kortdurend gevoel van voldoening geven, maar zijn ze vaak niet voldoende voedzaam om langdurige energie en focus te ondersteunen. In een omgeving waarin gezonde keuzes extra inspanning vergen, kan dit effect versterkt worden.

Gezonde keuzes zijn niet alleen een kwestie van wilskracht

Poelman vindt dat het probleem niet simpelweg bij individuen ligt. “Ongeveer 80% van het aanbod en de aanbiedingen in supermarkten draagt niet bij aan een gezond voedingspatroon. Een gezonde maaltijd bereiden kost bovendien vaak meer tijd, energie en geld dan een ongezonde hap.” Daarom is gezond eten volgens haar niet alleen een persoonlijke verantwoordelijkheid, maar ook een kwestie van structurele factoren die het maken van bewuste keuzes beïnvloeden.

“Het voelt alsof je dagelijkse batterij maar voor 30 procent is opgeladen.”

0

Wendy (31) zit voor de tweede keer tijdens haar studie in een burn-out. Angstklachten en ADHD spelen al haar hele leven een rol, maar de burn-out weet telkens weer de kop op te steken. Ze vertelt open over de momenten dat alles te veel werd en hoe dat haar leven bepaalt.

“Er was een moment waarop ik de vaatwasser wilde uitruimen, maar dat kostte me al te veel energie. Ik voelde me emotioneel zwaar. Bij een Disneyfilm kon ik letterlijk huilen van verdriet. Ik was boos op mezelf omdat dingen niet lukten, terwijl ik altijd gewend was alles te doen. Ik besefte dat ik hulp nodig had.”

Vroege uitdagingen

Al op jonge leeftijd worstelde Wendy met angstklachten. “Toen ik veertien of vijftien was, kwam ik voor het eerst in therapie.” Die begeleiding hielp haar, maar zorgde wel voor vertraging op school. Ze behaalde haar vmbo-diploma later dan leeftijdsgenoten en startte pas in 2016, op haar 22ste, met de mbo-opleiding Paardensport en Houderij, die drie jaar duurde.

Niet gemaakt voor het klaslokaal

Wendy voelde zich thuis op de opleiding paardensport, maar fysiek naar school is een uitdaging. “Ik merkte altijd al dat het voor mij zwaar was om in een klaslokaal te zitten. Het geluid van anderen en alle indrukken waren vaak te veel. Gelukkig kon ik veel thuis doen en mijn schoolwerk op mijn eigen tempo afronden. Uiteindelijk heb ik de opleiding succesvol afgerond.”

Coronatijd en ADHD

Daarna vervolgde ze haar studieloopbaan met de opleiding journalistiek. Deze startte in 2020 tijdens de coronaperiode, toen de meeste lessen online waren. “Dat werkte voor mij eigenlijk heel fijn. Een dag op school eindigt bij mij vaak met hoofdpijn door alle prikkels: licht, geluid, gesprekken.” Achter die overprikkeling zat echter meer. Tijdens een traject bij ADHD-centraal kreeg ze de diagnose ADHD. “Bij vrouwen komt dit vaak pas later aan het licht, maar voor mij verklaarde het veel. Ik begreep ineens waar mijn moeheid en overprikkeling vandaan kwamen.”

Bergafwaarts na de pandemie

Toen de coronapandemie tot een einde kwam, moest Wendy weer een weg zien te vinden in haar dagelijks leven, dit bleek een grotere uitdaging dan gedacht. “Het tweede jaar begon en ook al waren er nog coronaperiodes met gemiste weken, het terugkeren naar volle klassikale lessen van vijf dagen per week was zwaar.” Tegelijk startte ze haar stage: “Ik reisde twee keer per week van Den Bosch naar de Achterhoek, twee treinen en een bus, en werkte in een omgeving vol achtergrondgeluid. Dat was zwaar. Bovendien overleed mijn oudtante aan corona, wat emotioneel een flinke klap was.”

Langzaam voelde Wendy zichzelf achteruitgaan. Het was een opstapeling van alles wat uiteindelijk leidde tot een burn-out. “De combinatie van stage, werk, verlies van mijn oudtante en de druk van school zorgde ervoor dat ik steeds minder uit mijn handen kreeg. Zelfs simpele taken zoals de vaatwasser uitruimen waren al te veel. Ik voelde me compleet geveld, alsof ik een marathon had gelopen.”

