Dinsdag 9 december is er een wetvoorstel over de nieuwe kerndoelen voor het onderwijs door de Tweede Kamer aangenomen. Scholen moeten nu aan de bak met het toepassen hiervan. Al blijkt het tekort aan docenten een probleem te worden in de volgende fase. In Tilburg plannen sommige scholen vergaderingen in, terwijl de ander al druk bezig zijn met de vernieuwing.
Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) heeft de kerndoelen na een lang proces weten te vernieuwen. Dit is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een kerndoel is het vereiste niveau dat een leerling moet halen per vak, passend bij het jaar waarin de leerling zit. In Tilburg worden al voorzichtig vergaderingen ingepland om te praten over de vraag: hoe gaan we deze nieuwe kerndoelen implementeren?
Sommige zijn echter al druk bezig, zoals het Reeshof College. Anne Heijmans, docent Nederlands bij het Reeshof College, laat weten dat ze erg blij is met de nieuwe kerndoelen. “Met deze nieuwe kerndoelen komt het lezen, zowel literatuur als leesvaardigheid, weer meer centraal te staan en dat lijkt mij een goede ontwikkeling.” Volgens haar is er ook al veel actie ondernomen bij het Reeshof College: “Met de vakgroep Nederlands hebben we het curriculum voor de onderbouw al helemaal aangepast, waarbij er rekening is gehouden met de nieuwe kerndoelen.”
Imre Mutsaers, directeur van 2College Cobbenhagenlyceum, vertelt dat er docenten wiskunde en Nederlands naar de bijeenkomst gaan van het SLO. Hier worden de nieuwe kerndoelen gepresenteerd. Aankomend jaar gaat de middelbare school, op basis van de nieuwe kerndoelen, aan de slag met een kerncurriculum. Lex Marsé, mentor en docent bij De Rooi Pannen, vertelt dat het op de agenda staat voor na de kerstvakantie. “Er wordt actief naar gehandeld!”
Nieuwe fase
Els Stronks, letterkundige, heeft meegeholpen aan de nieuwe kerndoelen. “Het heeft wel even geduurd, maar iedereen is nu wel enthousiast over het resultaat”, vertelt Stronks. Het is een grote mijlpaal na langdurig werk. De laatste keer dat de kerndoelen zijn aangepast was namelijk in 2006. Normaliter worden deze ongeveer elke 10 jaar vernieuwd, volgens Els Stronks. “Dus we lopen eigenlijk al achter op de normale herziening. Dit is ook nog een tijd waarin door de digitalisering veel is veranderd. Daarom werd het ook wel echt hoog tijd dat het werd vernieuwd.”
Ze maakt zich echter wel zorgen over de volgende fase: “Er zijn te weinig docenten, dus iedereen zit zich nu wel af te vragen: hoe gaan we dit doen?” Er zijn nu kerndoelen bepaald, maar de vraag is nu: hoe gaat het onderwijs zich hierop aanpassen? De manier van les geven moet veranderen, maar ook praktischere zaken moeten veranderen. Zo moet er behoorlijk gesleuteld worden aan de toetsen en eindexamens voor het vak Nederlands.
Lezen en schrijven
Voor het vak Nederlands verandert er dan ook het meest. Dit heeft te maken met het gemiddelde niveau dat ondermaats bleek te zijn de afgelopen jaren. Volgens Els Stronks is het niveau zorgwekkend achteruitgegaan. De nieuwe doelen zijn daarom goed aangescherpt voor het lezen en schrijven. “Want in de huidige kerndoelen is er sowieso niet veel aandacht voor schrijven. En we weten uit onderzoek dat je lezen en schrijven beter kunt combineren. Zo geef je bijvoorbeeld de leerlingen de opdracht op te schrijven wat er gelezen is.” De nieuwe kerndoelen hangen dan ook meer samen, volgens haar. Het beter laten samenhangen en concreter maken ervan, waren dan ook prioriteiten voor het SLO tijdens het samenstellen.
Rekenen en wiskunde
Paul Drijvers, emeritus-hoogleraar wiskunde, heeft ook meegeholpen aan de kerndoelen. Drijvers is over het algemeen blij met het resultaat: “Ik vind het ook goed dat er aandacht wordt besteed aan andere dingen, zoals de houding van leerlingen; de attitude ten aanzien van wiskunde en rekenen.” Het SLO had dus als een van de prioriteiten het concreter maken van de doelen. Volgens Paul Drijvers is dat bij rekenen niet per se gelukt. Dit ligt volgens hem aan doelen die bijvoorbeeld gaan over hoe leerlingen kijken naar rekenen en wiskunde, of hoe het wordt gebruikt in de wereld om hen heen. “Dat zijn uit zichzelf al een beetje vagere doelen dan wanneer je zegt ‘die en die getallen met elkaar kunnen vermenigvuldigen’”, vertelt Drijvers.
Maar een probleem zou hij dit niet noemen: “Ik vind dat niet zo erg, omdat ik het vooral belangrijk vind dat deze onderwerpen ook expliciet op de agenda worden gezet. En dat vind ik wel een grote vooruitgang en ook een grote vernieuwing.”
Volgens Paul Drijvers is er echter niks mis met het gemiddelde niveau van rekenen en wiskunde. “Niet dat ik wil zeggen dat alles goed gaat en dat we rustig achterover kunnen zitten. Maar het frame dat het zo slecht gaat met rekenen, is echt onterecht, daar is geen evidentie voor”, vertelt hij. Wel is er uit verschillende toetsen en onderzoeken gebleken dat een specifieke doelgroep wel ondermaats presteert. “Met name de onderbouw-VMBO, daar verliezen we dus kennelijk wel wat terrein, dat is wel zorgelijk. Maar het gehele plaatje in Nederland is goed en ik denk dat die nieuwe kerndoelen daar wel aan bijdragen.”