Emotioneel aan de grond

Nog even dendert Wendy door: vijf avonden in de week werken en elke dag naar school. Al snel merkt ze dat ze haar limiet heeft bereikt: “Mijn energie raakte uitgeput. Hoe langer ik sliep, hoe vermoeider ik werd. Het voelde alsof mijn dagelijkse batterij van honderd procent constant maar dertig procent had. Alles wat ik normaal kon doen, lukte niet meer. Dat was het moment dat het echt duidelijk werd: ik zat thuis, kon niks meer uit handen krijgen en mijn gemoedstoestand was negatief.”

Bewijsdrang en acceptatie

Niet veel later neemt Wendy contact op met school. “Altijd doorgaan was mijn gewoonte, omdat ik mezelf wilde bewijzen dat ik het HBO aankon. Mijn mentor adviseerde me rust te nemen en alleen te doen wat haalbaar was.” Uiteindelijk wordt professionele hulp onvermijdelijk. “Ik had altijd al veel therapie gehad, maar nu belde ik de huisarts. Die koppelde me aan een praktijkondersteuner, een ontzettend lief en begripvol mens. Zij begeleidde me en bevestigde wat ik al voelde: ik zat in een burn-out. Ze legde uit dat ik lange tijd over mijn grenzen heen was gegaan en dat ik mijn ritme moest aanpassen om dit vol te houden.”

Met vallen en opstaan

Wendy probeert haar dagen nu zo rustig mogelijk te houden, maar zelfs kleine taken kosten haar veel energie. Een paar Vinted-pakketjes versturen of boodschappen doen kan al genoeg zijn om studeren onmogelijk te maken. “Als ik één ding doe, is dat eigenlijk genoeg voor een hele dag.” Ze probeert goed naar haar lichaam te luisteren, maar de balans tussen rust en dingen gedaan krijgen blijft lastig. Ondertussen werkt ze vijf avonden per week om rond te komen, al geeft haar lichaam vaak aan dat het te veel is.

Aan-en uitknop

Begeleiding krijgt ze alleen van haar praktijkondersteuner. “Ik mis iemand die me echt door dit proces heen helpt.” Ze wil graag weer opbouwen, maar hoe dat moet, weet ze nog niet. “Het is nog steeds zoeken. Je hebt gewoon geen aan-en uitknop, dat maakt het zo lastig.” Wendy weet nog niet precies hoe ze haar energie weer volledig wil opbouwen, maar elke dag kleine stappen zetten geeft haar hoop dat ze langzaam haar leven weer op de rails kan krijgen.

“Ik viel op werk ineens weg. Wat migraine leek, bleek een burn-out”

0

Indy (24) werkt als shiftleider bij de Albert Heijn en volgt de opleiding journalistiek. Haar studententijd verloopt naar haar idee goed, tot ze wordt teruggeroepen door haar lichaam. Als Indy bezig is met een van haar diensten bij de supermarkt, valt haar linkeroog dicht. Eerst dacht ze aan een migraineaanval, iets wat ze vaker had meegemaakt. Maar bij de huisarts kwam de echte oorzaak aan het licht: het was een burn-out.

Indy is een sociaal dier; altijd bij voor een drankje, feestje of afspreken met vriendinnen. “Als mijn vrienden me appten, dan wisten ze eigenlijk dat ik altijd wel mee zou gaan, wat de planning ook was.” Thuis vervult Indy de rol van het ‘voorbeeldkind’. “Ik ben altijd al wel verantwoordelijk en zelfstandig. Mijn ouders hadden daarom ook zoiets van: Indy kan dat wel.” Toch merkt ze langzaam dat ze zonder rust de balans niet kan houden

Tijdens corona, in 2020, begint Indy aan de opleiding journalistiek. De eerste jaren verlopen soepel: ze haalt haar vakken en hoeft zelden te herkansen. Natuurlijk gaat niet alles moeiteloos. “Ik denk gewoon een beetje de standaard studenten-struggles,” vertelt ze.

Stage in Amsterdam

In september 2023 verandert haar ritme wanneer ze start met een stage in Amsterdam. Vanuit Tilburg reist ze dagelijks heen-en-weer. “Ik ging om half zeven de deur uit en als ik geluk had, was ik om half acht avonds thuis.” Haar week zit volgepropt: drie dagen kantoor, één dag thuiswerken en in de weekenden staat ze in de winkel. “Mijn hele week was eigenlijk gewoon bezet.”

In het nieuwe ritme van de stage, gecombineerd met een bijbaan was het moeilijk om rustmomenten in te bouwen. Toch merkt Indy pas na afloop, wanneer de structuur wegvalt, dat er onrust ontstaat. “Ik weet niet zo goed wat ik moet met de tijd die ik nu heb.”

De eerste barsten

Langzaam maar zeker voelt Indy zichzelf veranderen. De dingen die haar eerder energie gaven, doen dat nu niet meer. Zo was sporten haar uitlaatklep, maar voelt dat steeds meer als een ‘moetje’.

Op haar werk merken collega’s op dat het niet goed met haar gaat. “Jij ziet dingen over het hoofd die je normaal helemaal niet over het hoofd ziet.” Ook mensen om haar heen merken het. “Ik heb af en toe het idee dat jij wel naast me zit, maar er gebeurt gewoon niks. Alsof je niet thuis bent.”

Toch wijst ze de gedachte aan een serieus probleem weg. Gewoon doorgaan, want het afstuderen begint.

Lichaam op de rem

Het kantelpunt komt onverwacht op de winkelvloer. “Ik was op werk en mijn oog valt in één keer dicht.” In eerste instantie denkt ze aan een migraineaanval, iets wat ze vaker heeft meegemaakt. Voor de zekerheid gaat ze naar de huisarts en wordt doorverwezen naar de neuroloog.

Neurologisch blijkt er niets mis, maar de vragenlijst die ze moet invullen confronteert haar met de harde realiteit. “Het waren vragen als: ‘Vind ik de dingen die ik leuk vond nog steeds leuk?’” Terwijl ze de lijst invult, valt het kwartje. “En toen dacht ik ineens: kut. Het is niet alleen een migraineaanval.”

Bij de praktijkondersteuner probeert ze te achterhalen waar het vandaan komt. In eerste instantie denkt ze zelf aan een depressie. “Toen zei hij: ‘Echt een depressie zou ik het niet noemen, maar je zit wel gewoon in een burn-out.’” Ze schrikt van zijn woorden. “Shit. Oké. Dat is iets waarvan ik zeg, dat zou mij nou niet overkomen.”

‘Mam, ik kap ermee’

Na deze diagnose probeert ze door te gaan alsof er niets aan de hand is, maar bij haar coaches op school breekt ze. “Ik kan het niet. Er gaat iets niet goed.” Al snel volgen de tranen en Indy besluit haar ouders te bellen. “Mam, ik kap ermee, ik kan het niet.”

De vermoeidheid neemt het over. “Ik merkte ook gewoon dat ik moe was. Echt heel moe.”

Rust afdwingen en zelfkritiek

Voor het eerst besluit Indy écht te luisteren naar haar lichaam, hoe onnatuurlijk dat ook voelt. “Op een gegeven moment moest ik als een soort peuter tussen de middag gaan slapen.”

Acceptatie en leren grenzen stellen blijken het moeilijkst. “Ik denk toch vooral een stukje accepteren dat het niet goed gaat. Dat ik nee moest zeggen en afspraken moest afzeggen. Dat voelde voor mij heel gek.” Tegelijkertijd is Indy streng voor zichzelf: zelfs in momenten van rust voelt ze zich schuldig. “Zelfs als ik rust nam, voelde ik geen ontspanning; zolang school niet lukte, voelde alles wat ik deed als verkeerd. ‘Je mag geen leuke dingen doen.’”

Leren leven op een andere manier

Langzaam ontstaat er een nieuw ritme. Ze start met Back on Track, een begeleidingstraject voor studenten die vastlopen, waar ze leert plannen, structuur aan te brengen en haar motivatie terug te vinden. “Woensdagmiddag, dan is mijn rustmoment. Ook heb ik minimaal drie momenten in de week waarop ik tijd voor mezelf neem,” vertelt ze.

In het traject ontdekt Indy ook haar kwetsbaarheden: faalangst, perfectionisme en hoog sensitiviteit. Deze inzichten verklaren veel voor haar en helpen haar zichzelf beter te begrijpen.

Neem jezelf serieus

Ondanks dat burn-out voor Indy nog geen volledig afgesloten hoofdstuk is, weet ze één ding zeker: “Ik heb wel met mezelf afgesproken, die diepe daal, dat wil ik nooit meer.”

Indy hoopt dat haar verhaal anderen eerder laat stilstaan dan zij deed. Zoek iemand om mee te praten, ook als je twijfelt of het “erg genoeg” is. Ga naar de huisarts als het nodig voelt. “En bovenal: neem jezelf serieus.”